Suriname (kolonie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nederlands-Guiana / Suriname
Nederlandse kolonie
1667 – 1954 Suriname (Koninkrijk der Nederlanden) 
Flag of the Netherlands.svg Coat of arms of Dutch colony of Surinam.svg
(Details)
Kaart
1700
1700
Algemene gegevens
Hoofdstad Nieuw-Middelburg
Talen Nederlands
Volkslied Wilhelmus
Regering
Regeringsvorm Kolonie
Staatshoofd Koning der Nederlanden
Plv. staatshoofd Gouverneur van Suriname

Suriname was van 1667 tot 1954 een Nederlandse kolonie in Guyana. Het lag ten oosten van de eveneens Nederlandse kolonie Berbice (later onderdeel van Brits-Guiana, nu onafhankelijk als Guyana) en ten westen van Frans-Guyana. Suriname kwam in Nederlandse handen na de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Bij de Vrede van Breda kreeg Nederland de soevereiniteit over Suriname in ruil voor Nieuw-Nederland (dat door de Engelsen werd hernoemd tot New York). In 1954 werd Suriname een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden tot het in 1975 onafhankelijk werd als de Republiek Suriname.

Suriname stond samen met de andere Nederlandse kolonies (Essequebo, Demerary, Berbice en Pomeroon) bekend onder de verzamelnaam Nederlands-Guiana. Nadat alle andere kolonies in Britse handen waren gekomen (1815), stond de benaming Nederlands-Guiana feitelijk synoniem voor Suriname. De kolonie stond van het eind van de 17e tot het eind van de 18e eeuw onder het bestuur van de Sociëteit van Suriname, welke in 1795 door de Bataafse Republiek werd genationaliseerd.

Leven in de Kolonie[bewerken]

De kolonie bestond voornamelijk uit plantages voor de productie van onder andere koffie, suiker, katoen en indigo. Deze plantages waren grotendeels langs de rivieren gelegen in de nabijheid van de Atlantische kust en Paramaribo, de hoofdstad van de kolonie. Rond 1770 waren de meeste voor de export producerende plantages in gebruik, 400 in totaal.[1] Op de plantages werkten slaven die door de West-Indische Compagnie uit Afrika werden gehaald. Ook in Paramaribo woonden veel slaven, het leven verliep er echter op een meer vergelijkbare wijze met andere steden uit die tijd met zeer uiteenlopende sectoren, zoals allerhande ambachten en diensten. Slaven konden in vrijwel al deze sectoren actief zijn. Een deel had de mogelijkheid zichzelf te verhuren om zo een afgesproken loon te verdienen voor hun baas. Wanneer deze meer verdiende dan het afgesproken bedrag kon hij het overschot sparen om zich vrij te kopen. Vanaf het begin van de 19e eeuw zien we hierdoor een grote toename van het aantal vrije niet-blanke burgers in Paramaribo. De groep van ex-slaven en hun afstammelingen nam toe van 1.760 personen in 1791 tot 13.510 personen in 1862, het jaar voor de afschaffing van de slavernij in Suriname.[1] Ter vergelijk tussen 1811 en 1830 lag de bevolking van de gehele kolonie vrijwel stabiel op 56 duizend personen.

Emancipatie & contractarbeid[bewerken]

De slavernij werd in 1863 afgeschaft door aanname van de Emancipatiewet. Gedurende tien jaar moesten de geëmancipeerde slaven op de plantages blijven werken, dit maal tegen betaling. In dezelfde tijd werden ter vervanging van hun arbeid contractarbeiders uit China gehaald. Vanaf 1873 zocht men deze in Brits-Indië, totdat hier in 1916 een einde aan gemaakt werd door Mahatma Gandhi. Vervolgens werden er tot aan de Tweede Wereldoorlog vele contractarbeiders uit Java naar Suriname gehaald.

Zie ook[bewerken]

Gebieden in handen van de WIC

Gouvernementen: Goudkust* · Nederlands Brazilië · Nederlandse Antillen · Nederlands-Guiana (Berbice* · Cayenne · Demerary* · Essequebo* · Pomeroon · Suriname*) · Nieuw-Nederland

Gebieden met een directeur: Maagdeneilanden

Gebieden met een baron: Tobago (geleend aan Cornelis Lampsins)

Factorijen / handelsposten: Arguin · Loango-Angolakust · Senegambia · Slavenkust

Gebieden in handen van de VOC

Gouvernementen: Amboina* · Banda* · Batavia* · Ceylon · Coromandelkust* · Formosa · Java's Noordoostkust* · Kaapkolonie* · Makassar* · Malakka* · Mauritius · Molukken*

Directoraten: Vestingen in Bengalen · Vestingen in Perzië · Suratte

Commandementen: Bantam* · Malabar · Sumatra's Westkust*

Residenten: Bandjarmasin* · Cheribon* · Palembang* · Pontianak*

Gebieden met een opperhoofd: Birma · Dejima* · Vestingen in Siam · Timor · Tonquin

Factorijen: Vestingen in China

Gebieden in handen van de Noordse Compagnie

Nederzettingen: Amsterdam eiland (incl. Smeerenburg) · Jan Mayen

Overige gebieden in handen van de Staat

Vestingen: Acadia · Fort Nassau · Zoutpannen in Venezuela

*: Gebieden ook in handen van de Bataafse Republiek geweest.