Geweldloze communicatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Geweldloze communicatie (GC) of Nonviolent Communication (NVC) is een wijze van communiceren waarvoor Marshall Rosenberg een model heeft ontwikkeld. Rosenberg werd geïnspireerd door Carl Rogers en door vredesdenkers als Mahatma Gandhi en Martin Luther King. Het dynamische communicatiemodel is gebaseerd de elementen waarneming, gevoel, behoefte en verzoek. Ook de term compassievolle communicatie en andere bewoordingen worden gebruikt.

Definitie[bewerken]

De kern van geweldloosheid is dat men de intentie heeft om behoeftes van anderen niet te schaden. Het gaat hierbij om drie principes die elkaar in de praktijk deels overlappen[1]:

  • waarheidskracht, ook wel liefdeskracht, zijnskracht en satyagraha genoemd: het te allen tijde naleven van de (eigen) waarheid
  • niet-kwetsen, ahimsa: afzien van het toebrengen van kwetsuur of andere schade
  • ieders welzijn, sarvodaya: rekening houden met behoeftes van alle betrokkenen.

Het is niet per definitie mogelijk om te voorkomen dat men bij het uiten van irritatie een ander kwetst. Net zoals dat men een huis koopt dat een ander ook had willen hebben, dan brengt men die ander een vorm van schade toe. Daarom gaat het om de intentie, het niet toebrengen van te vermijden schade.

Elementen[bewerken]

De vier elementen van het gedachtegoed geweldloze communicatie zijn:

  1. Waarneming
  2. Gevoel
  3. Behoefte
  4. Verzoek

Toelichting op de elementen[bewerken]

Hier een korte toelichting op de vier fasen van een situatie waarin een conflict speelt, want dan 'komt het erop aan'. Het voorbeeld is: Klaas zit in de kroeg, terwijl hij zijn vriendin Karin had beloofd dat hij om etenstijd thuis te zijn.

de Waarneming = Feiten[bewerken]

Door feiten te (be)noemen schept men een gezamenlijke uitgangspositie voor het uiten van het ongenoegen. Als de ander de feiten anders heeft beleefd of geïnterpreteerd, blijkt dat snel. Hierdoor kunnen misverstanden worden voorkomen. Belangrijk bij deze fase is dat men neutrale termen gebruikt, de feiten benoemt zoals die zich voordoen en niet zegt dat iemand slordig of onhandelbaar is. In dit voorbeeld belt Karin Klaas op en spreekt een bericht in: "Je bent nog niet thuis, dat ervaar ik als strijdig met onze afspraak."

Gevoelens[bewerken]

Door gevoelens te benoemen maakt men duidelijk wat de feiten voor iemand betekenen. Karin zegt bijvoorbeeld: "Ik word hier onrustig van, ik zou vandaag koken en dat heb ik ook gedaan. Mijn verwachting was dat we een gezellige avond thuis hebben, maar nu heb ik het idee dat we eerst weer een moeilijk gesprek zullen hebben.".

Behoeftes[bewerken]

Door behoeftes te uiten vertelt men waarom het belangrijk voor diegene is. "Ik heb behoefte aan zekerheid en vertrouwen dat afspraken worden nagekomen."

Verzoek[bewerken]

Door het uiten van een verzoek neemt men de verantwoording voor het vinden van een oplossing die tegemoetkomt aan jouw behoeftes. Een verzoek is altijd een voorstel, de ander kan het overnemen of (deels) afwijzen. In dat laatste geval kan men ervoor kiezen om akkoord te gaan met een tegenvoorstel of om te gaan onderhandelen. Door het doen van een concreet verzoek maakt men duidelijk wat voor diegene op dat moment belangrijk is. Tot slot zegt Karin op de voicemail van Klaas "Ik wil dat je me direct terugbelt of eigenlijk dat je hier binnen vijf minuten voor de deur staat".

Als het goed is laat Klaas van zich horen. Het kan zijn dat hij de tijd is vergeten, dat hij pech heeft met zijn fiets of dat er een noodsituatie was waardoor hij niet in staat was te laten weten dat hij later zou komen. Het kan ook dat Klaas de afspraak anders heeft geïnterpreteerd en dat er onderhandeld moet worden over het tijdstip dat hij thuiskomt.

Voordelen van deze methode[bewerken]

  • Het geeft structuur aan een gesprek zodat men het doel ervan in het oog kan houden, ook als daarbij emoties spelen.
  • Het geeft ook rust, men weet dat het mogelijk is om de eigen behoeftes te combineren met behoeftes van anderen en morele waarden waarop de ander aanspreekbaar is.
  • Men ontdekt waar de verantwoordelijkheid begint en stopt: ieder is verantwoordelijk voor eigen interpretaties, gevoelens, behoeftes en handelingen. Men neemt het heft in handen terwijl anderen de kans krijgen dit ook te doen, voor henzelf.
  • Men weet dat er een kanaal is om woede of andere emoties te kanaliseren op een manier die het gesprek niet afbreekt, maar in stand houdt.
  • Door respect te geven vergroot men de kans dat men ook respect terugkrijgt.
  • Het verlaagt de drempel om aan te geven wat men dwars zit, zodat de uiting kan worden gegeven aan het ongenoegen. Dat is goed voor de eigen gezondheid en voor de relatie met de ander op de langere termijn.
  • Het geeft men en de ander de kans om te leren hoe hij of zij het beste met elkaar en anderen omgaan kan gaan.
  • Door uit te gaan van behoeftes ontdekt men dat er veel gemeengoed bestaat met de ander en die ontdekt dat zelf ook. Rosenberg zegt dat behoeftes nooit strijdig zijn, alleen oplossingen kunnen dat zijn. Over behoeftes hoeft men dus niet te onderhandelen en over oplossingen kan dat vaak heel goed.

Zakelijk gebruik[bewerken]

Geweldloze communicatie is geschikt voor het persoonlijke leven en voor de zakelijke omgeving. Ook bij schriftelijke communicatie, bijvoorbeeld in situaties waar weerstand van de doelgroep mag worden verwacht. Men kan op die manier helderheid geven en respect bewaren. Een bedrijf dat al meerdere malen voor stankoverlast heeft gezorgd en daardoor veel vertrouwen van omwonenden heeft verloren, kan de communicatie weer op gang brengen door feiten te melden en te laten weten dat het beseft dat de behoefte van de bewoners met gezondheid te maken heeft (frisse lucht). Een uitkeringsinstantie die een folder maakt om fraude te voorkomen en die duidelijkheid wil geven zonder dat zware dreigementen de doelgroep onnodig schrik aanjagen, kan ook met geweldloze communicatie uit de voeten.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties