Reculée

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Baume-les-Messieurs
Baume-les-Messieurs

Een reculée is de geologische term die de diepe uitschuring in het kalkplateau van de Jura aanduidt. Het gaat om een typische vallei, waarbij het dal een platte bodem heeft en omringt wordt door een opening en drie steile wanden. De meest spectaculaire voorbeelden bevinden zich in het gebied tussen Arbois en Lons-le-Saunier.

Voorkomen[bewerken]

De reculée kan heel kort (enkele kilometers) en eenvoudig zijn zoals de reculée van lac de Chalain of die van Vaux-sur-Poligny, of zo lang dat ze een verzameling zijn van verschillende kleinere zoals Baume-les-Messieurs die bestaat uit de reculée van Ladoye-sur-Seille (Cirque de Ladoye), van Longepied en van Dard, nabij Lons-le-Saunier. De breedte is verschillend, maar het verschil blijft beperkt van enkele honderden meters tot een kilometers. De wanden zijn soms asymmetrisch en ze domineren de vallei door hun indrukwekkende hoogtes van 60 tot 250 meter. De reculées hebben een blind uiteinde (cirque) dat omringd is door indrukwekkende wanden en dikwijls ontspringt hierin ook een riviertje. Dat wordt gevoed met water dat uit een systeem van grotten komt. Die van Baume-les-Messieurs en van Les Planches-près-Arbois krijgen vele speleologen die het kilometerslange netwerk willen verkennen.

Wetenschappelijke Theorie[bewerken]

Een reculée is het gevolg van het samenspel van ijs- en watererosie. Reculées worden gerekend onder de karst verschijnselen. Water dat op het eerste plateau van de Jura valt vindt zijn weg in de kalksteen via tunnels en grotten naar de Combe d'Ain (het dal van de river de Ain). Onderaan het plateau komt het water in bronnen/verschijngaten uit de wand en stroomt het water vervolgens als een stroompjes naar de rivier de Ain. Tijdens hevige regenval kolkt het water uit deze bronnen. Tijdens dit proces kan er erosie plaatsvinden. Na vele jaren kan er door deze erosie ondermijning plaatsvinden en dan stort een gedeelte van plateau in. (Dit zorgt voor een steile achterkant van de reculée.) De puinresten worden vervolgens door het riviertje weggevoerd/geërodeerd. Als dit proces zich miljoenen jaren voordoet ontstaan de reculées zoals in de Jura. Tijdens ijstijden kiezen gletsjers de weg van de minste weerstand en verlaten gletsjers geregeld het plateau via reculées. Als dit gebeurt wordt het puin in de Reculée afgevoerd en de randen van de reculée verticaal geërodeerd. Hierdoor krijgt het dal steile hellingen aan weerszijde en een platte bodem. Door grote temperatuurverschillen net na de ijstijden worden de zijkanten van de reculée geërodeerd door vorstwering, het in- en uitzetten van het gesteente. Hierdoor kunnen puinwaaiers ontstaan.

Deze wetenschappelijke theorie verklaart zowel: de aanwezigheid van een bron of meerdere bronnen aan het uiteinde van elke reculée, als de platte bodem, als de steile wanden aan het uiteinde en aan de zijkanten van de reculée.