Droogdal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een droogdal of grub is een langgerekte laagte die aan een beekdal doet denken maar die ontstaan is door de erosie van afstromend regenwater of, zoals in stuwwallen, door afstromend smeltwater. Slechts bij aanzienlijke regenval of door, zoals in stuwwallen, de aanwezigheid van bronnetjes is een droogdal soms watervoerend.

Nederland[bewerken]

In Nederland komen droge dalen voor in Zuid-Limburg en in België onder meer in Droog-Haspengouw en de Voerstreek. Soms loopt er een zogeheten holle weg door de grub, maar een grub en een holle weg zijn niet identiek. Onder meer in het Savelsbos liggen bekende grubben. Zij geven aan steile hellingen een grillig karakter, daar ze soms diep in het bovenliggend plateau insnijden.

In stuwwallen, zoals de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en de Nederrijnse Heuvelrug zijn de droogdalen in de voorlaatste ijstijd en de laatste ijstijd ontstaan. Doordat gedurende de beide ijstijden de bodem permanent bevroren was, permafrost, kon smeltwater van sneeuw en van de gletsjertongen niet in de zandige ondergrond wegzakken. Het water sleet geulen in de hard bevroren ondergrond en vormde zo dalen. Als in het voorjaar en in de zomer de toplaag van een bevroren bodem ontdooide ontstonden modderstromen. Door dit proces van solifluctie werden de dalen deels opgevuld en ontstonden sanders. De toen gevormde dalen staan nu bijna allemaal droog want in de grove zandgrond zakt water, nu de ondergrond niet meer bevroren is, meteen weg.

Voorbeelden[bewerken]

Externe link[bewerken]