Gerrit Achterberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gerrit Achterberg
Achterberg in 1936
Achterberg in 1936
Algemene informatie
Geboren 20 mei 1905, Nederlangbroek
Overleden 17 januari 1962, Leusden
Beroep dichter
Werk
Bekende werken Afvaart,
En Jezus schreef in 't zand
Onderscheidingen P.C. Hooft-prijs, Constantijn Huygens-prijs
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Gerrit Achterberg (Nederlangbroek, 20 mei 1905Leusden, 17 januari 1962) was een Nederlands dichter. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie. Zijn werk werd onderscheiden met onder meer de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygens-prijs.

Biografie[bewerken]

Hommage aan Gerrit Achterberg. Bronzen beeld in Noordwijk door Willem Berkhemer.

Achterberg was de tweede zoon van Hendrik Achterberg en Pietje van de Meent, in een calvinistisch gezin met acht kinderen.[1] Zijn vader was aanvankelijk koetsier van de familie van Lynden van Sandenburg en later, na de toegenomen populariteit van de automobiel, boer. Vader stamde in rechte lijn af van graaf Floris V en van Jan Pietersz Sweelinck. Moeder was het onechte kind van een adellijk persoon (door Achterberg zelf aangeduid als "Baron van Beukelaar".[2]

Achterberg blonk uit op school en begon in 1924 een carrière als onderwijzer. Zijn literaire debuut vond in hetzelfde jaar plaats: samen met Arie Dekker, die hem tot schrijven stimuleerde, publiceerde hij de bundel De zangen van twee twintigers. Hij beschouwde het werk later als een jeugdzonde.

Door zijn omgeving werd Achterberg intussen steeds meer beschouwd als een introverte zonderling. Een verloving werd verbroken nadat hij, met een pistool in de hand, had gedreigd met zelfmoord en hij werd afgekeurd voor militaire dienst wegens 'zielsziekte'.

Zijn carrière als dichter kreeg pas duidelijk gestalte nadat Roel Houwink zich als zijn literaire mentor ontpopte. Het eerste resultaat was de bundel Afvaart (1931) waarin Achterbergs hoofdthema al aanwezig is: het oproepen van de gestorven geliefde.[3] Na de publicatie van Afvaart raakte Achterberg in een geestelijke crisis. Hij werd enkele keren opgenomen in een psychiatrische inrichting en had veel problemen in relaties met vrouwen. De verwarring die dat met zich meebracht leidde bij Achterberg vaak tot gewelddadige buien.

De ontwikkelingen mondden uit in een tragedie. Achterberg had in 1934 het onderwijs verruild voor een baan als landbouwcrisisambtenaar bij de Crisis Vee Centrale in Utrecht. Hij woonde aldaar in de Boomstraat 20-bis op kamers bij zijn hospita Roel van Es (Roeltje van den Berg). Daar zou Achterberg direct interesse in haar dochter hebben getoond.[4] Alhoewel haar dochter dit tegenspreekt, kreeg Achterberg volgens sommigen een relatie met Roel van Es, hoewel hij inmiddels verloofd was. Op 15 december 1937 schoot Achterberg de toen 40-jarige vrouw dood en verwondde hij haar 16-jarige dochter Bep in de commotie die was ontstaan nadat hij op zijn kamer getracht had Bep te overweldigen[5]. Hij meldde zich zelf bij de politie en werd tot tbs veroordeeld. Tot augustus 1943 verbleef hij in diverse (forensisch-)psychiatrische inrichtingen. Daarna volgde een periode van resocialisatie tot de tbs in 1955 definitief werd opgeheven. Bep sprak hierover in 1972 en 2002 nog met journalisten.[4] Zij overleed als slachtoffer én enige getuige van de moord op 20 oktober 2007 te Apeldoorn.[6]

Literair produceerde Achterberg onderwijl een stroom aan nieuw werk. Tussen 1939 en 1953 verschenen 22 bundels. En Jezus schreef in 't zand (1947) werd in 1949 onderscheiden met de P.C. Hooft-prijs. Ballade van de gasfitter (1953) kreeg in 1954 de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam en in 1959 kreeg Gerrit Achterberg voor zijn gehele werk de Constantijn Huygens-prijs toegekend.

In 1946 trouwde Achterberg met een jeugdvriendin: Cathrien van Baak van wie in kleine kring bekend was dat ze in de oorlog NSB'ster was geweest en minnares van een Duitse SS'er. Het echtpaar ging op de eerste etage van de villa Mariahoeve te Hoonte (Neede) wonen. De laatste jaren van zijn leven woonde hij samen met haar in Leusden waar hij in 1962 aan een hartaanval overleed.

Achterbergs persoonlijke problemen en zijn drankzucht werden lange tijd door zijn vrienden en bewonderaars toegedekt met de mantel der liefde. Pas latere publicaties zorgden voor correctie op het beeld van deze dichter.

Prijzen[bewerken]

Het gedicht "Kleine ode aan het water" op een gevel te Leiden, Rijnkade 8.

Bibliografie[bewerken]

Gedicht "Kleine kabalistiek voor kinderen" als muurgedicht in Leiden (1987-200X)
  • 1925 – De zangen van twee twintigers
  • 1931 – Afvaart
  • 1939 – Eiland der ziel
  • 1940 – Dead end
  • 1941 – Osmose
  • 1941 – Thebe
  • 1944 – Eurydice
  • 1944 – Morendo
  • 1944 – Sintels
  • 1946 – Cryptogamen
  • 1946 – Energie
  • 1946 – Existentie
  • 1946 – Limiet
  • 1946 – Radar
  • 1946- "vervulling"
  • 1946 – Sphinx
  • 1946 – Stof
  • 1947 – Doornroosje
  • 1947 – En Jezus schreef in 't zand
  • 1949 – Hoonte
  • 1949 – Sneeuwwitje
  • 1950 – Mascotte
  • 1953 – Ballade van de gasfitter
  • 1953 – Cenotaaph
  • 1953 – Ode aan Den Haag
  • 1954 – Autodroom
  • 1957 – Spel van de wilde jacht
  • 1961 – Vergeetboek
  • 1969 – Blauwzuur[7]

Trivia[bewerken]

  • De Koninklijke Bibliotheek heeft een deelcollectie Gerrit Achterberg, waarin nagenoeg alle auteursexemplaren van zijn bundels zijn opgenomen.
  • Van Achterberg is een marmeren standbeeld van de hand van Willem Berkhemer geplaatst in Wageningen. Het bronzen oermodel van dit standbeeld is geplaatst op het terrein van de "Willem van den Bergh" aan de Zwarteweg 20 te Noordwijk ZH (zie afbeelding). Dit gebeurde na een publicatie van directeur zorgzaken Huib van den Doel, waarin werd aangetoond dat Achterberg ook licht verstandelijk gehandicapt was.[8]