Geeraard de Duivel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zegel van Geeraard de Duivel

Geeraard Vilain (ca. 1210 - ca. 1270) was een ridder in Gent. Deze Geeraard Vilain (Geeraard van Gent, beter bekend onder de naam Geeraard de Duivel), was de tweede zoon van de 15de burggraaf van Gent, Zeger III van Gent, en Beatrix van Heusden (of, volgens sommige bronnen, Beatrix van Houdain). Burggraaf Hugo II van Gent was zijn oudere broer. Zoals in die tijd de gewoonte was, werd zijn naam ook vertaald naar het Latijn: Gerardus de Gandavo, dictus Diabolus. Er zijn enkele oorkonden bewaard die ondertekend zijn met 'Gerardus de Gandavo'. Zijn bijnaam kreeg hij vooral door zijn donker uiterlijk.

Bij het overlijden van zijn vader in 1227 erfde Geeraard het steen aan de Reep, dat de naam Geeraard de Duivelsteen kreeg. Aan de ingang van dit steen hangt een gedenkplaat.

Omstreeks 1225 huwde hij met Margareta van Saint-Pol, die hem een zoon, Gheeraard jr., schonk. Deze was even zwart van haar en donker van huid als zijn vader, wat hem de bijnaam Geeraard de Moor bezorgde.

Nadat Margareta omstreeks 1229 op 19-jarige leeftijd was overleden, werd ze begraven in de Sint-Janskerk, de huidige Sint-Baafskathedraal.

Omstreeks 1230 huwde Geeraard opnieuw, ditmaal met Elisabeth van Slote ('Goede Vrouw' genoemd), de dochter van Lyonnet van Slote, een rijke Gentse lakenhandelaar. Zij stierf kinderloos.

In 1235 lieten Geeraard de Duivel en zijn tweede echtgenote werken uitvoeren in de crypte van de Sint-Janskerk.

Bij zijn overlijden (tussen 1270 en 1278) werd ook hij bijgezet in de Sint-Janskerk.