Haken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Voor het artikel over de Engelse band, zie Haken (band)
Supermacrofoto van fijn haakwerk
Hongaars Csetneki-haakwerk
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek

Haken is een handwerktechniek. Haken gebeurt met behulp van een haaknaald. Daarmee worden van garen eenvoudige tot ingewikkelde lussen gemaakt, die samen een patroon vormen.

Voor haakwerk kunnen verschillende soorten garen gebruikt worden, van het fijnste katoen voor kanten kleedjes tot touw en raffia voor koorden en andere gebruiksartikelen. Afhankelijk van het gebruikte garen, wordt voor een dunne tot dikke naald gekozen.
Er bestaat ook een manier om zonder behulp van een naald te haken, het zogenaamde vingerhaken. Deze methode wordt op sommige Nederlandse basisscholen in de handwerkles geleerd. Met deze techniek kunnen alleen 'lossen' worden gehaakt.

Haaknaalden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie haaknaald voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Haaknaalden zijn genummerd volgens een standaardmaat (metrisch) en hebben meestal ook een standaardlengte die prettig in de hand ligt.

De twee dunste naalden zijn meestal van staal, de iets dikkere van aluminium overtrokken met een dun laagje plastic. Voor de dikste naalden kunnen zowel plastics (nylon) als hout gebruikt worden.

Garens[bewerken]

Voor de dunste garen wordt fijne katoen gebruikt. Voor de iets dikkere wol of menggaren. Met dikkere materialen, zoals sisal en raffia, kan ook worden gehaakt.

Haakpatronen[bewerken]

Omdat veel mensen niet zomaar iets uit het hoofd kunnen haken, zijn er in de handel haakpatronen verkrijgbaar.

Haakpatronen zien er nogal cryptisch uit. Om ruimte in de tekst te besparen worden voor de veel komende termen afkortingen[1] gebruikt.

Afkorting steken Overige afkortingen
l losse CK contrastkleur
st steek doorh doorhalen
drstk driedubbel stokje GK goede kant
dstk dubbel stokje herh herhaling
hv halve vaste HK hoofdkleur
hstk half stokje meerd meerderen
omsl omslag mind minderen
st steek of steken patr patroon
stk stokje rest resterende
v vaste VK verkeerde kant
volg volgende
oversl overslaan

Deze afkortingen worden weer gebruikt in samenstellingen. Voorbeelden daarvan zijn:

  • (3v, 3l, 3v) in de volg. st. = 3 vasten, 3 lossen, 3 vasten maken in de volgende steek.
  • 5 (6, 6, 7) v. meerd = 5 vasten meerderen. Omdat dit patroon kennelijk in 4 maten is gemaakt, geldt voor de andere drie maten respectievelijk 6, 6 of 7 vasten meerderen.
  • Het teken * wordt gebruikt om aan te geven of een aantal steken meerdere malen moet worden herhaald.

Het haakpatroon wordt vaak weergegeven in "toeren", dat is een rij steken. Na omdraaien van het werk wordt een toer in de andere gemaakt. Bij rondhaken begint de volgende toer als de haker op het beginpunt is aangekomen.

In plaats van een beschrijving in tekst met vele afkortingen, wordt ook wel een schema gebruikt als patroon. Dit wordt een stekendiagram genoemd.[1] Het voordeel van zo een schema is dat daarmee ook min of meer zichtbaar wordt hoe het eindresultaat eruit zal zien.

Steken[bewerken]

Basissteken[bewerken]

In onderstaande tabel de basishaaksteken. Omdat soms anderstalige haakpatronen worden gebruikt, zijn de Engelse en Amerikaanse vertalingen bij de steken gezet. Om onbekende redenen verschillen deze woorden in het Engels en het Amerikaans.[1]

Nederlandse term Foto Schematische aanduiding Amerikaanse term Engelse (Britse) term Foto begin van een nieuw toer
halve vaste Crochet slip.png slip stitch slip stitch / single crochet
losse of kettingsteek Chainstitch.jpg Crochet chain.svg chain stitch chain stitch
vaste Singlestitch.jpg Crochet single crochet.svg single crochet double crochet Singleturning.jpg
half stokje Halfdoublestitch.jpg Crochet half double crochet.svg half double crochet half treble Halfdoubleturning.jpg
stokje Doublestitch.jpg Crochet double crochet.svg double crochet treble Doubleturning.jpg
dubbel stokje Triplestitch.jpg Crochet double triple.svg triple/treble crochet double treble Tripleturning.jpg
driedubbel stokje Doubletriple.jpg Crochet triple triple.svg double treble crochet triple/treble treble Doubletripleturning.jpg

Toepassingen van de basissteken[bewerken]

Beginlus: Met een haakwerk wordt altijd begonnen met één enkele beginlus of opzetlus.[2][3] Vervolgens wordt een aantal losse steken gemaakt, die vaak dient als de basis van het verdere haakwerk. Op de losse steken worden vervolgens de andere steken gemaakt, de halve vaste, vaste, stokjes, dubbele stokjes of driedubbele stokjes.

Lossen: voor het maken van boogjes, voor het maken van de basis van een haakwerk, voor het keren bij het maken van een nieuwe toer met hoge steken zoals stokjes. Voor een toer met vasten is één losse nodig, voor een toer met halve stokjes twee lossen, voor stokjes 3 lossen etc.

Halve vaste: delen van een werkstuk aan elkaar maken. Er ontstaat een platte naad. Een halve vaste maakt een mooie afwerking bij het begin van elke nieuwe toer. Aanbrengen van imitatie borduurwerk op een stuk haakwerk.

Vaste: Voor het maken van compact, stevig, haakwerk.

Varianten van haaksteken[bewerken]

Varianten bestaan uit combinaties van de basissteken.

  • Schelpsteek: drie tot vijf stokjes maken in een steek uit een voorgaande toer.[1]
  • Boogje: drie of meer lossen na elkaar gehaakt.
  • Rondhaken: dit wordt begonnen door een ketting van lossen met een vaste steek tot een cirkel te maken. Het alternatief is een "magische lus" te maken,[4] die later aangetrokken kan worden. Rondhaken wordt gebruikt in voorwerpen zoals een rond kleedje, een muts, het hoofd van een pop etc.

Producten[bewerken]

Van de dunste garen worden sierkleedjes, bijna vergelijkbaar met kant gemaakt. Daarmee kunnen natuurlijke vormen, geïnspireerd op de natuur, zoals bloemen en blaadjes worden gehaakt. Dit wordt ook wel Iers haakwerk genoemd en is vaak driedimensionaal. Zie het middengedeelte van het kleedje op de foto.
In vroeger tijden werd er door sommige vrouwen ook vitrage gehaakt. Door veel met dubbele stokjes en lossen te werken kreeg die vitrage een heel open structuur, het zogenaamde filethaakwerk. Ook was het gebruikelijk om een sierrand in de onderkant van de vitrage te haken. Met een goede voorbereiding konden hiermee ook letters en woorden gevormd worden. Dit moest wel van tevoren berekend worden om goed uit te komen.
Van de dikkere materialen werd ook veel baby-, kinder- en dameskleding gemaakt. Ook jasjes, hemdjes en mutsjes werden en worden wel gemaakt. Sinds 2017 worden steeds vaker knuffels en woonaccessoires gemaakt.

Touw en raffia lenen zich uitstekend voor het maken van allerlei stevige gebruiksvoorwerpen van tassen tot onderzetters en vloerkleden. Een techniek die nog weleens voor haken wordt aangezien is het naaldbinden.