Zoek dit woord op in WikiWoordenboek

Envelop (briefomslag)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Twee enveloppen

Een envelop (ook enveloppe, briefomslag of omslag) is het (meestal papieren) omhulsel van bijvoorbeeld een brief of wenskaart. Een ouder synoniem is couvert.

Algemeen[bewerken]

Op de voorzijde van een envelop schrijft of print de afzender de naam en het adres, bestaande uit straatnaam, huisnummer, postcode en plaatsnaam, van de geadresseerde, de ontvanger. Vaak wordt dit alles eerst op een etiket geprint, wat vervolgens op de envelop wordt geplakt. Met sommige printers kan het adres echter ook direct op de envelop worden geprint. Op de achterzijde kan de afzender zijn eigen naam en adres noteren, of postcode en huisnummer. Dit is niet verplicht, maar biedt onder andere het voordeel dat bij bezorgproblemen de brief eventueel aan de afzender geretourneerd kan worden zonder de brief te hoeven openen. Lang niet iedereen heeft deze gewoonte.

Voor het frankeren van de brief worden een of meerdere postzegels in de rechterbovenhoek aan de voorzijde van een envelop geplakt of wordt er een stempel van een frankeermachine op geplaatst. In sommige gevallen is frankeren niet nodig, met name als er van een antwoordnummer gebruik wordt gemaakt. Een envelop kan meestal worden dichtgeplakt doordat er een plakrand met gom is aangebracht op de sluitflap. Door bevochtiging met speeksel of water wordt de gom weer plakkend. Ook zijn er enveloppen die met een hechtstrip dichtgeplakt kunnen worden. Dit is gebruiksvriendelijker, maar levert wel extra afval op in de vorm van een kunststof beschermstripje.

Enveloppen zijn er in vele vormen, kleuren en formaten. Sommige soorten enveloppen hebben een doorzichtig venster, zodat het adres op de inhoud kan worden geplaatst in plaats van op de envelop zelf. Er zijn enveloppen met een binnenbedrukking om leesbaarheid van de inhoud van buitenaf (door de envelop tegen het licht te houden) tegen te gaan. Om cd's of breekbare zaken te versturen zijn er enveloppen in diverse formaten, die met bubbeltjesplastic zijn bekleed aan de binnenzijde (ook wel bubbeltjesenvelop genoemd). Voor officiële documenten of het versturen van A4 stukken worden zogeheten akte-enveloppen gebruikt.

Voor gebruik binnen een groot bedrijf zijn er interne enveloppen met een groot aantal vakjes om een adres in te vullen. Dergelijke interne enveloppen kunnen steeds weer opnieuw worden gebruikt door het oude adres door te strepen en een nieuw adres in het volgende vakje te schrijven. Bij extern gebruik zou een dergelijke envelop onbeleefd zijn, maar binnen het bedrijf heeft men afgesproken dat het geoorloofd is.

Geschiedenis[bewerken]

Het woord envelop, afgeleid van het Franse woord envelopper betekent omhullen of omsluiten.

Cuneiforme tablet and enveloppe-MAHG 16161-IMG 9478

De geschiedenis van de envelop begint 2000 jaar voor Christus. Kleiblokken, huiden en papyrus werden toen gebruikt als envelop.

Enveloppe papier 85 x 48 mm, is circa 1898 gemaakt door de Boek- en Steendrukkerij B. van Mantgem, voorheen Muntplein 9 te Amsterdam

Aanvankelijk werden de enveloppen niet in standaard afmetingen gemaakt, zoals nu het geval is. Met de ontwikkeling van papier werd in de 19e eeuw ook de envelop gemeengoed. De Brit Bewer bracht in 1835 de eerste enveloppen in de handel. Aan het eind van de 19e eeuw ontstond een begin met standarisatie in de vorm van benamingen met daar aan gekoppelde afmetingen, zoals de Billet (95 x 120 mm.), de Kwarto (125 x 155 mm.), de Groot kwarto (130 x 165 mm.), de Cabinet (105 x 230 mm.), en de Klein cabinet (100 x 190 mm.) ook wel de directie-enveloppe genoemd.

Daarnaast ontstonden er in dezelfde voornoemde perioden ook een tweede soort enveloppen, zoals:

a. de Dienst enveloppe, een grote gele enveloppe met de sluiting aan de lange kant (de portefeuille-sluiting). Deze werden uitgevoerd in wel 25 verschillende afmetingen, varieerende van 115 x 195 mm. tot 185 x 280 mm.

b. de Acte enveloppe, een lange smalle met de sluiting aan de korte kant (de zak-sluiting). Deze werden uitgevoerd in wel twaalf verschillende afmetingen, varieerende van 150 x 235 mm. tot 230 x 350 mm., en konden ook uitgevoerd worden met een patentsluiting (koperen sluiting) of met een koordsluiting.

Tenslotte ontstonden er in de loop van de 20e eeuw de vensterenveloppen, de loonzakjes (al- of niet bedrukt) en de monster enveloppen (al- of niet gegomd). In de tweede helft van de twintigste eeuw ontstaat de invoering van de envelopformaten volgens ISO 269 en DIN 678:

Code Afmeting [mm] Wat past erin? Opmerking
E4 280 x 400 B4 vel
EA4 220 x 312 A4 vel
EA 5 156 x 220 A4 dubbel gevouwen → A5
B4 250 x 353 C4 envelop
B5 176 x 250 C5 envelop
B6 125 x 176 C6 envelop
C3 324 x 458 A3 vel
C4 229 x 324 A4 vel
C5 229 x 162 A4 dubbel gevouwen → A5
C6/C5 114 x 229 A4 'long' gevouwen → een derde A4 volgens DIN 678
DL 110 x 220 A4 in drieën gevouwen → een derde A4 DIN Long
C6 114 x 162 A4 kwarto gevouwen → A6
C7/C6 81 x 162 A5 'long' gevouwen


Vensterenveloppen volgens DIN 680:

Enveloppe leder 120 x 160 mm., gemaakt door J Nigst & Son uit Wenen voor persoonlijk transport van vertrouwelijke correspondentie.
Code Maat/ positie
Venstergrootte 90 x 45 mm
Horizontale positie 20 mm van linkerkant envelop
Verticale positie C6/C5, DL, C6
C4
15 mm van onderkant envelop
27 of 45 mm van bovenkant envelop

Bron voor de geschiedenis: Een korreltje warenkennis en een snufje theorie door B.W. van der Veer, uitgave in het kader van de Bibliotheek voor kantoorboekhandelaren, Hilversum, 1947.