Naar inhoud springen

Giorgio Morandi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Giorgio Morandi
Giorgio Morandi
Persoonsgegevens
Geboren Bologna, 20 juli 1890
Overleden Bologna, 18 juni 1964
Begraafplaats Certosa di Bologna[1]Bewerken op Wikidata
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Accademia di Belle Arti di BolognaBewerken op Wikidata
Beroep schilder, tekenaar, etser
Werkveld schilderkunstBewerken op Wikidata
Oriënterende gegevens
Leerling(en) Carolina Marisa Occari, Pompilio Mandelli, Norma Mascellani, Carlo CaporaleBewerken op Wikidata
Stroming pittura metafisica,[2] futurisme[2]Bewerken op Wikidata
Stijl stilleven,[3] landschapschilderkunst[3]Bewerken op Wikidata
Beïnvloed door Paul Cézanne[4][5]Bewerken op Wikidata
Werklocatie Italië, Bologna[3]Bewerken op Wikidata
Werkgever Universiteit van BolognaBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Kunstenaars­map­locatie Frick-kunstreferentiebibliotheek, National Gallery of Art-bibliotheek[6]Bewerken op Wikidata
Prijzen en erkenningen Rubensprijs (1962)Bewerken op Wikidata
RKD-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Opstelling in Morandi's atelier. Het is dus geen kunstwerk van Morandi. Vanwege het auteursrecht kan zijn werk niet voor 2035 getoond worden op Wikipedia.
Uit documentatie over Morandi's werk

Giorgio Morandi (Bologna, 20 juli 1890 - aldaar, 18 juni 1964) was een Italiaans schilder, tekenaar en etser, gespecialiseerd in stillevens. In 1957 won hij de Grote Prijs op de Biënnale van São Paulo.

De vader van Morandi, Andrea Morandi, was een succesvol zakenman en wilde dat Morandi hetzelfde beroep zou kiezen.[7] Zijn moeder, Maria Maccaferri Morandi, steunde echter de keus van hun zoon om een opleiding te volgen aan de Accademia di Belle Arti e Liceo Artistico, de kunstacademie in Bologna.[7] Morandi begon daar op 17-jarige leeftijd en studeerde af in 1913.[7] In 1909 overleed zijn vader aan een hartaanval. Zijn moeder overleed in 1950.

Morandi leefde zijn hele leven in Bologna en bleef vrijgezel.[8] Hij woonde op drie locaties: korte tijd aan de Via delle Lame 57, wat langer aan de Via Avesella en ten slotte 55 jaar aan de Via Fondazza 36, waar hij ook zijn atelier had.[7] Morandi woonde samen met zijn ongehuwde zussen, Anna, Dina en Maria Teresa en sliep in zijn atelier. Er is ook een jonger broertje geweest, Giuseppe, die in 1902 op negenjarige leeftijd overleed.[7]

In 1915 diende hij kort in het Italiaanse leger, maar hij kreeg daar na een paar maanden een zenuwinzinking en werd ontslagen.[7]

Vanaf 1913 bracht de familie Morandi vele jaren de zomervakantie door in de heuvels van de Noord-Italiaanse regio Emilia-Romagna, in de plaats Grizzana.[7] Het gezin betrok daar elke zomer een huis van de familie Veggetti, tot het tijdens de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigd werd. In 1959 liet hij ertegenover een eenvoudig huis bouwen en hij maakte veel van zijn landschapsschilderijen in Grizzana.

In de jaren twintig ontmoette Morandi Giorgio de Chirico en Carlo Carrà en sloot hij zich kort aan bij hun beweging, pintura metafisica. Al snel keerde hij echter terug naar zijn eigen stijl.[9]

In 1928 publiceerde Morandi een korte autobiografie, waarin hij aangaf het fascisme aan te hangen.[7] Ook betuigde hij steun aan de Strapaese-beweging,[7] die zich afzette tegen modernisme in de kunst en literatuur. Deze conservatief-nationalistische beweging hemelde het Toscaanse landleven en de geschiedenis van Italië op en wilde het fascisme beschermen tegen revisionisten. Er werd een anarchistische levenshouding bepleit, totdat de Fascistische Grote Raad hen in 1926 dwong tot een anti-intellectualistische koers zonder expliciete politieke stellingname.[10]

In 1943 zat Morandi kort gevangen, omdat hij omging met antifascisten.[7] Na de oorlog liet hij zich nooit meer over politieke kwesties uit.[7]

Pas aan het eind van de jaren 50 werd Morandi een bekend schilder.[7] Hij verdiende zijn brood als docent aan basisscholen tot hij in 1930 docent etsen werd aan de Accademia di Belle Arti, tot zijn pensioen in 1956.[7]

Hij reisde erg weinig. Hij bezocht zes grote steden in Italië, voornamelijk om Wereldtentoonstellingen en andere exposities te bezoeken. Tijdens een reis naar Winterthur kreeg hij al snel heimwee.[7]

Gedurende zijn leven schilderde Morandi meer dan zeshonderd doeken.[7]

Na zijn overlijden

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1994 vermaakte Maria Teresa, de langstlevende zuster, de collectie van Morandi en het huis aan de gemeente Bologna. Na een aardbeving werd zijn werk overgebracht naar het MAMbo-museum.

Morandi zag Giotto, Masaccio, Piero della Francesa, Bellini, Titiaan, Chardin, Corot, Renoir en Cézanne als leermeesters en hij bestudeerde hun werk uitvoerig.[7]

Ondanks deze voorgangers is de stijl van Morandi snel herkenbaar, omdat hij zich vrij onafhankelijk heeft ontwikkeld. De subtiele stijl van Morandi ziet men vooral goed in de stillevens van kruiken, vazen en flessen door het beperkte aantal kleuren dat hij gebruikte. Daarbij gebruikte hij vaak dezelfde voorwerpen opnieuw, in een andere rangschikking.[7] Deze stillevens zijn ook de bekendste werken van zijn hand. De stillevens uit de jaren veertig en vijftig bestaan uit veel, dicht naast elkaar geplaatste verticale vormen, die vaak aan de bovenzijde zijn uitgelijnd.[7] De onderwerpen staan meestal op ooghoogte.[11] Het verfgebruik laat vrijwel geen glans in de objecten zien; alles is mat en lijkt wel stoffig. Soms schilderde Morandi zijn objecten mat wit. De stillevens zijn relatief klein, gemiddeld 30 bij 45 centimeter.[7]

Daarnaast schilderde hij talrijke landschappen en bloemen, maar buiten Italië is dat werk weinig bekend.

De dichter Roland Jooris, destijds conservator van het Roger Raveelmuseum, duidde Morandi's werk aan als autonoom schilderen en schreef in 2003:

Zijn dagen sleet hij door een aantal doordeweekse voorwerpen telkens opnieuw bij elkaar te zetten, in wisselende verhoudingen, op zoek naar een altijd maar grotere plastische densiteit, naar het mysterie van hun samenhang.
In zijn contemplerende penseelvoering en stofopbreng is de stoffelijkheid van zijn uitgangspunt puur schilderen geworden. […] Zelfs in de factuur van zijn landschappen schuilt de geest van zijn stillevens.[12]

Door Morandi's onafhankelijkheid waren zijn overgangen van stijlen vrij ruw. In 1914 is er duidelijk sprake van het futurisme in zijn werken. Vanaf 1915, toen hij ook kort in het Italiaanse leger diende, zijn de stijlen van Paul Cézanne en Henri Rousseau duidelijk zichtbaar in zijn werken. Tussen 1918 en 1922 begeeft zijn werk zich in de kunstrichting pittura metafisica, die het tegenovergestelde was van het eerdere futurisme. Hoewel deze kunstbeweging in het begin van 1921 een stille dood was gestorven, bleef Morandi wat langer in deze stijl schilderen. Daarna vormde hij deze stijl om naar het subtiele schilderwerk en vooral ook etswerk. Hij liet zich daarbij inspireren door onder meer Rembrandt en in 2006 werd in het Morandi-museum in Bologna een tentoonstelling aan de relatie tussen de twee kunstenaars gewijd, getiteld 'Rembrandt and Morandi. The changing dances of engraved signs'. Morandi bezat vijf etsen van Rembrandt.

In het begin van de twintigste eeuw is hij vooral buiten Italië bekend en geroemd.

Het museum in zijn geboorteplaats Bologna toont een reconstructie van zijn atelier aan de via Fondazza. Dit lag aan een groot binnenhof, waar hij vanaf 1955 Morandi minstens tien schilderijen van maakte, steeds met kleine variaties. Deze kleine variaties op een thema zijn kenmerkend voor Morandi, wat het meest tot uiting komt in talrijke stillevens waarin de voorwerpen steeds iets anders gerangschikt zijn.

Solotentoonstellingen

[bewerken | brontekst bewerken]

Werk in openbare collecties (selectie)

[bewerken | brontekst bewerken]

Wetenswaardigheden

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Op het nachtkastje van Morandi lag het in 1933 verschenen boek Saper Vedere ("Kunnen zien") van Matteo Marangoni.[7]
  • Morandi was kettingroker en rookte vijf sigaretten per uur.[7]
  • Morandi was erg lang voor een Italiaan: hij was een meter negentig.[7]
  • De gemeente Grizzana kreeg in 1985 de toevoeging 'Morandi', als eerbetoon aan Morandi, die vanaf 1913 elk jaar zijn zomervakantie hier doorbracht.