Eugen d'Albert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eugen d Albert.png

Eugen (Eugène Francis Charles) d'Albert (Glasgow, 10 april 1864Riga, 3 maart 1932) was een in Schotland geboren pianist en componist. D'Albert had Duitse, Engelse, Franse en Italiaanse wortels. De vader, Charles Louis Napoléon d'Albert (1809-1886), was een Duitse componist en pianist met Franse en Italiaanse wortels. Hij kon Domenico Alberti en Giuseppe Matteo Alberti tot zijn voorvaderen rekenen. De moeder, Annie Rowell, was een Engelse. D'Albert maakte zijn debuut als pianist in 1881, hetzelfde jaar waarin hij de Mendelssohn Scholarship won. Als pianist speelde hij als eerste de Burleske van Richard Strauss.

Als componist schreef hij concerten voor zijn eigen instrument, symfonieën en kamermuziek, maar vooral als operacomponist is hij bekend gebleven. Zijn meest succesvolle opera's zijn Die Abreise (1898), Tiefland (1903) en Die toten Augen (1916).

In 1907 volgde hij Joseph Joachim op als directeur van de Berliner Hochschule für Musik.

Lijst van composities[bewerken]

Theaterwerken
  • Der Rubin (Musikalisches Märchen), 1893;
  • Ghismonda (opera), 1895;
  • Gernot, 1897;
  • Die Abreise, 1898;
  • Kain, 1900;
  • Der Improvisator, 1902;
  • Tiefland (Musikdrama), 1903;
  • Flauto solo (muziekkomedie), 1905;
  • Tragaldabas (Komische Oper), 1907;
  • Izeÿl (Musikdrama), 1908;
  • Die verschenkte Frau (Komische Oper), 1912;
  • Liebesketten, 1912;
  • Die toten Augen, (Drama/opera), 1916;
  • Der Stier von Olivera, 1918;
  • Revolutions-hochzeit, 1919;
  • Scirocco, 1921;
  • Mareike von Nymwegen (Legendenspiel), 1923;
  • Der Golem (Musik-drama), 1926;
  • Die schwarze Orchidee (opera burlesca), 1928;
  • Mister Wu, 1932
Orkestwerken
  • Pianoconcert nr. 1, op. 2, 1884;
  • Symfonie op. 4, 1886;
  • Overture Esther op. 8, 1888;
  • Pianoconcert nr. 2, op. 12, 1893;
  • Seejungfräulein op. 15, scena voor solostem en orkest, 1897;
  • Celloconcert, op. 20, 1899;
  • Wie wir der Natur Erleben op. 24, voor sopraan of tenor en orkest, 1903;
  • 2 Lieder op. 25, voor sopraan of tenor en orkest, 1904;
  • Aschenputtel, suite, op. 33, 1924;
  • Symfonische prelude voor Tiefland, op. 34, 1934

Literatuur[bewerken]

  • Wilhelm Raupp: Eugen d'Albert. Ein Künstler- und Menschenschicksal. Koehler und Amelang, Leipzig, 1930.
  • Charlotte Pangels: Eugen d'Albert: Wunderpianist und Komponist: eine Biographie. Atlantis, Zürich/Freiburg, 1981. ISBN 3 7611 0595 9.

Externe link[bewerken]