Finkachel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Voorbeeld van een finkachel

De finkachel (vaak finoven genoemd) is een massieve kachel, die meestal gebouwd is uit leemstenen, soms ook uit speksteen. Ze worden gebruikt als bijkomende verwarming voor koude dagen of als enige verwarming in lage-energiewoningen.

Dankzij hun grote massa kunnen finkachels warmte opslaan en over een lange periode afgeven, bovendien branden ze op hoge temperaturen, waardoor ze voor een volledige verbranding zorgen, een hoog rendement halen en weinig schadelijke stoffen uitstoten.

De benaming finoven, die vaak gebruikt wordt voor een kachel naar Fins model, is eigenlijk een foutieve vertaling van het Duitse kachelofen (Kachel = tegel).

Werking[bewerken | brontekst bewerken]

Werking finkachel

Kenmerkend voor dit type van massieve kachel zijn de tegenstroomkanalen. In deze kanalen, aan de zijkanten van de kachel gelegen, stroomt de warme lucht van boven naar beneden alvorens naar de schoorsteen afgeleid te worden. De warme lucht geeft dan zijn warmte af aan de buitenwand, waarna de opgeslagen warmte door de wand langzaam afgegeven wordt aan de omgeving. De warmtepiek van een klassieke kachel wordt bij de finkachel afgevlakt en de afgifte van de warmte verloopt gespreid. De leemsteen is een slechte geleider van warmte. Hij zal de warmte slechts langzaam doorgeven en daardoor de opgeslagen energie doseren.

Om een goede werking van de finkachel te verzekeren is een voldoende grote massa van de kachel een voorwaarde. Een massa van 1000 kilogram is minimaal nodig om een goed werkende finkachel te bekomen. Door de grote massa daalt de wandtemperatuur waardoor het aandeel stralingswarmte toeneemt. Elke kachel levert een deel stralingswarmte en een deel convectiewarmte. Convectiewarmte is de opwarming van de lucht die in contact komt met de hete buitenwand van de kachel. Deze warme lucht gaat stijgen, langs het plafond lopen en langs de muren naar beneden komen. Er ontstaat een stofrijke luchtstroom en een slechte verdeling van de warmte. Bij stralingswarmte gaat de kachelwand een veel aangenamere stralingswarmte uitstralen. Hoe lager de wandtemperatuur van de kachel des te groter is het aandeel stralingswarmte, vandaar het belang van de grote massa van de finkachel.

Dankzij de aanwezigheid van een secundaire verbrandingsruimte met luchttoevoer kunnen de hete rookgassen die ontstaan zijn verder verbranden. Hierdoor wordt niet enkel extra warmte geproduceerd, ook zullen de schadelijkste rookgassen (roet, koolstofmonoxide enz.) verder verbranden. Hierdoor stoten finkachels minder schadelijke stoffen uit dan de traditionele ijzeren kachels.

Afwerking[bewerken | brontekst bewerken]

De wand van de kachel kan afgestukt worden met leem en al dan niet een finishlaag. Het is echter even goed mogelijk om de kachel te betegelen.

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]