Lijst van burggraven van Gent

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Grafmonument van Hugo II, burggraaf van Gent van 1227 tot 1232

De burggraaf van Gent, of kastelein, was een hoge ambtenaar die, als vertegenwoordiger van de graaf van Vlaanderen, in diens naam onderhandelde. Hij of zij zetelde op een burcht of ander soort vesting, waarvan de naam werd afgeleid. De functie van burggraaf verwerd langzamerhand tot een erfelijke functie, waarna de titel haar betekenis verloor en een dode letter werd.

Wichman IV werd als schoonzoon van Graaf van Vlaanderen Arnulf de Oude aangesteld als (burg)graaf van Gent. Hij werd in zijn functie opgevolgd door Dirk II van Holland die eveneens met een dochter van Arnulf de Oude was gehuwd.

De graven van Holland Dirk II, Arnulf I en Dirk III wisten zich enige tijd op te werpen als min of meer onafhankelijk graven van Gent, gedurende de minderjarigheid van de jonge Vlaamse graaf Boudewijn IV. Boudewijn IV herstelde het gezag door een eigen burggraaf, namelijk Adalbert van Gent, aan te stellen en ondermijnde zo de macht van de Hollandse graven.

Burggraven droegen in de keures en charters vele diverse namen: Castellanus, pretorurbanus, praefectus urbis, vicecomes, burggravius, borghgrave, chastellain, vicomte, e.d.

Onder de kasteleins bestonden er vele rangen. Dezen van Gent waren van eerste rang en hoge adel. Zij waren militaire bevelhebbers van het Castrum.

De burggraaf van Gent voerde ook het bevel over een groot deel van het grafelijke leger. Hij was voorzitter van het schepengerecht van de kasselrij van Oudburg en oefende aldus de justitie uit.

In de eerste helft van de 12de eeuw deed de baljuw zijn intrede en gold de vervangende taak van de kastelein enkel nog in de steden. In het begin van de 14de eeuw was het burggraafschap nog slechts een titel en wilden de burggraven van Gent zich van Vlaanderen meester maken om hun voorrechten terug te krijgen. In 1214 en 1302, respectievelijk in de Slag bij Bouvines en de Guldensporenslag, streden de kasteleins in de rangen van de Franse koning tegen de graaf en de gemeenten. In de loop van de 14de eeuw won de graaf het pleit en kwam hij opnieuw in het bezit van de kasselrijen, die onder het feitelijk bestuur stonden van een baljuw; deze trad op in naam, en als plaatsvervanger, van de graaf.

Er is weinig bekend over de kasteleins van Gent. Hun namen komen voor in nog bestaande aktes en in kronieken zoals de Miracula S. Bavonis, die onze kennis helaas niet erg verrijken. De onderstaande data staan dan ook niet onherroepelijk vast.

Burggraven (kasteleins) van Gent[bewerken | brontekst bewerken]

Noot: Na het 'Huis van Zottegem' droegen de families Van Antoing (16de eeuw) en Van Melun (17de eeuw) de symbolische titel van burggraaf. De laatste kastelein (burggraaf) was Rohan (overl. in 1787). De Franse Revolutie maakte er een definitief einde aan.

De leden van de bij het ontstaan van België invloedrijke familie Vilain XIIII zijn echter nog rechtstreekse afstammelingen van deze burggraven van Gent.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]