Georges Brassens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Georges Brassens in 1964

Georges Brassens (Sète, 22 oktober 1921Saint-Gély-du-Fesc, 29 oktober 1981) was een Franse chansonnier.

Biografie[bewerken]

Hoewel Brassens uitgroeide tot een van de populairste auteurs en vertolkers van het Franse chanson was zijn debuut moeizaam. Toen hij bekend werd, schreef hij al meer dan tien jaar chansons en had hij vrijwel zonder inkomsten geleefd. Als hij niet was geholpen door vrienden was hij onbekend gebleven en zou hij waarschijnlijk clochard zijn geworden.

Dankzij zijn vrienden kwam hij begin 1952 in contact met Patachou die in hem onmiddellijk een talent herkende. Zij voorspelde dat hij binnen een jaar beroemder zou worden dan zijzelf. Dat gebeurde inderdaad nadat hij in haar cabaret optrad. Moest optreden, want hij beschouwde zichzelf als auteur en componist, hij dacht er geen moment aan om zelf op te treden. 'Ik ben toch geen circusartiest!' had hij gezegd toen Patachou aandrong.

Hoewel Patachou enkele chansons van hem kocht, vond ze dat hij zijn eigen chansons moest zingen omdat ze zo persoonlijk waren dat niemand anders ze zou kopen. Hij werd door een deel van zijn publiek bemind om zijn non-conformistische liedjes, maar menigeen was geschokt door zijn directe taal. Hierover zegt hijzelf in een (niet gepubliceerd) gedicht:

"Ma muse est sans conteste une franche poissarde, qui n'a pas peur des mots, qui l'a prouvé déjà, qui vous enfourche son Pégase à la hussarde, qui plutôt deux fois qu'une appelle un chat, un chat". (Mijn muze is zonder twijfel een eerlijke viskoopvrouw die zoals ze bewezen heeft niet bang is voor woorden, die haar Pegasus zonder manieren berijdt, die liever twee keer dan één een kat een kat noemt).

Veel van zijn liedjes werden verboden voor de Franse en Zwitserse radio (soms gekuist).

Georges Brassens stierf in 1981 op zestigjarige leeftijd en werd bijgezet in het familiegraf van Brassens op de armenbegraafplaats 'Le Py' van Sète.

Stijl[bewerken]

Teksten[bewerken]

Zijn liedjes waren niet alleen schokkend omdat ze recht-voor-zijn-raap-woorden bevatten, maar ook omdat ze zo indruisten tegen de normen en waarden van toen (rond 1953).

In de honderden liedjes die hij schreef komen typische en uiteenlopende personages tot leven: boerenmeisjes, vlinderjagers, hoeren, verliefde stelletjes, gendarmes, hoorntjesdragers, kruimeldieven, overspelige vrouwen, trouwe echtgenoten, pastoors, doodgravers, moordenaressen, dronkenlappen... Hij neemt het op voor mensen die traditioneel door het publiek geminacht wordt, de croquants, de brave burgers met hun vooroordelen. Hij schreef over ontrouw, dreef er de spot mee zoals in Le cocu of verhief het tot iets bijna nobels zoals in Pénélope. Hij schreef over de dood, over God de Vader en de hemel, maar hij was een overtuigd atheïst. Hij was fel antiklerikaal, maar kwam op voor de dorpspastoor die een Heilige Mis voor een gehangene opdroeg.

Zijn eigenzinnigheid blijkt duidelijk nadat hij kritiek kreeg op het feit dat hij nooit een lied tegen de Frans-Algerijnse oorlog schreef. Hij schreef daarop een lied tegen het protestlied: Iedereen moet naar eigen eer en geweten handelen. Hij stierf voordat dit lied kon worden opgenomen. Zijn vriend Jean Bertola heeft het geïnterpreteerd op een plaat die na zijn dood is uitgegeven.

Muziek[bewerken]

Vrijwel al zijn melodieën dragen zijn heel persoonlijke signatuur, ze zijn herkenbaar maar onopvallend, uitsluitend bedoeld als de dragers en versterkers van de teksten. Hij bleef tot zijn dood trouw aan zijn oorspronkelijke eenvoudige stijl, waarin hij zichzelf begeleidde op de gitaar. De rest van zijn orkest bestond uit Pierre Nicolas, contrabas en vaak een sologitarist. Zijn muziek doet voor sommigen soms monotoon aan. Bij nadere beschouwing blijken zijn melodieën even meesterlijk als zijn teksten en ze kunnen een eigen leven leiden. Veel van zijn muziek is gebruikt door jazzmuzikanten.

Vriend van de dichters[bewerken]

In Frankrijk staat hij bekend als een grote vriend van de dichters. Veel gedichten van verschillende dichters zijn door Brassens uitgezocht, aangepast, op muziek gezet en vertolkt:

Een greep uit de chansons[bewerken]

  • Chanson pour l'Auvergnat. Een gedeeltelijk autobiografisch lied, geschreven in 1944, waarin hij zijn hospita en hospes (Jeanne en Marcel) bedankt voor de vele jaren dat zij hem gratis onderdak en te eten hebben gegeven. Dit, terwijl zijzelf zeer arm waren en hun kleine woning geen stromend water, geen elektriciteit en geen verwarming had. Ook nadat Brassens beroemd was geworden en veel geld tot zijn beschikking kreeg (waarvan hij het grootste gedeelte weggaf) bleef hij er nog vele jaren wonen.
  • Brave Margot. Het verhaal van Margootje, een herderinnetje dat een verloren poesje adopteert en dagelijks de borst geeft. Het leven in het dorpje kwam stil te staan doordat alle mannen naar het tafereeltje kwamen kijken. De vrouwen uit het dorp werden zo kwaad dat ze het poesje doodsloegen. Ter vertroosting nam het herderinnetje een echtgenoot en liet haar charmes nooit meer aan iemand anders zien.
  • Les copains d'abord. Een aanklacht tegen de mentaliteit van bemanning van het marineschip de Meduse die na een schipbreuk zelf als eerste de reddingsboten bezetten. Er zijn nog een paar overlevenden aan land gekomen die een vlot uit het wrakhout samengesteld hadden. Een aantal van deze schipbreukelingen is op het vlot van ontbering gestorven. Een schandaal van de eerste orde dat pas later in Frankrijk bekend werd. Er bevindt zich in het Louvre te Parijs een schilderij van Théodore Géricault, genaamd Le radeau de Meduse (Het vlot van de Meduse) met dit drama als onderwerp.

Brassens buiten het Franstalig gebied[bewerken]

Hoewel hij relatief weinig bekend is buiten Frankrijk, België, Zwitserland en Quebec, spreken zijn teksten en melodieën toch een aantal mensen aan in de meest uiteenlopende landen. Vertalingen van zijn chansons bestaan onder meer in het Engels (Graeme Allwright), Duits (Ralf Tauchmann]), Spaans (Paco Ibañez e.a.), Creools (Sam Alpha), Italiaans, Russisch, Hebreeuws, Esperanto, Japans en vele andere talen.

Een aantal van de chansons werd in het Nederlands vertaald door Ernst van Altena en door onder meer Ronnie Potsdammer gezongen en op de plaat gezet. Het zingen in vertaling van: Funérailles d'antan (De lijkzang van weleer) voor VARA-televisie leverde Potsdammer destijds een boycot van een jaar op. Gerard Wijnen heeft inmiddels het gehele oeuvre, 131 gedichten en chansons, vertaald in het Nederlands.

Discografie[bewerken]

Studio-opnamen[bewerken]

Titel[1] Eerste uitgave op langspeelplaat 33 toeren Eerste uitgave op compact disc
Jaar Format Label Jaar Label
La Mauvaise Réputation 1952 25 cm Polydor 2002 Mercury/Universal
Le Vent 1953 25 cm Polydor 2002 Mercury/Universal
Les Sabots d’Hélène 1954 25 cm Polydor 2002 Mercury/Universal
Je me suis fait tout petit 1956 25 cm Philips 2003 Mercury/Universal
Oncle Archibald 1957 25 cm Philips 2003 Mercury/Universal
Le Pornographe 1958 25 cm Philips 2003 Mercury/Universal
Les Funérailles d’antan 1960 25 cm Philips - -
Le temps ne fait rien à l'affaire 1961 25 cm Philips - -
Les Trompettes de la renommée 1962 25 cm Philips - -
Les Copains d'abord 1964 30 cm Philips 1996 Mercury/PolyGram
Supplique pour être enterré à la plage de Sète 1966 30 cm Philips 1996 Philips/Phonogram
Misogynie à part 1969 30 cm Philips 1996 Philips/Phonogram
Fernande 1972 30 cm Philips/Phonogram 1996 Mercury/PolyGram
Trompe-la-mort 1976 30 cm Philips/Phonogram 1996 Mercury/PolyGram

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Uitgegeven zonder titel, de alben hebben de naam van het eerste lied van de plaat.