Georg Everhard Rumphius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Georg Everhard Rumphius
Georg Eberhard Rumpf.jpg
Standaardafkorting Rumph.
Toelichting
De bovenaangeduide standaardaanduiding, conform de database bij IPNI, kan gebruikt worden om Georg Everhard Rumphius aan te duiden bij het citeren van een botanische naam.

In de Index Kewensis is een lijst te vinden van door deze persoon (mede) gepubliceerde namen.

Portaal  Portaalicoon   Biologie
Het voormalige huis van Rumphius op Ambon, gefotografeerd tussen 1910-1920

Georg Everhard Rumphius (Wölfersheim (graafschap Solms, tegenwoordig Wetteraukreis, Hessen), 1627 - kasteel Victoria, Ambon (Molukken), 13 of 15 juni 1702) was een Duits militair, architect, geograaf en koopman, die echter vooral voor zijn werk als botanicus faam geniet. Hij verbleef 49 jaar op Ambon en is de auteur van Het Amboinsche kruidboek.

Leven[bewerken]

Rumphius was de zoon van een architect. De broer van zijn moeder was gouverneur in Kleve. In 1646 nam hij dienst bij de WIC om in Nederlands-Brazilië te vechten voor het behoud van de kolonie. Rumphius kwam echter om onbekende redenen in Portugal terecht en verbleef daar enkele jaren. Na een bezoek aan zijn familie in Hanau tekende hij opnieuw, ditmaal als militair ingenieur bij de VOC. In 1653 kwam Rumphius in Batavia aan. Hij nam in 1657 zijn ontslag en accepteerde een baantje als ambtenaar op een afgelegen post aan de noordkust van Ambon, waar het leven duur was en weinig te beleven viel en trouwde met een halfbloed, mogelijk van Chinese afkomst. Rumphius begon de natuur rondom hem te bestuderen, te beginnen met de klapperboom, de areca en fruitbomen, zoals de doerian. Hij bestudeerde de taal en leerde van de plaatselijke bevolking over het medicinale gebruik van planten. In 1662 reisde hij op en neer naar Banda. Hij besloot een boek te schrijven in het Latijn over de natuur op de specerijen-eilanden. In 1668 vroeg hij een soort van sabbatical aan. Twee jaar later werd hij blind, maar dat weerhield hem er niet van om door te werken. Hij kreeg een klerk tot zijn beschikking en zijn vrouw assisteerde bij de werkzaamheden.

In november 1671 waren er al aardbevingen op het eiland en in juli 1673 kon men rokende vulkanen zien. Op 17 februari 1674 werden Ambon en de omringende eilanden getroffen door een tsunami als gevolg van een zeebeving in de Bandazee. De golf die de kust van de eilanden volledig verwoestte, zou minstens 3 meter meter hoog zijn geweest. Diverse personen hielden zich vast aan de kanonnen of werden gered uit hoge klapperbomen. De kerk van dominee François Caron kon niet meer gebruikt worden. De ramp kostte minstens 2.243 mensen het leven.[1] De botanicus verloor zijn vrouw en een kind.[2]

Rumphius genoot de bescherming van de gouverneurs-generaal van de VOC: Joan Maetsuycker gaf hem de garantie dat hij 'curieuse studiën' kon voortzetten. Rijklof van Goens stuurde hem personeel om het werk af te maken. Rumphius besloot niet langer het Latijn voor zijn publicatie te gebruiken. De activiteiten van Rumphius waren inmiddels in Europa bekend en rond 1680 werd hij tot lid benoemd van het Deutsche Akademie der Wissenschaften Leopoldina, een wetenschappelijk genootschap in Wenen.

In 1687 was hij bijna klaar met de voorbereiding van de publicatie van het Amboinsche kruidboek, maar bij een brand werden alle tekeningen verwoest. In 1688 nam de compagnie een kunstenaar en Rumphius' zoon in dienst om de botanicus te helpen. Ook Isaac de l'Ostal de Saint-Martin was een van zijn beschermers. In 1690 werden zes van de uiteindelijk twaalf delen naar Batavia verscheept en daar uitgegeven. In 1697 was de rest klaar voor publicatie. Het gigantische werk van maar liefst 1661 foliobladen werd naar de Republiek verscheept maar verdween naar de zeebodem in een zeegevecht. Gelukkig had Johannes Camphuys kopieën laten maken en het lukte uiteindelijk toch zijn werk uit te geven, hoewel het tot na 1741 duurde voor het in zijn geheel verscheen. Het werk legde de basis voor het wetenschappelijk onderzoek naar de flora en fauna van de Molukken en de zee eromheen.

Rumphius begon aan een mineralogische studie van eilanden in de archipel. Hij stuurde een verzameling Molukse schelpen naar Cosimo III de' Medici.

Werken[bewerken]

  • Amboinsche Rariteitkamer - over schelpen en andere curiosa (verscheen postuum in 1705);
  • Amboinsche Historie;
  • Amboinsche Lant-beschrijvinge - geografie;
  • Amboinsch Dierboek - verloren gegaan.

Externe links[bewerken]

Noten