Gijzeling van Gladbeck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De gijzeling van Gladbeck of het Gladbecker gijzeldrama was een ophefmakende misdaad in augustus 1988, waarbij drie mensen omkwamen.

’s Ochtends op 16 augustus 1988 overvielen Dieter Degowski en Hans-Jürgen Rösner een kantoor van de Deutsche Bank in het Noordrijn-Westfaalse Gladbeck, waarna zij een aantal mensen in gijzeling namen en twee dagen lang met hen vluchtten door Duitsland en Nederland. De gijzeling eindigde op 18 augustus 1988 met een controversiële ingreep van de politie op de Bundesautobahn 3.

Tijdens de vlucht door Nederland was daarbij reeds een politieagent omgekomen toen deze op een vrachtwagen botste. Degowski had een lijnbus gekaapt en schoot de 15-jarige Italiaan Emanuele de Giorgi dood. Bij de bevrijdingsactie ten slotte kwam de 18-jarige Silke Bischoff om het leven; volgens het politieonderzoek was het dodelijke schot uit het wapen van Rösner afkomstig.

De hele geschiedenis werd gekenmerkt door een sterk doorgedreven sensatiejournalistiek. Rösner en Degowski gaven live-interviews voor de radio en televisie, en lieten reporters bij hen in de vluchtwagen plaatsnemen. De voortdurende nabijheid van journalisten hinderde het optreden van de politie; in meerdere debatten na het voorval werd dientengevolge gediscussieerd omtrent de grenzen van de journalistiek. Ook de slechte coördinatie van het politieoptreden lokte kritiek uit.

Gebeurtenissen[bewerken]

16 augustus[bewerken]

Op de ochtend van 16 augustus drongen de daders -de 32-jarige Dieter Degowski en de 31-jarige Hans-Jürgen Rösner- vermomd en bewapend met een Colt M1911 A1 en een Smith & Wesson, vóór opening van de loketten binnen in een filiaal van de Deutsche Bank in het Gladbeckse stadsdeel Rentfort-Nord. Rösner was op dat moment voortvluchtig en had reeds elf jaar in gevangenschap doorgebracht; sedert hij in 1986 niet uit tijdelijk verlof teruggekeerd was, was de politie naar hem op zoek. In de tussentijd had hij in Gladbeck meerdere roofovervallen en inbraken gepleegd.[1]

Door de ligging van de bank -in een winkelcomplex dat slechts van twee zijden toegankelijk is- konden de daders vooraf geen potentiële vluchtwegen uitstippelen. Om 8.04 u. kwam bij de politie een noodoproep van een arts binnen die zijn praktijk op de eerste verdieping van het gebouw had en de daders naar binnen had zien sluipen. Daarop parkeerde de politie een auto vóór de ingang van het winkelcentrum. Toen Rösner en Degowski de bank verlieten en de politiewagen bespeurden, gingen ze terug de bank binnen, namen twee bedienden als gijzelaars en eisten losgeld. Om hun eisen kracht bij te zetten, vuurden zij enkele schoten af. Per telefoon gaven ze een radio-interview.

Na urenlange onderhandelingen ontvingen ze 300.000 mark (omgerekend € 153.388) en een witte Audi als vluchtwagen. Om 21.45 u. vertrokken ze met beide gijzelaars en haalden Rösners vriendin, Marion Löblich, op. De politie liet hen ogenschijnlijk vertrekken, doch hield hen met een zendertje in de gaten.

17 augustus[bewerken]

Via de autoweg reden de daders naar Bremen, alwaar Löblich verwanten had. In Bremen kleedden de daders zich in een kledingzaak om. De politie ging ervan uit dat de gijzelaars spoedig vrijgelaten zouden worden en liet zodoende een gunstige gelegenheid om toe te slaan, verstrijken, toen Degowski, die alleen met hen achtergebleven was, de wagen kortstondig verliet. De gijzelnemers ontdekten later dat de politie hen achtervolgde, waarop zij om 19.00 u. in het gehucht Huckelriede een bus van lijn 53 van het Bremer openbaar vervoer kaapten, met 32 passagiers. Vervolgens gaven ze een interview aan de pers, waarbij de twee nog steeds gegijzelde bankbedienden eveneens, met het pistool tegen de keel, geïnterviewd werden.

Rösner en Degowski lieten vijf gijzelaars vrij en reden verder met de bus en de overige 27 gijzelaars. Bij de autowegrustplaats Grundbergsee lieten ze de twee bankbedienden vrij.

Zonder daartoe instructies van de politieleiding ontvangen te hebben, arresteerden twee politiebeambten Rösners vriendin, toen die de bus verliet om op de autowegrustplaats naar het toilet te gaan. Achteraf kon niet meer worden vastgesteld, wie de opdracht tot arrestatie had gegeven. Rösner en Degowski eisten haar onmiddellijke vrijlating; zo niet, dan zouden ze na vijf minuten een passagier doden. De commandoleiding beval de onmiddellijke vrijlating van Löblich, maar inmiddels was zij reeds weggevoerd met een ander dienstvoertuig; bovendien was het sleuteltje van de handboeien afgebroken. Toen de vijf minuten voorbij waren, schoot Degowski de vijftienjarige Italiaan Emanuele de Giorgi, die zijn negenjarige zuster poogde te beschermen, door het hoofd. Pas een minuut later kon Löblich vrijgelaten worden, en Giorgi bloedde dood, omdat er geen onmiddellijk beschikbare ziekenwagen was. Later beriepen de twee verantwoordelijke politieagenten zich op een noodgeval.

Vervolgens reed de bus met alle inzittenden verder richting Nederland. Tijdens de achtervolging botste een politiewagen op een vrachtwagen, waarbij één politieagent omkwam en een tweede gewond geraakte.

18 augustus[bewerken]

Op 18 augustus om 2.30 u. ’s nachts reed de bus bij grensovergang De Lutte Nederland binnen en stopt op de provinciale weg van Oldenzaal naar Hengelo ter hoogte van recreatiegbied Het Hulsbeek. Om 5.15 u. werden twee kinderen vrijgelaten, daar de Nederlandse politie weigerde met de gijzelnemers te onderhandelen, zolang zij nog kinderen in hun macht hadden. Om 6.30 u. kregen de gijzelnemers een nieuwe vluchtwagen ter beschikking gesteld; deze BMW 735i was met microfoontjes en een zender uitgerust, waarmee de motor van op afstand kon worden uitgeschakeld. Bij een abusievelijk schot uit Rösners pistool raakten de buschauffeur en Marion Löblich gewond.

Dewgowski, Rösner en Löblich reden met twee gijzelaars uit Bremen, Silke Bischoff en Ines V., terug naar Duitsland. Bij een tussenstop in Wuppertal kochten ze medicatie in een apotheek, die ze met het geroofde geld betaalden.

Rösner wilde graag de Dom van Keulen gaan bekijken. Tegen 11.00 u. reden ze door de Breite Straße in de verkeersvrije binnenstad van Keulen. Daar werden ze belegerd door journalisten, die de vluchtwagen omsingelden en live-interviews voerden. Enkele journalisten toonden hun mogelijke verdere vluchtwegen, en foto’s van politieagenten, voor het geval er bij een uitwisseling van gijzelaars politiepersoneel in de wagen binnengesmokkeld zou worden. De reporter Udo Röbel van de krant Express nam in de auto plaats, toonde Degowski en Rösner de weg naar de volgende oprit van de autobaan en reed mee tot in Siegburg. In het kielzog van de vluchtauto reden de journalisten, allemaal pogend de spectaculairste beelden van het gebeuren te maken.

Om 12.00 u. reden de gijzelnemers verder richting Frankfurt am Main en hielden halt in Bad Honnef op de vluchtstrook. Daar ramde een pantservoertuig de vluchtauto en maakte hem zo onklaar. Vervolgens bestormde een speciaal interventieteam de wagen met geweren en een rookgranaat. De gebruikte kogels, waarvan de politie er 62 afschoot, waren evenwel van een ongeschikt type en drongen nauwelijks in de wagen door. Kort daarop stierf de 18-jarige Silke Bischoff door een kogel uit het pistool van Rösner. Haar vriendin Ines V. had zich gered door in de sloot naast de weg te springen.

Na afloop van het gijzeldrama werd de autoriteiten van Noordrijn-Westfalen verweten dat ze de zaak absoluut op hun eigen terrein wilden afhandelen, en daardoor geen rekening met de gijzelaars hadden gehouden. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Rijnland-Palts had reeds een GSG 9-commando paraat. Deze verwijten konden evenwel nooit bewezen worden.

Proces[bewerken]

Op 22 maart 1991 werden Dieter Degowski en Hans-Jürgen Rösner door het Landgericht Essen tot levenslange opsluiting veroordeeld. De aanklacht bestond in gemeenschappelijke mensenroof en gijzeling met de dood tot gevolg, bij Degowski verzwaard met moord en bij Rösner met poging tot moord.[2] Rösner werd daarnaast preventieve hechtenis opgelegd, aangezien hij een substantieel gevaar voor recidive tentoonspreidde.[3] Diens vriendin Marion Löblich werd tot negen jaar veroordeeld, waarvan ze er zes uitzat. Zij werd wegens goed gedrag vrijgelaten, huwde en woont nu in Maagdenburg.[4] Alle drie zaten ze in Noordrijn-Westfaalse gevangenissen.

In 2002 wees het hooggerechtshof van Hamm een vroegtijdige vrijlating van Degowski af, wegens de bijzondere ernst van de feiten. De duur van zijn celstraf werd op ten minste 24 jaar vastgelegd, zodat hij op zijn vroegst in januari 2013 kan vrijkomen. In 2009 verzocht hij om amnestie, maar zijn verzoek werd in maart 2009 door minister-president Jürgen Rüttgers afgewezen. Ook zijn hernieuwd verzoek tot vrijlating in augustus 2013 werd afgewezen. De rechtbank achte "de tijd niet rijp" voor een vrijlating.

Rösners verzoek tot vroegtijdige vrijlating werd in 2004 afgewezen, alsmede een verkorting van de straf; hij zal tot februari 2016 zijn straf moeten uitzitten, en aangezien hij tot preventieve hechtenis veroordeeld is, zal hij ook daarna niet vrijgelaten worden. Hij werd eerst in Werl opgesloten en sedert 2004 in Bochum, waar op 25 maart 2009 heroïne in zijn cel gevonden werd.[5] Hiervoor werd hij op 11 augustus 2009 tot een bijkomende zes maanden veroordeeld.[6]

Nasleep[bewerken]

Het gijzelingsdrama van Gladbeck was een zwaar traumatische gebeurtenis. In de jaren na het voorval gingen geregeld stemmen op om een gedenkteken op te richten. Ondanks een breed publiek draagvlak is dit plan nooit gerealiseerd. Op de plek aan de Autobahn 3 waar het incident ten einde liep, werd een eenvoudig houten kruis opgesteld dat aan de dood van Silke Bischoff herinnerde. Dit werd in 2002 verwijderd bij de renovatiewerken aan de intercity-lijn van Keulen naar Frankfurt.

Media-ophef[bewerken]

De journalisten boden een vrije bühne aan de gijzelnemers, die niet met tegenzin voor de camera’s poseerden en interviews gaven. Deze tot dan toe onbekende vorm van sensatiejournalistiek lokte brede verontwaardiging uit. Ook het tactische ingrijpen van de politie kreeg veel kritiek, wegens organisatorische blunders en psychologische onkunde. De Minister van Binnenlandse Zaken van Bremen, Bernd Meyer, trad wegens politiefouten af, ofschoon die van Noordrijn-Westfalen, Herbert Schnoor, in het ambt bleef niettegenstaande veelvuldige oproepen tot aftreden.

Toentertijd waren er gemengde reacties op het gedrag van de journalisten. Het waren de journalisten die, door op Rösner in te praten, de twee bankbedienden in Grundbergsee vrijkregen, en van de chaotische situatie gebruikmaakten om de andere vijf gijzelaars vrij te krijgen. Ook waren het journalisten die de stervende Giorgi naar een dokter brachten; daarentegen maakten ze tevens van de gelegenheid gebruik om het hoofd van de jongen nog eens fotogeniek in de richting van de camera te houden.

De Duitse Raad voor de Journalistiek besliste op 7 september 1988, als reactie op het laakbare gedrag van de reporters, dat "er geen interviews met gijzelnemers tijdens het gebeuren mogen plaatsvinden" en dat "het niet de opgave van journalisten is, eigenhandig bemiddelingspogingen te ondernemen". De perscodex werd navenant aangepast. Twintig jaar na de gijzeling van Gladbeck verklaarden enkele van de journalisten die er toentertijd bij waren geweest in de Süddeutsche Zeitung, dat ze hun daden betreurden.