Nederlands-Brazilië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederlands-Brazilië
Nieuw Holland
Kolonie
 Koloniaal Brazilië 1630 – 1654 Koloniaal Brazilië 
Bandeira Nieuw Holland.PNG Brasil Holandês.PNG
Kaart
Nederlands-Brazillië.jpg
Algemene gegevens
Hoofdstad Mauritsstad
Munteenheid Braziliaanse Guldens (geslagen door de WIC)
Regering
Legislatuur Raad van Brazillië
De verdeling van Zuid-Amerika tussen Spanje, Portugal en Nederland rond 1650.
Slag bij Guararappes

Nederlands-Brazilië (officieel: Nieuw Holland; Portugees: Nova Holanda) was van 1630 tot 1654 een Nederlandse kolonie in Zuid-Amerika.
Brazilië was oorspronkelijk al gekoloniseerd door Portugal, en deze kolonies werden voor een deel overgenomen door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De verschillende gouverneurs van de kolonie trachtten zo veel mogelijk immigranten naar het gebied te lokken, met matig succes. Uiteindelijk werden de Nederlanders in 1654 uit het gebied verjaagd door de Portugezen. Nu behoort die regio tot Brazilië.

Geschiedenis[bewerken]

Na de successen van de kaperschepen van de West-Indische Compagnie in 1627 en 1628, waaronder de overmeestering van de Spaanse zilvervloot door Piet Hein in het jaar 1628, had de West-Indische Compagnie genoeg geld om de koloniale macht van de dominante koninkrijken van het Iberische schiereiland verder aan te tasten.

De verovering[bewerken]

Begin 1629 werd door de Heren Negentien van de WIC besloten om zich eerst de Portugese bezittingen in Noord-Oost Brazilië eigen te maken, nadat de bezetting van Salvador da Bahia in 1624-1625 op een mislukking was uitgelopen. De Portugezen hadden de stad met de hulp van een omvangrijke Spaans/Portugese armada weten terug te veroveren. De noordkust van Brazilië bood een goede uitvalsbasis voor aanvallen op de Spaanse zilvervloten en daar bevond zich het merendeel van de suikerproductie. In 1630 wist een expeditieleger bestaande uit 67 schepen en 7000 manschappen onder admiraal Hendrick Lonck en kolonel Diederick van Waerdenburgh enkele versterkingen rond Recife en Olinda in het Noorden van Brazilië te veroveren op de Portugezen (Beleg van Recife). Ondanks de snelle en gemakkelijke overwinningen op de noordkust slaagde men er toch niet in om de hele Portugese kolonie te veroveren, waardoor de Portugezen een bedreiging bleven. In 1631 werd bij een Slag om Recife een aanval van een Spaans/Portugese Armada afgeslagen, maar in het binnenland wisten de Portugezen in hun versterkte kamp Arraial do Bom Jesus nog jaren stand te houden. Gesteund door nieuwe versterkingen vanuit de Republiek en enkele overlopers uit het Portugese kamp, was de, inmiddels tot gouverneur aangestelde, van Waerdenburgh in staat meerdere capitaniën in het Noord-Oosten te veroveren zodat hij uiteindelijk in 1634 de kust van Rio Grande tot aan Cabo do Santo Agostinho beheerste. Midden 1635 werd hier het binnenland van Pernambuco aan toegevoegd na de verovering van Arraial do Bom Jesus onder aanvoering van kolonel Arciszewski op 8 juni. Door het bezit van vele plantages werden de Nederlanders verleid het systeem van slavernij en slavenhandel, dat men in 1623 nog als onethisch had afgewezen, in 1635 volledig over te nemen.

Het tijdperk Maurits[bewerken]

In 1637 werd Johan Maurits van Nassau-Siegen naar de kolonie gestuurd om zowel bestuurlijk als financieel orde op zaken te stellen. Weliswaar hadden de 806 schepen van de WIC 547 Iberische bodems buitgemaakt tussen 1623 en 1636, maar de kosten van vloten, legers en voorraden waren vele malen hoger. Hij stichtte Mauritsstad op een eilandje tegenover de Portugese nederzetting Recife, voerde godsdienstvrijheid in om de portugezen het belijden van hun geloof mogelijk te maken, hervormde de rechtspraak en stelde in alle gebieden een schout en schepenen aan. Hij stimuleerde de suikerrietproductie door de suikerfabrieken die de WIC in beslag genomen had, per opbod te verkopen en de kopers leningen te verstrekken. Tenslotte beveiligde hij het land tegen invallers door onder meer aan te buiten grenzen zoals bij Penedo aan de rivier São Francisco, versterkingen te bouwen. Daarnaast liet hij het landschap, de inwoners, de flora en fauna vastleggen door kunstschilders Frans Post en Albert Eckhout. Wetenschappelijk onderzoek naar flora, fauna, tropische ziektes, meteorologie en geografie door de astronoom Georg Markgraf en de arts Willem Piso resulteerde in de Historia Naturalis Brasiliae. Dit werk gold voor lange tijd als de meest gezaghebbende wetenschappelijke publicatie over Brazilië.

De Nederlanders in Brazilië[bewerken]

Mede door de godsdienstvrijheid kozen grote aantallen Amsterdamse Joden ervoor om naar de kolonie te emigreren. Er ontstonden twee grote groepen, te weten: Zur Israel (Rots van Israel) in Recife en Maguen Abraham (Schild van Abraham) in Mauritsstad. De synagoge die in Recife werd gebouwd was de eerste op het continent Amerika. Nadat Maurits in 1644 werd teruggeroepen nam het aantal zich vestigende Joden af. Dit was mede te wijten aan de beginnende weerstand tegen de Nederlandse bezetting én de afnemende tolerantie voor niet-katholieken. De meeste Joden keerden terug naar Amsterdam. Sommige trokken echter naar andere Nederlandse koloniën in Amerika zoals Suriname, de Antillen en vooral Nieuw-Nederland. Maar ook daar verkregen ze niet de vrijheid die ze hadden gekend. Daarom kwamen de meesten weer terug in Amsterdam.

De Nederlanders bleven tijdens hun krappe 24 jaar van heerschappij over de Braziliaanse noordkust een minderheid. Hierdoor ontstond een wankel evenwicht tussen de Nederlandse protestantse bestuurselite en de Portugese katholieke landadel. Gedurende het tijdperk Maurits bleef het evenwicht mede in stand omdat de vrijhandel die in 1634 was ingevoerd maar in 1636 door de Staten-Generaal herroepen, onder Johan Maurits weer hersteld werd. Dit betekent dat de inwoners van Nieuw Holland vrij konden handelen (onder inhouding van in- en export belasting) in alle goederen behalve Negerslaven, verfhout en munitie waarvan het alleenrecht bij de WIC bleef. De Nederlandse calvinisten waren echter niet populair onder de Portugese katholieken. Dit leidde uiteindelijk tot verschillende bloedige opstanden die vanuit Bahia ondersteund werden.

De oorlog[bewerken]

Tot 1640 was Portugal in personele unie verenigd met Spanje. Dat jaar ondersteunde de Republiek de Portugese onafhankelijkheidsstrijd tegen Filips IV van Spanje, die geleid werd door Johan II van Bragança, en men poogde met de nieuwe bondgenoten in Brazilië tot een modus vivendi te komen. Toen Johan Maurits echter verdwenen was, liepen de spanningen hoog op. In 1641 sloot Johan Maurits een verdrag met de Portugezen. In april 1642 werd hij door de bewindvoerders van de WIC echter aangezegd om in het voorjaar van 1643 terug te keren.

In 1645 kwam het tot een algemene opstand die het begin vormde van een moorddadige jungleoorlog; ondertussen moesten de Nederlandse troepen ook nog vechten met legertjes van weggelopen slaven, zoals dat van Palmares. Na de dood van Joost van Trappen Banckert in 1647 werd viceadmiraal Witte de With met een vloot naar de kolonie gezonden, maar hij verzette zich tegen het plan van de Raad van Brazilië om zijn matrozen als landsoldaten in te zetten. In 1649 leden de Nederlanders verschillende zware nederlagen o.a. in de Slag bij Guararapes en met moeite werd voorkomen dat de hele kolonie verloren ging.

De aftocht[bewerken]

In 1654 werden de Nederlanders, die vanwege de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog niet meer door het moederland bijgestaan konden worden, alsnog verdreven door de Portugezen die het gebied weer bij hun kolonie voegden.[1] Op 26 januari gaf de kolonie zich over bij de Capitulatie van Taborda. De Portugese heerschappij werd echter niet als zodanig erkend. Nadat in mei 1654 met Engeland de Vrede van Westminster was getekend begon de Republiek te eisen dat Brazilië zou worden teruggegeven. In 1657 kwam het tot een volle oorlog met Portugal die leidde tot een blokkade van de Portugese westkust waarbij in december 1657 21 schepen van de Suikervloot uit Brazilië door de Ruyter veroverd werden. Onder druk van de Fransen en de Engelsen kwam het uiteindelijk tot onderhandelingen die in juli 1658 begonnen. Na de restauratie van Karel II op de Engelse troon werden de onderhandelingen versneld en besloot de Staten-Generaal op aangeven van Raadspensionaris Johan de Witt in 1661, zonder de steun van Zeeland, Gelderland en Groningen dus in strijd met de Unie van Utrecht, de vrede goed te keuren. Op 6 augustus 1661 werd de Vrede van Den Haag getekend: Portugal erkende er de verliezen in Azië en diende de tegenwaarde van 63 ton goud (4 miljoen Cruzados of 8 miljoen Carolusguldens) te betalen als compensatie voor hun gebieden in Brazilië, die de Nederlandse Republiek nu voorgoed afstond. De laatste Joden die er nog woonden kregen drie maanden de tijd om te vertrekken.[2] Onderhandelingen over de Portugese betalingen duurden tot in de achttiende eeuw en de som zou uiteindelijk nooit geheel worden voldaan.[3]

Bekende plaatsen[bewerken]

Mauritsstad en Recife

Bekende plaatsen waren, van noord naar zuid:

Tegenwoordig[bewerken]

Vandaag de dag horen alle gebieden die ooit van de Nederlanders zijn geweest in die regio tot Brazilië. Er zijn nog enkele forten en gebouwen over die herinneren aan de voormalige overheersing van de WIC. Ook wordt de Nederlandse bevelhebber Johan Maurits nog steeds herdacht. Schilderijen die tijdens het Nederlandse bewind door Nederlandse schilders zijn gemaakt zijn te zien in verschillende musea.

Bibliografie[bewerken]

  • Gonsalves de Mello, J.A., Nederlanders in Brazilië (1624-1654) [vertaald uit het Portugees door: G.N. Visser]. Zutphen: Walburg Pers, 2001. ISBN 90-5730-174-1
  • Van Groesen, Michiel, ed., The Legacy of Dutch Brazil, Cambridge University Press, New York, 2014. ISBN 978-1-1070-6117-0
  • Van Groesen, Michiel, Amsterdam's Atlantic: Print Culture and the Making of Dutch Brazil, University of Pennsylvania Press, Philadelphia, 2016. ISBN 978-0-8122-4866-1
  • Wiesebron, M.L., Brazilië in de Nederlandse archieven (1624 - 1654). Documenten in het Koninklijk Huisarchief en in het Archief van de Staten-Generaal. Leiden: Universiteit Leiden, 2008. ISBN 978-90-5789-157-1
  • Boxer, Charles R., De Nederlanders in Brazilië 1624-1654, ISBN 90 218 2352 7
  • Evaldo Cabral de Mello, De Braziliaanse Affaire [vertaald uit het Portugees door: Catherine Barel], Zutphen: Walburg Pers

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Gebieden in handen van de WIC

Gouvernementen: Goudkust* · Nederlands Brazilië · Nederlandse Antillen · Nederlands-Guiana (Berbice* · Cayenne · Demerary* · Essequebo* · Pomeroon · Suriname*) · Nieuw-Nederland

Gebieden met een directeur: Maagdeneilanden

Gebieden met een baron: Tobago (geleend aan Cornelis Lampsins)

Factorijen / handelsposten: Arguin · Loango-Angolakust · Senegambia · Slavenkust

Gebieden in handen van de VOC

Gouvernementen: Amboina* · Banda* · Batavia* · Ceylon · Coromandelkust* · Formosa · Java's Noordoostkust* · Kaapkolonie* · Makassar* · Malakka* · Mauritius · Molukken*

Directoraten: Vestingen in Bengalen · Vestingen in Perzië · Suratte

Commandementen: Bantam* · Malabar · Sumatra's Westkust*

Residenten: Bandjarmasin* · Cheribon* · Palembang* · Pontianak*

Gebieden met een opperhoofd: Birma · Dejima* · Vestingen in Siam · Timor · Tonquin

Factorijen: Vestingen in China

Gebieden in handen van de Noordse Compagnie

Nederzettingen: Amsterdam eiland (incl. Smeerenburg) · Jan Mayen

Overige gebieden in handen van de Staat

Vestingen: Acadia · Fort Nassau · Zoutpannen in Venezuela

*: Gebieden ook in handen van de Bataafse Republiek geweest.