Naar inhoud springen

Granitoïde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
QAPF-diagram voor de IUGS-classificatie van plutonisch gesteente. De velden voor granitoïde (donkerblauw) en kwarts-granitoïde (lichtblauw) zijn aangegeven.

Granitoïde is grofkorrelig stollingsgesteente met een felsische ("zure"), silicaverzadigde samenstelling. Granitoïde is een verzamelnaam voor graniet en gesteente met een iets andere samenstelling dat op graniet lijkt. De IUGS-classificatie definieert het als grofkorrelig stollingsgesteente dat tussen 20-60% kwarts bevat.[1] Het gaat daarbij om graniet, kaliveldspaat-graniet, granodioriet en tonaliet. Met granitoïde kan ook elk grofkorrelig stollingsgesteente dat hoofdzakelijk uit kwarts en veldspaat bestaat bedoeld worden. In de IUGS-naamgeving heet gesteente dat 60-90% kwarts bevat kwarts-granitoïde.

Granitoïde heeft een sterk gedifferentieerde samenstelling, wat betekent dat het magma verder van de oorspronkelijke staat ontwikkeld is voor het stolde. Vaak is de samenstelling vervuild door het omringende gesteente (het zogenaamde S-type granitoïde) of ontstaan door mengen van verschillende magma's.

Granitoïden komen vooral voor als grote intrusielichamen (plutonen) die tijdens de laatste fasen van orogenese (de vorming van een gebergte) vormen. In Centraal- en West-Europa zijn bijvoorbeeld veel granitoïde batholieten te vinden uit het Laat-Carboon of Vroeg-Perm, de laatste fases van de Hercynische orogenese. Voorbeelden zijn het Armoricaans Massief en het Boheems Massief. In de Alpen komen ook enkele Tertiaire granitoïdelichamen voor, die erop wijzen dat de gebergtevorming daar in de laatste fase is.