György Kurtág
| György Kurtág | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | 19 februari 1926 | |||
| Land | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Franz Liszt Muziekacademie (1946 – 1951), Piarist High School, Timișoara | |||
| Leermeester(s) | Pál Kadosa, Sándor Veress, Ferenc Farkas | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Instrument | piano | |||
| Stijl(en) | hedendaagse klassieke muziek | |||
| Leerlingen | Zoltán Kocsis | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Academie van Kunsten van de Duitse Democratische Republiek, Akademie der Künste Berlin, Budapest Philharmonic Orchestra, American Academy of Arts and Sciences, Beierse Academie voor Schone Kunsten | |||
| Documentatielocatie | SAPA Foundation, Zwitsers Archief voor de Podiumkunsten[1] | |||
| Prijzen en erkenningen | Kossuth-prijs (1973), Orde van Verdienste voor Kunst en Wetenschap (1999), Erkel Ferencprijs (1954), Léonie Sonning-muziekprijs (2003), Bartók Béla – Pásztory Ditta Award (1984), Verdienstelijk Kunstenaar van Hongarije (1980), Grootkruis in de Orde van Verdienste van Hongarije (2006), Hazám-díj (2002), Herder Prijs (1993), Gouden medaille van de Royal Philharmonic Society (2013), Grawemeyerprijs (2006), Oostenrijkse Decoratie voor Wetenschap en Kunst (1998), Whuri Sibelius-prijs (2012), Ernst von Siemens Muziekprijs (1998),[2] Grawemeyerprijs voor muzikale compositie (2006), Kossuth-prijs (1996), Erkel Ferencprijs (1956), Erkel Ferencprijs (1969), Friedrich-Hölderlin-prijs (2001), ereburger van Boedapest (2001), erelid van de Internationale Vereniging van Kamermuziek | |||
| Links | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| (en) Allmusic-profiel | ||||
| (en) Discogs-profiel | ||||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
György Kurtág (Lugoj, 19 februari 1926) is een Hongaars componist van eigentijdse klassieke muziek. Concentratie en spontaniteit vormen belangrijke constanten in zijn toonspraak.
Biografie
[bewerken | brontekst bewerken]György Kurtág werd als kind van Hongaarse ouders in het Roemeense Lugoj geboren. Tot 1918 had Lugoj (Hongaars: Lugos, Duits: Lugosch) tot de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie behoord. Zijn eerste piano-onderricht kreeg hij op vijfjarige leeftijd van zijn moeder. Lessen volgden te Timișoara vanaf 1940 en van 1946 tot 1955 aan de Ferenc Liszt-Akademie voor muziek te Boedapest, waar hij studeerde bij onder anderen Sándor Veress en Ferenc Farkas. Hij sloot er vriendschap met zijn medestudent György Ligeti.
In 1947 huwde Kurtág de pianiste Márta Kinsker (1927-2019). Zij kregen in 1954 een zoon György Kurtág Jr., die ook musicus werd. De Hongaarse nationaliteit verkreeg Kurtág in 1948. Aanvankelijk was hij voornamelijk actief als pianist.
In 1957 ging hij voor een jaar naar Parijs, waar hij studeerde bij onder meer Olivier Messiaen en Darius Milhaud. Van 1958 tot 1963 werkte Kurtág in Boedapest als repetitor aan de Béla Bartók Middelbare School voor Muziek en van 1960 tot 1968 bij de Hongaarse Nationale Filharmonie. Tijdens de jaren van 1967 tot 1986 was hij officieel verbonden aan de Ferenc Liszt-Akademie voor muziek, waar hij aanvankelijk piano en vanaf 1969 kamermuziek onderwees. In praktijk bleef hij er tot 1993 lesgeven aan enkele leerlingen.
Een belangrijke stimulans in Kurtágs loopbaan waren de contacten met de Új Zenei Stúdió (Studio voor Nieuwe Muziek) vanaf de jaren zeventig, terwijl hij tevens actief was bij de in Gregoriaanse muziek gespecialiseerde zanggroep Schola Hungarica.
De jaren tachtig brachten Kurtág voor het eerst internationale bekendheid. Hij genoot faam als pedagoog, als leraar van bijvoorbeeld Zoltán Kocsis, maar trok ook de aandacht toen hij zijn concertactiviteit hervatte die hij in 1956 had opgegeven. Ook zijn compositorische creativiteit nam toe. Deze inspanningen werden bekroond met verschillende internationale opdrachten en prijzen.
Sedert 1993 verbleef Kurtág vervolgens te Berlijn, Wenen, Amsterdam en Parijs, waar een samenwerking met het Ensemble InterContemporain tot stand kwam. In 2001 vestigde hij zich in het Franse Saint-André-de-Cubzac. Sinds enige tijd woont hij weer in Boedapest. Zijn vrouw Márta overleed op 18 oktober 2019 op 92-jarige leeftijd na een huwelijk van 71 jaar.
Stijl en werk
[bewerken | brontekst bewerken]Globaal gezien refereert Kurtágs muzikale taal aan twee grote en ook algemeen heel invloedrijke componisten. Enerzijds bouwt ze verder op de kinderlijke spontaniteit en primitieve oerkracht die vaak terug te vinden is in het werk van Béla Bartók. Anderzijds bedient ze zich van een extreme concentratie van de compositorische arbeid, eigen aan het intellectuele oeuvre van Anton Webern. Dit vertaalt zich in een intensivering van expressie en schrijfwijze, gekoppeld aan een reductie van middelen zoals bezetting en vorm. Naast zijn studies compositie en zijn activiteit als Bartók-vertolker was Kurtágs verblijf in Parijs van onschatbare waarde. Hier kopieerde en bestudeerde hij niet enkel Weberns belangrijkste werken, maar vond hij tevens de sleutel tot zijn eigen compositorische taal. De kunstpsychologe Marianne Stein adviseerde hem namelijk zich toe te leggen op eenvoudige muzikale principes, zoals het verbinden van twee enkele tonen, die bijvoorbeeld in de pianocyclus Játékok uitgebreid geëxploreerd worden.
Het Strijkkwartet op. 1 (1959) dat bijvoorbeeld gebruikmaakt van ostinato, contrasterende articulatie en karakteristieke ritmische structuren en ook experimenteert met twaalftoonsreeksen en concentratie van expressie en vorm, bleek het eerste Hongaarse werk dat assimilatie met de moderne Westerse muziek vertoonde. Als eerste volwassen compositie geldt de (voor Kurtág) uitgebreide liederencyclus voor sopraan en piano Bornemisza Péter mondásai op. 7 (De Spreuken van Péter Bornemisza) (1963–8, herzien in 1976), waarin de componist de Hongaarse taal op een zeer gevoelige wijze weet te toonzetten.
Een impasse in zijn compositorische activiteit werd doorbroken door de uitnodiging van de pianolerares Marianne Teöke tot het schrijven van een bijdrage tot een pianoalbum voor kinderen. Als antwoord begon Kurtág in 1973 aan enkele stukjes die hij verzamelde onder de titel Elő-Játékok (Voor-Spelen) (1973–4). Dit project gaf meteen gestalte aan de bevrijdende creativiteit die aan de basis ligt van Játékok (Spelen) (1973–), dat gedurende een drietal decennia tot een enorm geheel van uiterst gevarieerde twee- tot zeshandige pianominiatuurtjes is uitgegroeid. Zowel artistiek als pedagogisch, geleerd als naïef, strikt als vrij, vindt de cyclus niettemin een sterke samenhang binnen zijn diversiteit. Játékok interageert met de buitenwereld, reflecteert, commentarieert en experimenteert. Opgevat als aantekeningen in een zowel muzikaal als persoonlijk dagboek refereren vele “spelen” dan ook rechtstreeks aan de muzikale overlevering of aan Kurtág’s persoonlijke leven. Nieuwe ideeën worden uitgewerkt en staan mogelijk model voor ander werk. Daartegenover bieden bestaande technieken, stijlen en concrete composities van anderen en hemzelf een onuitputtelijke bron aan inspiratie. Vele stukjes zijn ook biografisch gekleurd.
Kurtágs fascinatie voor de Russische taal gaf het licht aan een aantal werken, waarvan Poslanija pokojnoj R.V. Trusovoj op. 17 [Послания покойной Р.В. Трусовой] (Berichten van de overleden R.V. Trusova) (1976–1980) voor sopraan en ensemble zijn internationaal prestige aanzienlijk vergrootte. In ...quasi una fantasia... op. 27 nr. 1 (1987–8) en het dubbelconcerto op. 27 nr. 2 (1989–90), beide voor piano, cello en twee kamerensembles, verdeelt Kurtág de instrumentengroepen over de concertruimte. Stele op. 33 (1994), dat zoals Op. 27 nr. 2 teruggrijpt naar materiaal uit Játékok, is Kurtágs eerste werk voor groot orkest sinds zijn altvioolconcert (1953–4), dat hij schreef als eindexamenwerk aan de Liszt-academie.
In later werk is het uitgangspunt vaak de groepering van korte fragmenten. Een voorbeeld zijn de Hölderlin-Gesänge op. 35 (1993–) voor een tot drie baritons en trombone en tuba ad libitum, dat voortdurend open is voor toevoegingen en bewerkingen door de componist en waaruit de uitvoerders fragmenten mogen selecteren in een vrij te kiezen volgorde.
In 2017 voltooide Kurtág op 93-jarige leeftijd zijn eerste opera, Fin de partie, gebaseerd op Eindspel van theaterauteur Samuel Beckett. Kurtág raakte gefascineerd door dit toneelstuk toen hij de première bijwoonde in Parijs in 1957 in Studio des Champs-Elysées. Later vertelde hij aan recensent Jeremy Eichler dat die avond voorgoed zijn leven veranderde. Het duurde echter decennia vooraleer Kurtág zich aan een opera zou wagen. Vanaf de jaren 1980 schreef hij enkele vocale werken op teksten van Samuel Beckett, maar tot het grotere werk zag hij zich naar eigen zeggen nog niet in staat. Pas in 2010, meer dan een halve eeuw na de première in Parijs, begon Kurtág aan de compositie van Fin de partie die hem uiteindelijk zeven jaar bezighield. Hij voltooide het werk in 2017, waarna het in 2018 in wereldpremière ging in de Scala van Milaan, in een regie van Pierre Audi. In 2022 werd de opera voor het eerst in België opgevoerd, in DE SINGEL in Antwerpen door Opera Ballet Vlaanderen.
- ↑ SAPA-identificatiecode; geraadpleegd op: 30 augustus 2022; SAPA-identificatiecode: r/1b3276f3-f131-4223-b58d-f4cc67ca76fd.
- ↑ https://www.evs-musikstiftung.ch/en/prize/prize/archive/prize-winner-archive.html.
- De Volder, Piet, Een absurdistisch meesterwerk (2 november 2022). Gearchiveerd op 9 november 2022. Geraadpleegd op 9 november 2022.
- György Kurtág op desingel.be. Gearchiveerd op 9 november 2022. Geraadpleegd op 9 november 2022.
- Fin de partie van Kurtág is een absurdistisch meesterwerk. Gearchiveerd op 9 november 2022. Geraadpleegd op 9 november 2022.
- (en) György Kurtág op ECM Records. ECM Records. Gearchiveerd op 9 november 2022. Geraadpleegd op 9 november 2022.
Bibliografie
[bewerken | brontekst bewerken]- Blum, Stephen (2002). Kurtág's Articulation of Kafka's Rhythms ("Kafka-Fragmente", op. 24). Studia Musicologica Academiae Scientiarum Hungaricae T. 43 (Fasc. 3/4): 345–358.
- Márta Grabócz/Jean-Paul Olive (edd.). 2009.Gestes, fragments, timbres: la musique de György Kurtág. En l'honneur de son 80e anniversaire. Actes de colloque des 29, 30 et 31 mai 2006 á l'Institut hongrois de Paris; l'Harmattan, Paris, 2009
- Márta Grabócz/Álvaro Oviedo/Jean-Paul Olive (edd.), György Kurtág: les œuvres et leur interprétation, Paris L'Harmattan 2020.
- Hohmaier, Simone. 1997. "Meine Muttersprache ist Bartók...". Einfluss und Material in György Kurtágs "Quartetto per archi" op. 1 (1959); Saarbrücken, Pfau, 1997.
- Halász, Péter. 1998. György Kurtág. Magyar zeneszerzok 3. Budapest: Mágus Kiadó. ISBN 963-8278-07-2.
- Halász, Péter (2002). On Kurtág's Dodecaphony. Studia Musicologica Academiae Scientiarum Hungaricae T. 43 (Fasc. 3/4): 235–252.
- Karasz, Palko, "A 92-Year-Old Composer's First Opera Is His 'Endgame'", 7 november 2018.
- Kunkel, Michael. 2008. "...dire cela, sans savoir quoi...". Samuel Beckett in der Musik von György Kurtág und Heinz Holliger; Pfau, Saarbrücken, 2008.
- Kinderman, William. 2012. The creative process in music from Mozart to Kurtág; University of Illinois Press, Urbana/IL–Chicago–Springfield, 2012.
- Lentsner, Dina (Spring 2018). A Composer's Literary Indulgences? Epigraphs in György Kurtág's Russian Works. Slavic and East European Journal 62 (1): 140–159. DOI: 10.30851/621010.
- Maréchaux, Pierre/Tosser, Grégoire Tosser. (edd.) 2009. Ligatures: la pensée musicale de György Kurtág, Rennes, Presses Universitaires de Rennes 2009.
- Friedemann Sallis, Robin Elliott, Kenneth DeLong 2012 (edd.)Centre and periphery, roots and exile, Interpreting the music of István Anhalt, György Kurtág, and Sándor Veress; Wilfrid Laurier University Press, Waterloo/ON, 2012
- Stahl, Claudia. 1998. Botschaften in Fragmenten. Die grossen Vokalzyklen von György Kurtág; PFAU, Saarbrücken, 1998
- Varga, Bálint András. 2009. György Kurtág: Three Interviews and Ligeti Homages. Eastman studies in Music. Rochester, NY: University of Rochester Press. ISBN 978-1-58046-328-7.
- Willson, Rachel Beckles. 1998a. "The Fruitful Tension between Inspiration and Design in Kurtág's The Sayings of Péter Bornemisza op.7". Mitteilungen der Paul Sacher Stiftung 11:36–41.
- Willson, Rachel Beckles. 1998b. "Kurtág's Instrumental Music, 1988–98". Tempo, new series, no. 207:15–21.
- Willson. Rachel Beckles. 2004. György Kurtág, The Sayings of Peter Bornemisza, op. 7: A "Concerto" for Soprano and Piano. Landmarks in Music Since 1950. Aldershot, Hants, England; Burlington, VT: Ashgate. ISBN 978-0-7546-0809-7
- Willson, Rachel Beckles. 2007. Ligeti, Kurtág, and Hungarian music during the cold war; Cambridge University Press, Cambridge, 2007 (Music in the 20th Century).
- Willson, Rachel Beckles/Fazekas, Gergely (edd.). 2025. Perspectives on the Music of György Kurtág: Performance, Language and Memory, Turnhout, Brepols 2025.