Gabler-orgel van de basiliek van de abdij van Weingarten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het orgel
Klavieren van het orgel.

Het Gabler-orgel van de basiliek van de abdij van Weingarten werd tussen 1737 en 1750 gebouwd door Joseph Gabler. Het is tussen 1981 en 1983 gerestaureerd door Kuhn orgelbouw. Hierbij is zo veel mogelijk de oude situatie hersteld, op het pedaal na, dat is uitgebreid.

De speeltafel[bewerken]

De speeltafel van het orgel van de abdij Weingarten is het eerste merkwaardige aspect van het orgel. Het was namelijk de eerste op afstand bedienende apparatuur die gebruikt werd voor een orgel. De speeltafel heeft 4 klavieren, ingedeeld in Hauptwerk, Oberwerk/Kronpositiv, Echowerk en Brüstungspositiv. Verder was er nog een pedaal. Alle klavieren behalve het pedaal hebben 49 toetsen (4 octaven). Het orgel heeft een totaal van 63 registers. De speeltafel is bewerkt met ornamenten.

Het orgel[bewerken]

Het orgel wordt omringd zes grote ramen. De middelste twee torens bevatten in het front de prestant 16' van het hoofdwerk. Het grootste deel van het orgel wordt bezet door de fluiten.

Dispositie[bewerken]

I Hauptwerk
Praestant 16′
Principal 8′
Rohrflaut 8′
Octav I-II 4'
Superoctav II 2′+1′
Hohlflaut 2′
Mixtur IX-X 2′
Cimbalum XII 1′
Sequialter VIII-IX 2′
Piffaro V-VII 8′
Trombetten 8′


II Oberwerk
Borduen II-III 16′
Principal Tutti 8′
Violoncell I-III 8′
Coppel 8′
Hohlflaut 8′
Unda maris 8′
Solicinale 8′
Mixtur IX-XII 4′


II Kronpositiv
Octav douce 4′
Viola II 4′+2′
Cimbali II 2′+1′
Nasat 2′
III Echowerk
Borduen 16′
Principal 8′
Flauten 8′
Quintatön 8′
Viola douce 8′
Octav 4′
Hohlflaut I-II 4′
Piffaro doux II 4′
Superoctav 2′
Mixtur V-VI 2′
Cornet V-VI 1′
Hautbois 8′


IV Brustpositiv
Principal doux 8′
Flaut douce 8′
Quintatön 8′
Violoncell 8′
Rohrflaut 4′
Querflaut 4′
Flaut travers II 4′
Flageolet 2′
Cornet VIII-XI 2′
Vox humana 8′
Hautbois 4′
Carillon 2′
Tremulant
Hauptpedal
Contrabaß II 32′+16′
Subbaß 32′
Octavbaß 16′
Violonbaß II 16′+8′
Mixturbaß V-VIII 8′
Posaunenbaß 16′
Bombard 16′
La force IL 4′ [1]
Carillon ped. 2′[2]


Brustpedal
Quintatönbaß 16′
Superoctavbaß 8′
Flaut douce 8′
Violoncellbaß 8′
Hohlflautbaß 4′
Cornetbass X-XI 4′
Sesquialter VI-VII 3′
Trombetbaß 8′
Fagottbaß 8′
  • Cuculus (Koekoek, bestaande uit vier houten pijpen)
  • Rossignol (Nachtegaal : drie pijpen in een waterbad)
  • Tympan (Pauk: drie houten pijpen (16') zwevend in G gestemd)
  • Cymbala (drie klokjes die door wind in beweging kunnen worden gebracht)

Afbeeldingen[bewerken]