HMS Belfast (C35)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Royal Navy Vlag
HMS Belfast (C35)
De HMS Belfast in Londen
De HMS Belfast in Londen
Geschiedenis
Besteld 21 september 1936
Werf Harland and Wolff
Kiellegging 10 december 1936
Tewaterlating 17 maart 1938
In de vaart genomen 5 augustus 1939
Uit de vaart genomen 24 augustus 1963
Status museumschip
Eigenaren
Vlag Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Algemene kenmerken
Type Town-Class lichte kruiser
Lengte 186,99 meter
Breedte 19,3 meter
Deplacement 11,550
Voortstuwing en vermogen 4 stoomketels op stookolie en 4 Parsonsturbines
Vaart 32 knopen
Bemanning 781–881
Bewapening *4 x 3 x BL 6 inch Mk XXIII naval gun
Bepantsering 114 mm
Vliegtuigen en faciliteiten 2 × Supermarine Walrus tot 1943
Motto Pro Tanto Quid Retribuamus
(Hoe betalen we terug voor zoveel?)
Verdiensten en onderscheidingen *Noordelijke IJszee 1943
  • Noordkaap 1943
  • Normandië 1944
  • Korea 1950–52
Teken Pennantnummer C35
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De HMS Belfast is een voormalig oorlogsschip van de Royal Navy. Het schip is een van de tien Town-class lichte kruisers die in de jaren 30 van de 20e eeuw in opdracht van de Royal Navy werden gebouwd. De HMS Belfast heeft meegevochten in de Tweede Wereldoorlog tijdens D-Day en in het poolgebied (waar het schip deelnam aan de jacht op de Scharnhorst), en later ook tijdens de Koreaanse Oorlog. Tegenwoordig ligt het schip in de Theems in Londen, en is ingericht als museumschip als onderdeel van het Imperial War Museum.

Achtergrond[bewerken]

De Belfast behoort tot de Town-klasse, welke was ontworpen als antwoord op de Japanse Mogami-klasse kruisers. Het was het eerste schip van de Royal Navy dat werd vernoemd naar de Noord-Ierse hoofdstad. De tewaterlating vond plaats op St. Patrick’s Day: 17 maart 1938.

De Belfast heeft een lengte van 187 meter en is 19,3 meter breed. Het schip heeft een waterverplaatsing 11,550 ton. De primaire bewapening van het schip bestond bij de oplevering uit 12 15 cm kanonnen, die elk 8 schoten per minuut konden lossen. Verder beschikte het schip over luchtafweergeschut en 12 7,62 cm kanonnen.

Geschiedenis[bewerken]

Maidentrip[bewerken]

De Belfast voer voor het eerst uit op 3 augustus 1939 en werd op 5 augustus 1939 officieel in dienst genomen. De eerste kapitein was G A Scott. Het schip had 761 bemanningsleden. De eerste oefening waar het schip aan deelnam was Operatie Hipper. Op 31 augustus werd het schip ingedeeld bij de 18th Cruiser Squadron. Met dit squadron nam de Belfast deel aan een missie om een zeeblokkade voor Duitsland op te zetten. Op 9 oktober onderschepte de Belfast een Duits vrachtschip dat zich voordeed als een neutraal Zwitsers schip om zo reservisten naar Duitsland te brengen.

Zeemijn[bewerken]

Averij van de zeemijn

Op 10 november 1939 voer de Belfast op een zeemijn nabij de Firth of Forth. Hierdoor brak de kiel, en raakte een ketelruimte en machine beschadigd. Hierop moest het schip tot juni 1940 uit de vaart genomen worden voor reparaties. Hierbij werd het pantser verstevigd en kreeg het schip nieuwe bewapening. De Belfast kreeg 5 x 2 + 8 = 18 Oerlikon 20 mm cannons in plaats van de Vickers en nieuwe radars en een nieuwe sonar.

De Scharnhorst[bewerken]

In november 1942 werd de Belfast, die toen onder bevel stond van Frederick Parham, tot vlaggenschip van de 10th Cruiser Squadron gemaakt. Dit squadron had tot taak om de PQ-konvooien te begeleiden op hun reis door het poolgebied richting de Sovjet-Unie. Op 26 december 1943 nam de Belfast deel aan de Zeeslag bij de Noordkaap, waarbij het Duitse schip de Scharnhorst tot zinken werd gebracht. Ze speelde hierbij een belangrijke rol door het schip per radar te schaduwen en haar positie door te geven aan de Duke of York. Na het zinken van de Scharnhorst nam de Belfast enkele van de overlevende opvarenden aan boord.

De Tirpitz[bewerken]

HMS Belfast jaagt op de Tirpitz

Na de slag keerde ze terug naar het Verenigd Koninkrijk. Om op 30 maart 1944 haar diensten te hervatten in het poolgebied. Zo was de Belfast betrokken bij operatie Tungsten tegen het Duitse slagschip Tirpitz.

D-day[bewerken]

Op 8 mei 1944 voer koning George VI van het Verenigd Koninkrijk op de Belfast tijdens een bezoek aan de vloot die ingezet zou worden voor de landing in Normandië. De Belfast hoorde ook bij deze vloot als hoofdkwartier van Bombardment Force E. De Belfast had tot doel de landingen door Britse en Canadese troepen te ondersteunen bij Gold en Juno Beach. Winston Churchill was aanvankelijk van plan de invasie zelf bij te wonen vanaf de Belfast, maar dit plan werd afgeblazen nadat generaal Dwight D. Eisenhower het afkeurde en Churchill bovendien een uitnodiging van de koning ontving. Tijdens de uiteindelijke invasie nam Belfast de Duitse batterijen bij Ver-sur-Mer onder vuur om zo de geallieerde soldaten dekking te geven.

Japan[bewerken]

Na de landing in Normandië werd Belfast overgedragen aan kapitein R M Dick. Tot april 1945 werd het schip aangepast voor een missie tegen de Japanse vloot in de Grote Oceaan. Zo werd het schip geschikt gemaakt voor tropische weersomstandigheden en kreeg nieuw luchtafweergeschut. Op 17 juni 1945 voer de Belfast uit richting Australië, alwaar het schip op 7 augustus in Sydney arriveerde. Eenmaal daar werd de Belfast het vlaggenschip van de 2nd Cruiser Squadron. Het plan was dat de Belfast deel zou nemen aan Operation Downfall, maar zover kwam het niet omdat Japan zich op 15 augustus 1945 overgaf.

Korea[bewerken]

HMS Belfast in Korea

Na de oorlog keerde de Belfast terug naar Porthsmouth voor onderhoud. Daarna vertrok het schip naar Hongkong om zich aan te sluiten bij de Britse vloot aldaar. Tijdens het Amethyst Incident was Belfast het hoofdschip van de Britse vloot in Hong Kong. Toen de Koreaanse Oorlog uitbrak werd de Belfast onderdeel van de vloot van de Verenigde Naties; eerst bij Task Force 77, maar later als individueel opererend schip. In 1951 hield de Belfast zich vooral bezig met het patrouilleren van de kust. In september 1951 bood het schip dekking tijdens een missie om een neergestortte Mikojan-Goerevitsj MiG-15 te bergen. Op 29 juli 1952 werd de Belfast getroffen in een gevecht met artillerie op Wolsa-ri island. Hierbij kwam een Britse matroos van Chinese komaf om het leven. Op 27 september 1952 werd de Belfast afgelost door de HMS Birmingham en HMS Newcastle. Ze had op dat moment 80.000 kilometer afgelegd in het conflictgebied.

Besparingen[bewerken]

Na haar aflossing en het einde van de Koreaanse Oorlog, was de toekomst van de Belfast onzeker. Bezuinigingen bij defensie maakten zwaar bemande kruisers als de Belfast erg duur. In 1955 werd het schip gemoderniseerd, maar door de hoge kosten verliep dit erg langzaam. Het schip moest onder andere worden uitgerust met bescherming tegen nucleaire en chemische wapens. In 1959 voer de Belfast nog eenmaal uit naar Oost-Azië om deel te nemen aan trainingsmissies. In 1962 keerde het schip terug naar het Verenigd Koninkrijk. De laatste keer dat de Belfast door de marine werd uitgezonden was in juli 1963, voor een trainingsmissie in de Middellandse Zee. Op 24 augustus 1963 werd de Belfast definitief uit dienst genomen.

Museum[bewerken]

HMS Belfast als drijvend museum

In de jaren erop bleef de toekomst van het schip onzeker, en in 1971 leek het erop dat het schip ontmanteld zou gaan worden ondanks pogingen van het National Maritime Museum om het schip te laten behouden. Hierop werd het HMS Belfast Trust in het leven geroepen, onder leiding van admiraal Morgan Morgan-Giles, die inmiddels lid was van het House of Commons. In juli 1971 werd de Belfast officieel overgedragen aan de Belfast Trust. Het schip werd nadien naar Londen gebracht om als museum ingericht te worden. Op 21 oktober 1971 werd de Belfast officieel geopend voor publiek. Tot 1977 bleef de Belfast in het beheer van de Belfast Trust, maar toen begonnen financiële problemen deze organisatie parten te spelen. Hierop kwam het Imperial War Museum met een voorstel om de Belfast in hun collectie op te nemen. Op 19 januari 1978 sloegen de Belfast Trust en het museum de handen ineen om de Belfast te behouden. In oktober 1998 werd de HMS Belfast Association opgericht met als doel voormalig bemanningsleden van het schip weer bijeen te brengen.

Externe links[bewerken]