Eerste amendement van de grondwet van de Verenigde Staten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bill of Rights

Amendement I van de Grondwet van de Verenigde Staten is een onderdeel van de Bill of Rights, die in 15 december 1791 werd toegevoegd aan de constitutie. Het artikel verbiedt het Congres om wetten aan te nemen die een staatsgodsdienst creëren of één godsdienst boven een ander plaatsen, het recht op vrijheid van godsdienst verbieden, de vrijheid van meningsuiting of de persvrijheid belemmeren of de vrijheid van vereniging hinderen.

Het amendement zelf legt deze beperkingen expliciet op aan de wetgevende macht, maar in de loop der jaren hebben verschillende rechtbanken bepaald dat de verboden ook gelden voor de uitvoerende en rechterlijke macht. Het Federale Hooggerechtshof besliste dat het Eerste Amendement onder de bepalingen van het veertiende amendement ook van toepassing is op de door deelstaten genomen beslissingen.

Tekst[bewerken]

Aanhalingsteken openen

Congress shall make no law respecting an establishment of religion, or prohibiting the free exercise thereof; or abridging the freedom of speech, or of the press; or the right of the people peaceably to assemble, and to petition the Government for a redress of grievances.

Aanhalingsteken sluiten
Aanhalingsteken openen

(Vert.) Het Congres zal geen wet aannemen die betrekking heeft op een staatsgodsdienst, of de vrije uitoefening van godsdienst verbiedt; of de vrijheid van meningsuiting of de persvrijheid beperkt; of het recht van het volk beperkt om vreedzame bijeenkomsten te beleggen, en verzoekschriften voor een herstel van grieven tot de regering te richten.

Aanhalingsteken sluiten

Gerelateerd onderwerp[bewerken]