Haarlemmerpoort (Amsterdam)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Haarlemmerpoort in de 17e eeuw. Deze poort werd in de 19e eeuw door de Willemspoort vervangen.
De Willemspoort in 1896.
Foto: Jacob Olie.
De Haarlemmerpoort in 2005.
De Haarlemmerpoort gezien van de Singelgrachtzijde.

De Willemspoort aan het Haarlemmerplein is in feite de vijfde poort richting Haarlem die voorkomt in de geschiedenis van Amsterdam. De eerdere poorten maakten deel uit van de vestingwerken van Amsterdam. Bij elke stadsuitbreiding schoof de stadspoort een stukje op naar het westen, richting Haarlem.

Geschiedenis[bewerken]

In 1837 was de voorganger van de huidige poort, de in 1618 naar ontwerp van Hendrick de Keyser voltooide Haarlemmerpoort, zo bouwvallig geworden dat besloten werd tot afbraak. Drie jaar later verrees, vlak bij de plek van de vorige, de huidige poort.

De Willemspoort staat officieel op naam van architect Cornelis Alewijn (1788-1839), maar is hoogstwaarschijnlijk de facto van de hand van B. de Greef, zijn assistent-architect en zoon van de in 1834 overleden stadsarchitect, Jan de Greef. De poort werd geopend op 27 november 1840, toen koning Willem II, een dag vóór zijn inhuldiging, door deze poort de hoofdstad binnenreed. Vandaar de naam Willemspoort. Hiervan getuigt nog een inscriptie aan de binnenzijde.

In die tijd hadden de stadspoorten hun oorspronkelijk verdedigende functie verloren en dienden nu overwegend als 'barrière' om heffing van stedelijke belastingen mogelijk te maken. Zo ook de Willemspoort, waarvan het interieur diende ter huisvesting van de met de accijnzeninning belaste commiezen en enkele wachthoudende militairen. Al in 1851 echter bepaalde de nieuwe Gemeentewet van Thorbecke, dat plaatselijke belastingen de doorvoer en uitvoer van goederen niet mochten hinderen.[1] Na een overgangsperiode werden de gemeentelijke accijnzen in 1866 afgeschaft, waarmee de poort haar voornaamste functie verloor.

Bouwstijl[bewerken]

De poort is een goed voorbeeld van de neoclassicistische bouwstijl uit de eerste helft van de 19e eeuw; een 'strenge' interpretatie van de klassiek Griekse en Romeinse tempelarchitectuur. Het gebouw is symmetrisch van opzet; de veldzijde is gelijk aan de stadzijde, waarbij ook de zijgevels identiek zijn. In de doorgang zijn acht Korinthische zuilen geplaatst, gemaakt van Bentheimer zandsteen. Het cassetteplafond in de doorgang is voorzien van rozetten.

Station[bewerken]

In 1842 verrees tegenover de poort het Station Willemspoort als vertrekpunt van de treinen naar Haarlem. In 1878 werd de spoorlijn ten noorden van de poort verlengd in de richting van het in 1889 geopende Centraal Station.

Drinkwater[bewerken]

In 1853 plaatste de nieuw opgerichte Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij (het eerste drinkwaterbedrijf in Nederland) zijn eerste tappunt bij de Haarlemmerpoort. Het water werd van de duinen bij Zandvoort naar Amsterdam gepompt, bij de poort werd het duinwater voor een cent per emmer verkocht.

Politiepost[bewerken]

Na de afschaffing van de stedelijke accijns in 1866 bleef de poort (gedeeltelijk) als politiepost in gebruik, hoewel er stemmen voor sloop opgingen. Stemmen die luider werden toen in 1877 de aansluitende en aan de veldzijde gelegen brug in zuidelijke richting werd verplaatst. Sinds dat jaar stond in de middendoorgang een brandspuit opgesteld, terwijl het rechter gedeelte dienstdeed als verblijf voor de brandwacht.

In 1889 besloot de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam tot sloop van de poort, ten behoeve van een nieuw gebouw voor politie en brandweer. Na jarenlang geharrewar werd dit besluit op 18 april 1900 weer ongedaan gemaakt en besloten tot restauratie.

Tot 1961 deed het linkerdeel van de poort dienst als politiepost; in 1967 kwam in het gedeelte rechts een afdeling van de Dienst der Publieke Werken. Kort daarna werd het voortbestaan van de poort opnieuw bedreigd door het plan om vanaf de Haarlemmer Houttuinen een brede verkeersweg met een aansluiting dwars door de poort aan te leggen. Slopen of verplaatsen was de vraag en het inmiddels vergevorderde verval ging door, totdat het gebouw werd gekraakt. Door de krakers werd met instemming van de buurt vooral gelobbyd voor behoud door middel van een woonbestemming en restauratie en renovatie. Verval werd gekeerd door het dak te bedekken en nieuwe afwatering aan te brengen.

Restauratie[bewerken]

In 1975 werd door de gemeenteraad een krediet voor restauratie beschikbaar gesteld, maar subsidie van de rijksoverheid liet op zich wachten. Met de presentatie van woonfunctie voor de poort kwam de restauratiesubsidie beschikbaar. Na een twee jaar durende ingreep werden restauratie en verbouwing van de Willemspoort begin 1986 voltooid. In het poortgebouw zijn toen acht woningen en een aantal HAT-eenheden ingebouwd.

De Dienst der Publieke Werken van de gemeente Amsterdam en het Gemeentelijk Woningbedrijf Amsterdam maakten na de restauratie afspraken over het toekomstige beheer, waarbij Dienst der Publieke Werken zich zou ontfermen over de fundering en het casco, en het Woningbedrijf West het onderhoud van de woningen voor diens rekening zou nemen.

Anno 2017 staan de 17 wooneenheden in het gebouw leeg in afwachting van een nieuwe restauratie. Eigenaar woningcorporatie Ymere doet de Willemspoort van de hand doen omdat ze de gelden die benodigd zijn voor verbouwing liever anders besteed.[2] In het pand zal na de opknapbeurt ruimte zijn voor 700 m2 horeca.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Tussen Haarlemmerpoort en Halfweg, Historische atlas van de Brettenzone in Amsterdam. Auteurs: Jaap Evert Abrahamse, Menne Kosian en Erik Schmitz. Uitgeverij Thoth, Bussum, oktober 2010. ISBN 978-906868-515-2