Admiral Hipper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nazi vlag
Admiral Hipper
Admiral Hipper
Admiral Hipper
Geschiedenis
Besteld 30 oktober 1934
Werf Blohm & Voss
Kiellegging 6 juli 1935
Tewaterlating 6 februari 1937
In de vaart genomen 25 april 1939
Status Gezonken 10 april 1945
Algemene kenmerken
Lengte 206 meter
Breedte 21,8 meter
Diepgang 5,8 meter
Deplacement 14.274 longton (leeg); 18.400 longton (volgeladen)
Voortstuwing en vermogen 3 stoomturbines


98 MW

Vaart 32,5 knopen
Bereik 6500 zeemijlen met een snelheid van 17 knopen
Bemanning 1600
Bewapening SK (8") 203 mm: 8

L/65 C/33 10.5 mm: 12
4 cm Flak: 17
L/83: 3.7 cm 8
MG L/64 2 cm:28
533 mm torpedo's: 12

Bepantsering bovendek - 12-30 mm

hoofddek - 20-50 mm
hoofdgordel - 70-80 mm
geschuttorens - 70-105 mm
commandotoren - 50-150 mm

Vliegtuigen en faciliteiten 3
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De Admiral Hipper was een Duitse zware kruiser uit de Tweede Wereldoorlog. Het schip is vernoemd naar admiraal Franz Ritter Von Hipper, die ten tijde van de slag van de Doggersbank in de Eerste Wereldoorlog het bevel voerde over het Duitse eskader.

Het is het eerste schip van de Hipperklasse. Net als de zusterschepen, de Blücher en de Prinz Eugen, werd het schip in het midden van de jaren 1930 gebouwd. De bouw van de Hipper nam op 6 juni 1935 een aanvang in de Krupp Germaniawerf in Kiel. Op 29 april 1939 was het schip gereed. De afwerking liep wat vertraging op omdat het schip nog tijdens de afbouw een nieuwe boeg en schoorsteentop kreeg.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De invasie van Noorwegen[bewerken]

De Admiral Hipper kwam regelmatig in actie en boekte zijn eerste succes bij Operatie Weserübung, de invasie van Noorwegen in 1940. Tijdens die slag kreeg het de Britse torpedojager HMS Glowworm tegenover zich. In een verbeten gevecht bracht de Admiral Hipper met zijn superieure bewapening de Glowworm tot zinken, maar kwam daarbij niet ongeschonden uit de strijd; voordat de Glowworm zonk, ramde hij de Admiral Hipper, wiens kapitein Hellmuth Heye via het Rode Kruis aan de Royal Navy schreef dat hij onder de indruk was van de moed van de commandant van de Glowworm (Gerard Broadmead Roope, die bij dit gevecht omkwam). Dit droeg bij aan het toekennen van een postuum Victoria Cross aan Roope, het eerste van de Tweede Wereldoorlog.

Operatie Juno[bewerken]

Na een kort verblijf in het droogdok was de Admiral Hipper midden juni weer actief, toen vergezeld door de slagkruisers Scharnhorst en Gneisenau. Tijdens deze operatie bracht de Admiral Hipper drie Britse koopvaardijschepen tot zinken en maakte het Finse schip Esther Torsen buit.

Na deze succesvolle operatie keerde de Admiral Hipper terug naar Wilhelmshaven voor een hernieuwd verblijf in het droogdok, ter voorbereiding op de invasie van Engeland. Die operatie ging echter niet door.

De Atlantische Oceaan[bewerken]

De Admiral Hipper voerde in 1941 twee solomissies op de Atlantische Oceaan uit, waarbij de eerste tocht in januari 1941 werd afgerond met het tot zinken brengen van twee koopvaardijschepen van het konvooi WS-5 en het beschadigen van de Britse zware kruiser Berwick.
De tweede tocht werd begin februari ondernomen. De Admiral Hipper bracht eerst de alleenvarende koopvaarder Iceland tot zinken, om kort nadien op een konvooi zonder escorte te stuiten (SLS-64) toen het, getipt door de onderzeeboot U-37, naar een ander konvooi op zoek was. Zeven schepen werden vernietigd en een achtste werd zwaar beschadigd. Nadien ging de Admiral Hipper richting Brest om bij te tanken.

Naar Noorwegen[bewerken]

Na terugkomst in Brest, eind februari 1941, ging de Hipper het droogdok in voor een grote onderhoudsbeurt. Daarbij werden enkele watertanks omgebouwd tot brandstofbunkers om haar operationele bereik te vergroten. Daarna maakte de Hipper met escorte een lange tocht om Ierland heen om zich bij het eskader van Trondheim (waar onder andere de Admiral Scheer en de Tirpitz toe behoorden) te voegen. Daarbij nam ze deel aan operatie Rösselsprung, waarbij hun aanwezigheid het aan te vallen konvooi uiteen deed vallen, waarna het haast geheel door U-boten en luchtaanvallen vernietigd werd; en operatie Zarin, waarbij de Admiral Hipper in de laatste missie zeemijnen ging leggen bij de eilandengroep Nova Zembla.

Keerpunt: zeeslag in de Barentszzee[bewerken]

De laatste groepsoperatie waar de Admiral Hipper aan deelnam was Operatie Regenbogen, in december 1942, waarbij de Admiral Hipper de taak had het escorte bij konvooi JW-51B weg te lokken, zodat de kruiser Lützow vrij spel zou hebben. De operatie mislukte, deels door de felheid waarmee de escorterende torpedojagers de Hipper afhielden, deels door de onervarenheid van de commandant van de Lützow, die de situatie te ongunstig achtte om de aanval door te zetten. De Admiral Hipper liep een drietal treffers op van 15 cm-granaten van de lichte kruiser HMS Sheffield. Er werden een Britse mijnenveger en een Britse en een Duitse torpedojager tot zinken gebracht. Het hele konvooi bereikte ongeschonden de Russische havens. Dit magere resultaat leidde tot het aftreden van admiraal Raeder, wiens oppervlaktevloot tijdens de Tweede Wereldoorlog altijd al weinig had gepresteerd vergeleken met de onderzeebootvloot, en zijn opvolging door admiraal Karl Dönitz, waarna de Duitse marine zich meer dan ooit ging concentreren op onderzeeboten.

Heldenrol[bewerken]

De Admiral Hipper werd daarna naar Kiel gehaald en zou nooit meer aan een zeeslag deelnemen. Eenmaal aangekomen in Kiel werd het schip buiten dienst genomen. Toen het Rode Leger in de zomer van 1944 doorbrak naar de Baltische kust, werd de Admiral Hipper echter opnieuw uitgerust en ingezet voor beschietingen van de Sovjets. Later in het jaar en in de eerste maanden van 1945 voerde de Admiral Hipper beschietingen en reddingsoperaties uit om gewonde Duitse soldaten en burgers uit Oost-Pruisen naar het westelijke deel van Duitsland over te brengen. Het schip werd een symbool van redding voor talloze wanhopige soldaten en burgers. De Admiral Hipper was immers snel genoeg om in hinderlaag liggende Sovjet-duikboten te ontlopen.

Het einde[bewerken]

Uiteindelijk belandde de Admiral Hipper in Kiel in het droogdok, waar het vanuit de lucht werd aangevallen en daarbij zware schade opliep. Na de Duitse capitulatie inspecteerden de Britten het schip dat hen zoveel ellende bezorgd had en namen de scheepsbel mee terug als trofee. Het was die bel die de opvarenden van de Glowworm als laatste hadden gehoord voordat ze tot zinken werden gebracht. De Admiral Hipper werd na de oorlog in Kiel in 1949 gesloopt.