Houtkachel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Houtgestookte kachel
Schema van een hoogrendementshoutvergasserkachel

Een houtkachel is een kachel, waarin brandhout wordt gestookt. Een houtkachel kan in principe slechts één vertrek verwarmen, maar er zijn ook houtgestookte centrale verwarmingskachels.

Verschillende types[bewerken | brontekst bewerken]

Er bestaan verschillende types houtkachels:

  • De conventionele houtkachel is gemaakt van gietijzer of van plaatstaal. De binnenkant van de verbrandingsruimte is bekleed met vuurvaste stenen of vermiculiet, om te voorkomen dat deze doorbrandt door de hitte van het vuur. De warmte wordt vrij snel aan de omgeving afgegeven; voor een belangrijk deel door middel van convectie.
  • Massakachels, zoals tegelkachels, betonkachels en leemkachels, bestaan niet uit ijzer maar uit een grote hoeveelheid hittebestendig materiaal. Door de grote massa van de kachel (honderden kilo's tot enkele tonnen) wordt de warmte eerst voornamelijk opgeslagen in de kachel zelf, en gedurende vele uren tot een dag wordt deze warmte dan gelijkmatig als stralingswarmte aan de omgeving afgegeven.
  • Moderne (hout)kachels hebben een zogenaamd 'clean burning-systeem', waarbij de haard is voorzien van een dubbel verbrandingssysteem. De hete rookgassen worden daarbij nogmaals met zuurstof uit de lucht in contact gebracht en verbranden. Dit scheelt in de stookkosten en is beter voor het milieu.
  • Zogenaamde allesbranders zijn zowel voor de verbranding van hout als kolen geschikt.

De schoorsteen van een houtgestookte kachel moet in Nederland ten minste één keer per jaar door een erkende schoorsteenveger geveegd worden. Om optimaal te kunnen stoken moet het schone hout een vochtpercentage van minder dan 18% hebben.

Milieu- en gezondheidsimpact[bewerken | brontekst bewerken]

Begin jaren '70 werd de houtkachel door milieu-organisaties omarmd als een aantrekkelijk alternatief voor het verstoken van fossiele brandstoffen. Maar op een conferentie in Hannover in 1997 werd door de Wereldgezondheidsorganisatie bekend gemaakt dat bij het verbranden van hout veel gevaarlijk fijnstof vrijkomt.

Het stoken van houtkachels kan met name in stedelijke woongebieden leiden tot overlast en gezondheidsklachten voor omwonenden. De Rijksuniversiteit Groningen publiceerde hier in 2006 een rapport over.[1] In 2012 publiceerde het Energieonderzoek Centrum Nederland een rapport over houtstook door huishoudens waarin de gezondheidseffecten van houtstook wederom aan bod komen.[2] Volgens een onderzoek van de Vlaamse Milieumaatschappij uitgevoerd tijdens de winter van 2015-2016 in een woonwijk in Dessel is houtverbranding verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de totale fijnstofuitstoot in Vlaanderen tijdens de winter. Een houtkachel zou in verhouding zelfs vier keer meer fijnstof uitstoten dan een kolencentrale.[3][4] Ook de stokers zelf kunnen last krijgen van de luchtvervuiling in de omgeving omdat tot 70% van de uitgestoten houtrook de woning weer kan binnenkomen.[5]

Houtkachels kunnen ook binnenshuis luchtvervuiling veroorzaken. Een onderzoek in Sheffield beschrijft hoe het navullen van potkachels de fijnstofconcentratie in de kamer twee tot drie maal verhoogd.[6]

Individuen die houtkachels gebruiken als verwarmingsbron zijn vaak meer blootgesteld aan schadelijke verbrandingsproducten dan mensen die geen houtkachel gebruiken en de toegenomen blootstelling kan een invloed hebben op hun gezondheid. Fijnstof en roet kunnen lang in de lucht blijven hangen als gevolg van houtrook en kunnen leiden tot een toename in ziektedagen en hospitalisaties voor cardiopulmonaire aandoeningen, tot toegenomen mortaliteit en morbiditeit, tot cardiovasculaire en respiratoire aandoeningen en tot vroegtijdig overlijden.[7]

De gezondheidseffecten als gevolg van de schadelijke stoffen die vrijkomen ten gevolge van houtrook, kunnen ingedeeld worden in 3 categorieën:[7]

  • acute effecten: hoesten en een piepende ademhaling, een verminderde longfunctie en cardiovasculaire effecten.
  • chronische blootstelling kan leiden tot langdurige luchtwegklachten zoals kortademigheid of hoesten of tot het ontwikkelen van astma of COPD (ook wel rokerslong genoemd). Er werd ook aangetoond dat houtverbranding geassocieerd was met een gematigd verhoogd risico op het ontwikkelen van longkanker.
  • geurhinder kan leiden tot lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, misselijkheid, slaapklachten, vermoeidheid en luchtwegklachten. Het waarnemen van een onaangename geur kan zorgen voor een verandering in gedrag zoals het sluiten van ramen waardoor de binnenluchtkwaliteit nog meer verslechtert maar kan ook leiden tot stress en/of depressieve klachten.

Elk jaar zijn in Europa 61.000 voortijdige sterfgevallen toe te schrijven aan luchtvervuiling door het verwarmen van woningen met hout en kolen.[8] Volgens een voorlopige inschatting van Wageningen University & Research leidt het stoken van hout leidt jaarlijks tot 900 à 2700 voortijdige sterfgevallen in Nederland.[9]

Veranderingen in de regelgeving[bewerken | brontekst bewerken]

In oktober 2018 sloten 24 partners, waaronder de Vlaamse overheid, houtkachelproducenten en milieuverenigingen, een zogenaamde 'Green Deal Huishoudelijke Houtverwarming' waarin werd afgesproken dat alle houtkachels, pelletkachels en open haarden tegen 2030 maar de helft schadelijke stoffen mogen uitstoten ten opzichte van 2016. Er zou ook naar gestreefd worden om tegen dan alle verouderde kachels buiten gebruik gesteld te hebben, en om eigenaars te sensibiliseren omtrent schoner stoken. Een akkoord over de registratie van alle kachels in Vlaanderen werd niet gevonden. Een aantal organisaties, waaronder de Bond Beter Leefmilieu en Kom op tegen Kanker, betreurden dat de 'Green Deal' niet verder ging en beslisten bewust om de eindtekst niet te ondertekenen.[4][10]

In 2022 zullen er strengere Europese regels ingaan voor houtkachels: ze moeten een minimumrendement van 75% hebben. In 2020 is in Nederland deze eis naar voren gehaald, waardoor nieuwe houtkachels al per 1 januari 2020 aan deze strengere eisen moeten voldoen.[11] Er zijn houtkachels op de markt die veel beter presteren dan deze normen en geen overlast bezorgen.[12]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]