Ervaringsdeskundige

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een ervaringsdeskundige is een persoon die door gerijpte en doorleefde ervaring van tegenslag, ziekte, beperking, lotgeval of levensomstandigheid in staat is om de kennis die niet door studie of onderwijs maar door deze ervaring is opgedaan, te benutten. Dit is de eigen, persoonlijke ervaringskennis. Naast deze kennis heeft de ervaringsdeskundige kennis van de ervaringen van anderen in een vergelijkbare situatie waardoor gemeenschappelijke ervaringskennis is ontstaan. Derde voorwaarde voor ervaringsdeskundigheid is kennis opgedaan uit andere bronnen die raakvlakken hebben met het betreffende ervaringsdomein. Om deze kennis te kunnen benutten beschikt de ervaringsdeskundige over vaardigheden op het communicatieve vlak om zowel met lotgenoten, andere ervaringsdeskundigen als professionals constructief om te kunnen gaan. Een ervaringsdeskundige wordt geacht te kunnen reflecteren op zijn eigen gedrag en emotionele beleving in het algemeen en specifiek in het contact met lotgenoten en professionals. De ervaringsdeskundige benut deze kennis en vaardigheden door soortgelijke ervaringen van anderen te verhelderen, door lotgenoten te helpen, door als klankbord te dienen voor beleidswijzigingen of technische innovaties die gericht zijn op verbetering van het betreffende ervaringsdomein, te ondersteunen bij het herstel van een psychische of lichamelijke aandoening, te bemiddelen met professionals of door te ondersteunen bij programma's die bijvoorbeeld gericht zijn op armoedepreventie of problemen met eenzaamheid en het voorkomen en afwennen van een ongezonde of onwenselijke levensstijl.

De begrippen ervaringsdeskundige en ervaringsdeskundigheid vonden brede ingang aan het eind van de twintigste eeuw, mede als gevolg van eerdere ontwikkelingen zoals de democratisering van de zeggenschap die tot verzet leidde tegen de tot dan toe gangbare opvatting van deskundigheid.

Om in de geestelijke gezondheidszorg duidelijkheid te scheppen wanneer iemand ervaringsdeskundige genoemd mag worden wordt er onderscheid gemaakt tussen een ervaringswerker en een ervaringsdeskundige. De laatste heeft naast alle bovengenoemde kennis een opleiding op MBO of HBO niveau afgerond waarin voornamelijk of specifiek aandacht wordt besteed aan wat ervaringsdeskundigheid is en hoe deze ingezet kan worden.

Sinds 2016 zijn een aantal van deze opleidingen erkend door het ministerie van VWS. Ook is er een beroepsprofiel opgesteld door de GGZ die de ervaringsdeskundigheid op diverse niveaus beschrijft.

Sinds 2015 bestaat er een beroepsvereniging voor ervaringsdeskundigen, de VvDe.

Brede toepasbaarheid[bewerken]

Het begrip ervaringsdeskundige kan in zeer veel situaties gebruikt worden. Het komt het meest voor in de sociale, (para)medische en geestelijke zorgverlening. Het begrip kan daarnaast worden toegepast op vrijwel iedereen die iets bijzonders heeft meegemaakt, iets ingrijpends heeft doorleefd, een van het gemiddelde afwijkend levenslot heeft of die uitgebreide ervaring heeft met een activiteit. Enkele voorbeelden: verslaafden die een ontwenningsproces hebben doorlopen, moeders die borstvoeding geven, sporters, mensen die een ramp hebben overleefd, soldaten die oorlogssituaties hebben doorstaan, ouders van kinderen die problematisch gedrag vertonen of een handicap hebben, mensen die opgegroeid zijn in een één-oudergezin, mensen met een afwijkende seksuele geaardheid, beroemdheden, mensen die een loterij hebben gewonnen enzovoort. In praat- en actualiteitenprogramma's op radio en tv zijn welbespraakte ervaringsdeskundigen regelmatig te gast.

In het gewone spraakgebruik wordt de term soms heel losjes gehanteerd; ervaringsdeskundige is dan slechts de aanduiding voor 'iemand die iets heeft meegemaakt'. Voorbeeld: in een gesprek over echtscheiding wordt gezegd van X: "hij is ook een ervaringsdeskundige".

Geschiedenis[bewerken]

Het belang dat gehecht wordt aan de ervaringsdeskundige is verbonden met het streven naar mondigheid dat in de twintigste eeuw gestalte kreeg. Het begrip is in ieder geval al sinds de vroege jaren tachtig van de twintigste eeuw in omloop.[1]

In de tweede helft van de twintigste eeuw ontwikkelde zich verzet tegen de gangbare opvatting van deskundigheid. Die opvatting was erop neergekomen dat verschijnselen en tekorten het beste konden worden geduid en verholpen door diegenen die zich op de studie ervan hadden toegelegd: de deskundigen. De fysicus wist de verschijnselen in de ons omringende wereld te verklaren en in een theoretisch kader te plaatsen. De arts besloot wat goed voor ons was: welk symptoom tot welke behandeling moest leiden. De buurthuismedewerker formuleerde de vormingsbehoefte van de bezoekende buurtgenoot.

Toen er zich, ruwweg vanaf de zestiger jaren, een toenemende tendens tot mondigheid van het individu, de burger, de consument aftekende, werd deze externe deskundigheid ook in toenemende mate als onbevredigend ervaren. De emancipatie van individuen werd mede zodanig opgevat, dat zij zelf het beste wisten wat goed voor hen was: zij kenden hun eigen behoeften, en zij wisten als geen ander hoe het was (vaak: hoe het "voelde") om in de eigen hoogstpersoonlijke situatie te verkeren. De individuele burger was in deze opvatting deskundig: hij had dan wel geen theoretische achtergrond, maar met de praktijk was hij vertrouwd op grond van eigen ervaring. Hij was ervaringsdeskundige.

Deze ontwikkeling heeft soms tot eenzijdigheid geleid die erin bestond dat al te gemakkelijk werd voorbijgegaan aan door studie en opleiding verworven deskundigheden. In het begin van de een-en-twintigste eeuw lijkt zich een nieuw evenwicht te hebben gevormd waarin ervaringsdeskundigheid een eigen plaats heeft verworven naast andere, onmisbare deskundigheden. Het begrip deskundigheid heeft een verbreding ondergaan: het is een combinatie geworden van praktijkervaring en theoretisch verworven kennis en vaardigheden. De ervaringsdeskundige wordt vaak ingeschakeld in de praktijk van de armoedebestrijding, de gezondheidszorg en op vele andere terreinen. Aan ervaringsdeskundigheid en de inzet van ervaringsdeskundigen wordt tevens aandacht besteed in de curricula van het hoger onderwijs.

Ervaringsdeskundigheid in de sociale en (para)medische zorg[bewerken]

Van ervaringsdeskundigen wordt veel gebruikgemaakt in de sociale, medische en geestelijke zorgverlening. Het betreft dan bijvoorbeeld personen met een lichamelijke of mentale ziekte, mensen met een handicap of mensen die ervaring hebben met armoede en de daarmee gepaard gaande (beleving van) uitsluiting. De ervaringsdeskundigheid wordt georganiseerd in patiëntenorganisaties, klankbordgroepen, cliëntenraden, zelfhulpgroepen en counseling. Ervaringsdeskundigheid kan van belang zijn bij de training voor een hogere mate van zelfstandigheid, bij preventie, revalidatie en het vinden van een gezonde levensstijl. De deskundigheid kan betrekking hebben op

  • een bijzondere of afwijkende geestelijke of lichamelijke gesteldheid en de manieren om daarmee om te gaan (coping);
  • de toegankelijkheid van de zorg en de bejegening door zorgverleners;
  • de bejegening door de samenleving (uitsluiting en deelname): stigma's;
  • de manieren om onderling steun te verlenen.

Nadelig kan de ervaringsdeskundigheid uitwerken indien de uit eigen waarneming verkregen feiten worden ingezet om zich tegen een niet-vlottende behandeling te verzetten. Collectieven van ervaringsdeskundigen kunnen ook druk uitoefenen op patiënten of beleidsmakers om een hun welgevallige behandelingsvorm te bevorderen of een hun onwelgevallige behandelingsvorm tegen te gaan.