Urker volkslied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Urker volkslied is het volkslied van Urk. Dit volkslied wordt voornamelijk gezongen tijdens de jaarlijkse aubade op Koningsdag en overige officiële gelegenheden.

Het volkslied is geschreven door meester T. de Vries. De wijze van het volkslied is dat van een oud Russisch volksliedje, De ballade van Stenka Razin.

1rightarrow blue.svg Zie ook: Urkers.

Tekst[bewerken]

Waar al meer dan duizend jaren
In de zee een heuvel stond
Rustig in de woeste baren
Daar is mijn geboortegrond
Opgewekt is er het leven
De bewoners zo gastvrij
Warm van hart en gul in 't geven
Vlijtig in de visserij
Maar nu ligt het tussen dijken
't IJsselmeer aan d' ene kant
En daar waar de zee moest wijken
't Wijd en vruchtbaar polderland
Oude zeden zijn verdwenen
Klederdracht raakt in verval
Maar het geldt nog als voorhenen
Urk dat is een soetendal
Wie er is die blijft er al

Vertaling in het Urkers[bewerken]

Waor al maar dan duzed jaoren
In de zie een uvel stot
Rustig in de woeste baoren
Daor is meen gebeurtegroend.
Opgewekt is ur ut leven
De bewoeners zo gastvrij
Warm van arte in gul in 't gieven
Neuver in de visserije
Maar nou legt ut tussen dikken
't IJsselmeer an d' iene kaant
In daor waor de zie mos wikken
't Wijd in vruchtbaor polderlaand
Ouwe zieden binnen verdwienen
Kliederdracht raakt in verval
Maar ut geldt nog as vor-ienen
Urk dat is een soetendal
Wie er is die blift er al