Gevonden voorwerp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bioscoopjournaal uit 1949: Op Schiphol worden in vliegtuigen achtergelaten en nooit meer opgehaalde spullen geveild.
Bureau gevonden voorwerpen op een Pools station

Gevonden voorwerpen is een verzamelterm voor al die zaken die het eigendom of persoonlijk bezit van iemand anders zijn en na verlies door anderen zijn teruggevonden. Het begrip wordt vaak gebruikt voor een afdeling of dienst waar zulke voorwerpen worden verzameld. Veel grote steden, vliegvelden en openbaarvervoerbedrijven hebben een afdeling voor gevonden voorwerpen.

Wet- en regelgeving in Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Vinderschap (Nederlands recht) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek[1] wordt exact beschreven welke plichten vinders hebben als ze een voorwerp (inclusief huisdieren) vinden. Tevens is vastgesteld wie de uitvoerende verantwoordelijkheid heeft. Deze ligt te allen tijde bij de gemeente, hoewel soms de politie wordt ingeschakeld voor het afgeven van gevonden voorwerpen. De digitale overheid maakt dit proces beter mogelijk met online aangifteformulieren en/of door samenwerking met andere partijen.

Aangifte van verlies[bewerken]

Als een persoonlijke zoektocht niets heeft opgeleverd of niet haalbaar kan aangifte gedaan worden. Veel gemeentes bieden een elektronisch aangifteformulier. Sinds 1 januari 2013 behoren gevonden voorwerpen niet meer tot de taak van de politie. Bij de Nederlandse Spoorwegen worden spullen nog 5 dagen op het station bewaard en daarna naar Utrecht gestuurd.[2] Als de spullen niet meer op het desbetreffende station te vinden zijn, kan men via een formulier op internet of telefonisch melding doen. Daarnaast zijn er diverse websites voor gevonden en verloren voorwerpen in het algemeen.

Als de waardeschatting door de vinder voldoende hoog is, behoort deze aangifte doen van de vondst. Dit doet de vinder bij dezelfde soort instanties of websites als de rechtmatige eigenaar. De eerlijke vinder mag hierbij aangeven eigenaar te willen worden van het gevonden voorwerp als dit binnen 1 jaar niet wordt opgeëist.[3] Hij mag het voorwerp, mits de waarde hooguit € 450 is,[4] ook zelf in bewaring houden.

Betreffende instanties behoren de voorwerpen te bewaren en in conditie te houden. Grote instanties zoals gemeenten en NS bewaren voorwerpen slechts 3 maanden waarna deze worden geveild of verkocht. Dit in afwijking op de wet, waar een bewaarplicht van 1 jaar wordt genoemd.[3] Reden voor deze beperking in termijn zijn de hoge kosten van opslag en conditionering.

Bij dieren kan wettelijk gezien na 2 weken worden gekozen om het dier te laten inslapen (afmaken).[5] Feitelijk nemen zowel gemeenten als politie geen dieren in ontvangst. Zij verwijzen naar een dierenasiel of een vergelijkbare instantie.

Van rijkseigendommen zoals een rijbewijs kan de vinder uiteraard geen eigenaar worden.

Koppeling van rechtmatige eigenaar en vinder[bewerken]

Bij een koppeling zal de rechtmatige eigenaar zijn eigendom terugkrijgen. Wettelijk gezien mag en kan de vinder een vindersloon van 10% van de economische waarde verlangen. Dat kan hij via de rechter opeisen.

Economische waarde[bewerken]

Totaalcijfers over gevonden en verloren voorwerpen in Nederland zijn er niet. Zeker is dat de NS duizenden voorwerpen per jaar gemeld krijgt, evenals gemeentes als Amsterdam. Wel staat vast dat deze groep 'voorwerpen' een aanzienlijke economische waarde vertegenwoordigen. Deze bestaat uit de volgende componenten:

  1. Economische waarde van het voorwerp
  2. Beloningswaarde
  3. Vervangingswaarde
  4. Proces- en beheerskosten bij gemeenten, andere instanties of websites.