Tegelkachel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tegelkachel in kasteel Rundale (Letland)
Niet iedere keramische kachel is een tegelkachel. Hier een kachel uit circa 1780 van keramiek (met tinglazuur), maar met een onderstel van ijzer.

Een tegelkachel is een accumulatiekachel die uit zachtgebakken tegels bestaat. Het keramiek kan in vele kleuren en vormen worden gemaakt, zoals grote tegels van bijvoorbeeld één meter.

De tegels waarmee de kachel wordt opgebouwd worden gestapeld; niet gestort of geplakt. De opbouw kan verder ook bestaan uit leem, speksteen of chamotte. Accumulatiekachels die niet uit tegels maar uit gestapelde blokken steen bestaan, worden in de volksmond vaak ook tegelkachels genoemd.

De afbouw kan bestaan uit leemstucwerk bij lemen en chamotte-kachels; bij speksteen is dit de speksteen zelf.

Principe[bewerken | brontekst bewerken]

Door het principe van accumulatie wordt de tegelkachel gedurende een korte tijd (vaak slechts een uur, afhankelijk van de grootte) hout of bruinkool verbrand. Dit gebeurt bij een hoge temperatuur[1], waardoor een vrij volledige en daardoor relatief schone verbranding kan ontstaan met een hoog rendement. De rookgassen worden door een lang, massief ommanteld vuurvast rookgaskanaal geleid en geven daar hun warmte af. De gehele stenen kachel komt op temperatuur. Door de hoge verbrandingstemperatuur en de grote warmtecapaciteit hoeft maar twee keer per dag een uur gestookt worden om 24 uur warmte te bereiken.

Aansluiting op andere voorzieningen[bewerken | brontekst bewerken]

Tegelkachels kunnen ook een geheel huis verwarmen en aangesloten worden op een boilersysteem[bron?] met warmtewanden of vloerverwarming.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]