Cabaret (kleinkunst)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cabaretier Herman Finkers tijdens een van zijn voorstellingen

Cabaret (uit het Frans, van Middelnederlands "cambret", van Oudfrans "camberete", diminutief van "cambre" (“chamber”), van Latijns "camera", van Oudgrieks "καμάρα" (kamara, "gewelfde kamer")) is een vorm van entertainment die vaak bestaat uit een combinatie van komedie, zang, dans, poëzie en theater. Iemand die aan cabaret doet noemt men een cabaretier (man) of cabaretière (vrouw). Cabaret wordt meestal opgevoerd in theaters, maar men kan het ook aantreffen in bijvoorbeeld nachtclubs en op radio en tv.

Geschiedenis[bewerken]

Cabaret was oorspronkelijk een term ter aanduiding van een 'kroeg' die echter geleidelijk een gunstigere klank kreeg. In 1881 opende de literair-muzikale Club des Hydropathes op Montmartre de sociëteit Le Chat Noir, welke gebeurtenis geldt als de geboorte van het cabaret litéraire of artistique.

De leden exposeerden eigen werk of droegen het voor en discussieerden. Grote aandacht trokken vooral de chansons van en door Aristide Bruant, Jouy, Macnab en anderen - meestal doortrokken van spot en aanklacht.

In essentie was het hedendaagse cabaret daar al aanwezig. Cabaret is creatief-ondernemend; het zoekt naar nieuwe (of vergeten oude) uitingsvormen en technieken. Verder is het fragmentarisch: het werkt als puntdichten en aforismen. Het vereist nauw contact met het publiek, waarvan het veel eist: aandacht, gevoel voor humor, een lenige intelligentie. Voorts dient het boven zijn stof te staan; ideaal cabaret is beschouwelijk, ironisch. Naar de vorm wijzigde het zich in de loop der jaren tot cabaret-theater.

De tweede bloei van het Franse cabaret brak door na 1945 dankzij een weelde aan talent, schrijvend en uitvoerend. Saint-Germain-des-Prés was het centrum. Tot de grootste verschijningen behoren het gezelschap Grenier-Hussenot (theater), de Frères Jacques (zang en mime) en de groep van Yves Joly (spel van voorwerpen).

Soorten cabaret[bewerken]

In de serie 'De wortels van het kwaad', een twaalfdelige serie over het Nederlandse cabaret, werden tien soorten cabaret onderscheiden. Dit zijn echter gekunstelde scheidslijnen; cabaretvoorstellingen zijn dikwijls een samenstelling van elementen uit de verschillende soorten.

Het studentikoze barkrukken-cabaret
Deze vorm ontstond rond 1960 in studentenkringen. Don Quishocking en Kabaret Ivo de Wijs zijn hier voorbeelden van. Doordat het enige decors drie of vier barkrukken zijn, komt de nadruk meer op de inhoud te liggen, die volgens Ivo de Wijs "lichtelijk ongegeneerd" wordt genoemd.
Het literaire cabaret
Hier ontbreken zelfs de barkrukken: alle vormen van aankleding worden zeer summier toegepast. Deze vorm van cabaret wordt chic genoemd of elitair. In 1972 werd het door een recensent "beschaafd amusement". Hoewel het vernuftig gebruik van de Nederlandse taal in vrijwel iedere cabaretvorm belangrijk is, ligt daar bij het literaire cabaret de nadruk op, misschien zelfs meer dan op de humor. Voorbeelden hiervan zijn Cabaret Pepijn en Lurelei.
Het chaos cabaret
Voorbeelden van het zogenaamde "chaos cabaret" zijn Brigitte Kaandorp en Bert Vischer. Het chaos cabaret is een combinatie van verhalend cabaret en visueel spektakel.
Het thema cabaret
In dit cabaret is er sprake van een thema dat als een rode draad door de voorstelling loopt, waardoor deze een kop en een staart heeft. Voorbeelden hiervan zijn Youp van 't Hek en Seth Gaaikema.
Het fysieke cabaret
Deze vorm werd door Waardenberg en De Jong geïntroduceerd. De tekst is hier van ondergeschikt belang. De cabaretiers maken gebruik van hun lichaam.
Het typetjes cabaret
De cabaretier vertelt absurde verhaaltjes en speelt idiote typetjes.
Voorbeelden hiervan zijn Toon Hermans, Urbanus, Najib Amhali, Bert Visscher, Andre van Duin, Tineke Schouten.
Het televisie cabaret
Deze vorm werd door de VARA en de VPRO ontwikkeld. Het televisie cabaret vindt niet in het theater plaats, maar wordt opgenomen in de studio, zodat er gebruik kan worden gemaakt van montage en dergelijke. Nestors in het genre zijn Kees van Kooten en Wim de Bie. Een ander voorbeeld is Jiskefet.
De vernieuwers
De vernieuwers zijn de cabaretiers die de grenzen van het cabaret verleggen. Wie de vernieuwers zijn, verschilt natuurlijk per tijd. Hans Teeuwen was ooit een vernieuwer, De vliegende panters, en tegenwoordig Micha Wertheim.
stand-upcomedy
Vergeleken met het Nederlandse cabaret is het theatrale element bij stand-upcomedy beperkt. In plaats van langere nummers en muzikale onderdelen bestaat het slechts uit korte humoristische anekdotes.
Voorbeeld: Raoul Heertje, Jörgen Raymann.
cabaret op maat
De cabaretier is te gast bij een overheid, instelling, of bedrijf en richt zijn satire op het onderwerp ter plekke.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]