Flevolands volkslied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Flevolands volkslied (Waar wij steden doen verrijzen...) is geschreven door Mak Zeiler, de melodie is van Riemer van der Meulen. De overwinning op het water staat centraal in het volkslied, evenals op de vlag van Flevoland. Net zoals bij het Wilhelmus wordt niet de hele tekst gezongen, het is gebruikelijker om slechts het eerste couplet te zingen, waarvan de laatste twee regels één keer worden herhaald.

Het lied is niet heel erg bekend en wordt nauwelijks gezongen. Wel is het gebruikelijk voor Provinciale Staten van Flevoland om het lied bij bijzondere gebeurtenissen te zingen, bijvoorbeeld tijdens de installatie of het afscheid van Statenleden.

Tekst[bewerken | brontekst bewerken]

Waar wij steden doen verrijzen
op de bodem van de zee,
onder Hollands wolkenhemel
tellen wij als twaalfde mee.
Een provincie die er wezen mag,
jongste stukje Nederland.
Waar het fijn is om te wonen,
mijn geliefde Flevoland!
Land gemaakt door mensenhanden,
vol vertrouwen en met kracht.
Waar de zee werd teruggedrongen
die zoveel verschrikking bracht.
Een provincie die er wezen mag,
jongste stukje Nederland.
Waar het fijn is om te werken,
mijn geliefde Flevoland!
De natuur laat zich hier gelden
dieren kiezen nest of hol.
En de wijde vergezichten
stemmen ons zo vreugdevol.
Een provincie die er wezen mag,
jongste stukje Nederland.
Waar het fijn is om te leven,
mijn geliefde Flevoland!

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]