Europese emissiestandaard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vergelijking Europese emissiestandaard (benzinemotoren)

De Europese emissiestandaard is de emissienorm voor voertuigen die in de Europese Unie van kracht is. De emissiestandaard wordt voortdurend strenger: voertuigen mogen steeds minder schadelijke stoffen in het milieu uitstoten.

Overzicht[bewerken]

Door de Europese Unie is de emissiestandaard meerdere keren gewijzigd:

  • EURO I, Euro 1 of Euro1 (Europese richtlijnen 70/220/EEC, 91/444/EEC, 93/59/EEC, 96/69/EC en 91/542/EEC) werd de emissiestandaard voor voertuigen in de Europese Unie in 1992.
  • Euro II, Euro 2, Euro2 of EC 96 (Europese richtlijnen 94/12/EC, 96/69/EC en 91/542/EEC) is de emissienorm voor voertuigen die in de Europese Unie in 1995 van kracht werd.
  • Euro III, Euro3 of Euro 3 (Europese richtlijn 98/69/EC) is de emissiestandaard voor voertuigen die van kracht werd in de Europese Unie in 1999.
  • Euro IV, Euro 4 of Euro4 (Europese richtlijn 98/69/EC) is de emissienorm voor voertuigen die in de Europese Gemeenschap in 2005 geïntroduceerd werd. De Euro IV-norm werd van kracht in oktober 2006.
  • Euro V, Euro 5 of Euro5 (Europese richtlijn 99/96/EC) is de emissienorm voor voertuigen die in de Europese Unie in oktober 2009 van kracht werd.
  • Euro VI, Euro 6 of Euro6 is de emissienorm voor voertuigen die in de Europese Unie op 31 december 2013 van kracht zal worden voor nieuwe personenwagens.[1] De Amerikaanse, met Euro6 vergelijkbare, EPA 13-norm is al in vijf Amerikaanse staten ingevoerd.

Europese emissiestandaard voor Passenger Cars (Categorie M1*), g/km

Emissiestandaard Datum CO HC HC+NOx NOx PM
Diesel
Euro I† July 1992 2.72 (3.16) - 0.97 (1.13) - 0.14 (0.18)
Euro II, IDI Jan. 1996 1.0 - 0.7 - 0.08
Euro II, DI Jan. 1996 1.0 - 0.9 - 0.10
Euro III Jan. 2000 0.64 - 0.56 0.50 0.05
Euro IV Jan. 2005 0.50 - 0.30 0.25 0.025
Euro V Sept. 2009 0.50 - 0.23 0.18 0.005
Euro VI Sept. 2014 0.50 - 0.17 0.08 0.005
Benzine
Euro I† July 1992 2.72 (3.16) - 0.97 (1.13) - -
Euro II Jan. 1996 2.2 - 0.50 - -
Euro III Jan. 2000 2.30 0.20 - 0.15 -
Euro IV Jan. 2005 1.0 0.10 - 0.08 -
Euro V Sept. 2009 1.0 0.10 - 0.06 0.005
Euro VI Sept. 2014 1.0 0.10 - 0.06 0.005
* Voor Euro V werden passagiersvoertuigen > 2.500 kg geduid als Light commercial vehicle N1 - I

Europese emissiestandaard voor Light commercial vehicles ≤1305 kg (Categorie N1 - I), g/km

Emissiestandaard Datum CO HC HC+NOx NOx PM
Diesel
Euro I Oct. 1994 2.72 - 0.97 - 0.14
Euro II, IDI Jan. 1998 1.0 - 0.7 - 0.08
Euro II, DI Jan. 1998 1.0 - 0.9 - 0.10
Euro III Jan. 2000 0.64 - 0.56 0.50 0.05
Euro IV Jan. 2005 0.50 - 0.30 0.25 0.025
Euro V (voorstel) Sept. 2010 0.50 - 0.23 0.18 0.005
Euro VI Sep. 2015 0.50 - 0,17 0,08 0,005
Benzine
Euro I Oct 1994 2.72 - 0.97 - -
Euro II Jan. 1998 2.2 - 0.5 - -
Euro III Jan. 2000 2.30 0.20 - 0.15 -
Euro IV Jan. 2005 1.0 0.10 - 0.08 -
Euro V Sept. 2010 1.0 0.075 - 0.06 0.005
Euro VI

Europese emissiestandaard voor Light commercial vehicles 1305 kg-1760 kg (Categorie N1 - II), g/km

Emissiestandaard Datum CO HC HC+NOx NOx PM
Diesel
Euro I Oct. 1994 5.17 - 1.4 - 0.19
Euro II, IDI Jan. 1998 1.25 - 1.0 - 0.12
Euro II, DI Jan. 1998 1.25 - 1.0 - 0.12
Euro III Jan. 2001 0.80 - 0.72 0.65 0.07
Euro IV Jan. 2006 0.63 - 0.39 0.33 0.04
Euro V Sept. 2010 0.63 - 0.295 0.235 0.005
Euro VI Sep. 2015 0.63 - 0,195 0,105 0,005
Benzine
Euro I Oct 1994 5.17 - 1.4 - -
Euro II Jan. 1998 4.0 - 0.65 - -
Euro III Jan. 2001 4,17 0.25 - 0.18 -
Euro IV Jan. 2006 1.81 0.13 - 0.10 -
Euro V Sept. 2010 1.81 0.13 - 0.075 0.005
Euro VI

Europese emissiestandaard voor Light commercial vehicles >1760 kg max 3500 kg. (Category N1 - III), g/km

Emissiestandaard Datum CO HC HC+NOx NOx PM
Diesel
Euro I Oct. 1994 6.9 - 1.7 - 0.25
Euro II, IDI Jan. 1998 1.5 - 1.2 - 0.17
Euro II, DI Jan. 1998 1.5 - 1.6 - 0.20
Euro III Jan. 2001 0.95 - 0.86 0.78 0.10
Euro IV Jan. 2006 0.95 - 0.46 0.39 0.06
Euro V Sept. 2010 0.74 - 0.3505 0.280 0.005
Euro VI Sep. 2015 0.74 - 0,350 0,280 0,005
Benzine
Euro I Oct 1994 6.9 - 1.7 - -
Euro II Jan. 1998 5.0 - 0.8 - -
Euro III Jan. 2001 5.22 0.29 - 0.21 -
Euro IV Jan. 2006 2.27 0.16 - 0.11 -
Euro V Sept. 2010 2.27 0.16 - 0.082 0.005
Euro VI

Large Goods Vehicle Europese emissiestandaard

Euronormemissies voor categorie N2, EDC, (2000 en later)
Emissiestandaard Datum CO (g/kWh) NOx (g/kWh) HC (g/kWh) PM (g/kWh)
Euro 0 1988-1992 12.30 15.8 2.60 none
Euro I 1992-1995 4.90 9.00 1.23 0.40
Euro II 1995-1999 4.00 7.00 1.10 0.15
Euro III 1999-2005 2.10 5.00 0.66 0.10
Euro IV 2005-2008 1.50 3.50 0.46 0.02
Euro V 2008-2012 1.50 2.00 0.46 0.02
Euro VI
Euro norm emissies voor de (oude) ECE R49 cycle
Emissiestandaard Datum CO (g/kWh) NOx (g/kWh) HC (g/kWh) PM (g/kWh)
Euro 0 1988-1992 11.20 14.40 2.40 none
Euro I 1992-1995 4.50 8.00 1.10 0.36
Euro II 1995-1999 4.00 7.00 1.10 0.15

Geschiedenis[bewerken]

De Europese normen zijn tot stand gekomen in het kader van de EG-typegoedkeuring. De fabrikanten hadden met lede ogen aangezien hoe Duitsland en Frankrijk ertoe waren gekomen emissiegrenzen in te stellen. Als de normen en testen naar het Europese niveau konden worden getild, zouden ze gehomologeerde wagens op de ganse interne markt kunnen verkopen zonder nog rekening te moeten houden met nationale regels over luchtverontreiniging.

De totstandkoming van de normen verliep in een complex samenspel tussen de EEG en de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE). De eerste stap werd gezet in 1970 met de goedkeuring van richtlijn 70/220/EEG.[2] Ze volgde getrouw de CO- en HC-normen van ECE reglement nr. 15 (R15), alsook de erin vooropgestelde testcyclus. De ECE-reglementen werden aangenomen op grond van een verdrag ondertekend te Genève op 20 maart 1958[3] en herzien op 5 oktober 1995.[4] Eind jaren 60 kreeg het beleid binnen de ECE vorm door de Groupe des Rapporteurs pour la Pollution et l'Energie (GRPE).

De lidstaten moesten richtlijn 70/220/EEG omzetten tegen 1973. In de volgende tien jaar stelde de EEG zich tevreden met het bindend maken van de regels die binnen ECE als vrijblijvend richtsnoer waren vastgesteld.[5] Deze werden regelmatig bijgewerkt (met in 1977 de eerste norm voor NOx), zonder ooit ambitieus te worden.

In 1983 ging Duitsland, in de ban van een kiescampagne rond Waldsterben, voor het eerst aandringen op strengere regels. Het wilde dat Europa de normen van de Verenigde Staten overnam, ingevoerd door het Clean Air Act Amendment van 1970. Deze US-83-standards, die driewegkatalysatoren vereisten, golden sinds 1972 ook al in Japan. Tegenkanting van Frankrijk en Italië leidde ertoe dat het nog tot 1988 duurde vooraleer US-83 in afgezwakte vorm werd goedgekeurd.[6] Doordat de Eenheidsakte kort nadien de unanimiteitsvereiste losliet, kon in 1989 ook een regeling worden doorgedrukt voor kleine auto's.[7]

Een nieuwe richtlijn scherpte ook de norm voor de middenklasse aan en voerde een geharmoniseerde testcyclus in, de New European Driving Cycle (NEDC).[8] Deze was opnieuw tot stand gekomen binnen de Motor Vehicle Emissions Group en staat daarom ook gekend als MVEG-B.[9] Hoewel de test nu ook een buitenrit simuleerde, was hij nog steeds weinig realistisch. Deze uniforme regels gingen in op 1 juli 1992 en stonden gekend als Euro 1.

Europa had nu het voortouw genomen en exporteerde zijn normen wereldwijd. De waarden werden regelmatig aangescherpt, en telkens bracht de ECE haar regels in lijn: R15 werd vervangen door R83 (emissies van M1 en N1-voertuigen), R84 (brandstofverbruik) en R101 (emissies van koolstofdioxide en brandstofverbruik), zelf weer herhaaldelijk herzien, geamendeerd en verbeterd. De NEDC-test werd nog bijgeschaafd in 2000 (meetellen van eerste 40 seconden na het starten), maar bleef een slechte benadering van de werkelijkheid.[10]

Met ingang van 2009 kwam er een volledige harmonisatie van de EG-typegoedkeuring.[11]

Naleving[bewerken]

De controle op de naleving gebeurt door voertuigen te testen op de rollenbank. De bij de typekeuring gebruikte testmethode staat gekend als New European Driving Cycle (NEDC). In de loop der jaren is deze methode notoir onbetrouwbaar geworden, onder meer omdat de fabrikanten geleerd hebben om er met allerlei kunstgrepen op in te spelen.[12] Daardoor is de test een steeds minder accurate weergave van de werkelijke uitstoot, vooral van CO2 en NOx.

Al in 2006 was duidelijk dat de emissies van stikstofoxiden door dieselwagens nauwelijks verminderden, ondanks de verscherping van de normen op papier. Dit werd aangetoond door de metingen van de voorgeschreven testcyclus te vergelijken met deze van een realistische testcyclus.[13][14] Nadien werd dit bevestigd op de weg. In 2014 liet de International Council on Clean Transportation een verkeerstest uitvoeren met 23 modellen. De reële NOx-emissies van Euro-6-voertuigen bleken gemiddeld het zevenvoudige te bedragen van de toegestane waarde.[15] Eerder was het TNO tot gelijkaardige resultaten gekomen.[16] Het stelde zelfs vast dat het verschil tussen praktijk en typekeuring nog toenam.

Eind september 2017 zou de onbetrouwbare NEDC vervangen worden door WLTP, een wereldwijde testmethode ontwikkeld binnen het World Forum for Harmonization of Vehicle Regulations (WP 29) van UNECE. Hoewel ze een beter beeld zou geven, blijft het een typekeuring die speelbaar is en geen acht slaat op wat er nadien op de weg wordt uitgestoten.[17] Met mobiele meetapparatuur is dit nochtans perfect te achterhalen. Het principe dat voertuigen moeten getest worden in normale rijomstandigheden, is overigens in 2007 opgenomen in Europese wetgeving doch dode letter gebleven. In de nasleep van Dieselgate gingen stemmen op om toch een standaard voor real-world driving emission (RDE) te implementeren.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]