Hoofdorgel van de Grote- of Jacobijnerkerk in Leeuwarden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hoofdorgel

Het hoofdorgel in de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden is een historisch kerkorgel, dat wordt gerekend tot de belangrijkste (barok)orgels van Nederland.

De karakteristieke plenumklank kenmerkt zich vooral door kracht en doordringendheid, terwijl het bovenwerk typerende karakterstemmen en ingetogen soloregisters laat horen. Het orgel wordt gebruikt voor zowel de PKN-eredienst als orgelconcerten.[1]

Bouw[bewerken | brontekst bewerken]

Het orgel is gebouwd tussen 1724 en 1727 door Christian Müller in opdracht van het stadsbestuur van Leeuwarden. Dit gebeurde op initiatief van de Leeuwarder stadsorganist Reijnold Popma van Oevering, die naar Amsterdam was gekomen om een geschikte orgelbouwer uit te kiezen. Het is het eerste grote orgel met drie manualen en vrij pedaal dat Müller bouwde.

In de periode van 1821 tot 1944 werden de dispositie en vooral het klankkarakter diverse malen ingrijpend gewijzigd door onder meer de orgelmakers Van Dam. Bij de omvangrijke restauratie van kerk en orgel in de periode 1972-1977 werden het oorspronkelijke klankkarakter en de dispositie van Müller hersteld door de Leeuwarder orgelmakerij Bakker & Timmenga.

Uiterlijk[bewerken | brontekst bewerken]

De kas is gemaakt door Berend Storm in samenwerking met de Leeuwarder stadstimmerman Claes Bockes Balck. Bij de uiterlijke proporties en decoraties zijn vooral de meer dan manshoge beelden Geloof, Hoop en Liefde op de hoofdwerkkas opvallend. Zij zijn gemaakt door Gerbrandus van der Haven. De kleinere beelden op het rugwerk zijn gemaakt door Jacob Sydses Bruinsma.

Bij de restauratie van 1978 werd de oorspronkelijke roodbruine kleur van de orgelkas, die in de loop der jaren verschillende kleuren gehad heeft, hersteld.

Dispositie[bewerken | brontekst bewerken]

Hoofdwerk C–g3
Prestant 16′ dubbel vanaf g'
Octaaf 8′ dubbel vanaf c'
Roerfluit 8′
Octaaf 4′
Quint 3′
Superoctaaf 2′
Mixtuur IV–VIII sterk
Scherp IV–VI sterk
Trompet 16′
Trompet 8′
Rugwerk C–g3
Prestant 8′ dubbel vanaf a
Holpijp 8′
Octaaf 4′
Octaaf 2′
Cornet disc. VI sterk
Mixtuur IV-VIII sterk
Sexquialter II sterk
Trompet 8′
tremulant
Bovenwerk C–g3
Baarpijp 8′
Quintadeen 8′
Viola de Gamba 8′
Octaaf 4′
Gemshoorn 4′
Nasard 3′
Nachthoorn 2′
Cimbaal III sterk
Sexquialter II-IV sterk
Dulciaan 8′
Vox Humana 8′
tremulant
Pedaal C–d1
Prestant 16′
Bourdon 16′
Octaaf 8′
Octaaf 4′
Quint 3′
Mixtuur III sterk
Bazuin 16′
Trompet 8′
Trompet 4′

Koppels: HW aan RW, BW aan HW, Ped. aan RW, Ped. aan HW. 4 afsluitingen.

Organisten[bewerken | brontekst bewerken]

Vaste bespelers van het instrument waren onder anderen Reijnold Popma van Oevering (1727-1741), George Stam (1931-1949), Piet Post (1949-1981), Jan Jongepier (1981-2007) en Theo Jellema (2007-2020). Gerwin Hoekstra werd in 2020 als vaste organist aangesteld.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]