Naar inhoud springen

Huglin-index

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De Huglin-index of Huglin-zonnewarmteindex is een warmte-index voor de wijnbouw, ontwikkeld door Pierre Huglin.

Bij de warmte-index wordt de som berekend van de temperatuur van de dagen tussen 1 april en 30 september, waarbij de temperatuur hoger is dan 10 °C. Bij deze berekening worden de gemiddelde dagtemperatuur en de maximum dagtemperatuur gebruikt en tevens wordt een correctie toegepast in verband met de geografische ligging.

Ieder druivenras heeft een bepaalde hoeveelheid warmte nodig om succesvol te kunnen worden geteeld en rijpe druiven te kunnen produceren in een bepaald gebied. De berekende warmtesom, op basis van weerstations of klimaatmodellen verschillen vaak van de werkelijke situatie in wijngaarden in die zin dat de werkelijk waarden vaak hoger liggen. De index houdt dan bijvoorbeeld geen rekening in temperatuurvoordelen binnen de wijngaard zoals op een heuvel liggend, waardoor de werkelijke temperaturen 1,5 tot 2 °C hoger kunnen zijn dan volgens weerstations. In de Nederlandse situatie zal waarschijnlijk minder vaak het geval zijn.

De Huglin-index wordt berekend als product van de coëfficiënt K en de som van dagelijkse indextemperaturen tussen 1 april en 30 september. De indextemperatuur voor iedere dag wordt berekend door het gemiddelde te bepalen van de gemiddelde dagtemperatuur en de maximum dagtemperatuur ten opzichte van de basis temperatuur van 10 °C.

[1]
Tmed = Gemiddelde dagtemperatuur
Tmax = Maximum dagtemperatuur
Basistemperatuur = 10 °C
K = een parameter die afhankelijk is van de breedtegraad waar de wijngaard zich bevindt; de som van de indextemperaturen wordt vermenigvuldigd met de factor K om te compenseren voor de langere dagen op noordelijke (of zuidelijke) breedten; Bijvoorbeeld:
K (40°) = 1,02
K (50°) = 1,06

warmteindex volgens Huglin (1986) voor verschillende druivenrassen

[bewerken | brontekst bewerken]
Huglin-Index H[1] Druivenrassen
            H < 1500 geen aanbeveling voor wijnbouw
1500 ≤ H < 1600 Müller Thurgau, Blauer Portugieser
1600 ≤ H < 1700 Pinot Blanc, Pinot Gris, Aligoté, Gamay Noir, Gewürztraminer
1700 ≤ H < 1800 Riesling, Chardonnay, Silvaner, Sauvignon Blanc, Pinot Noir, Grüner Veltliner
1800 ≤ H < 1900 Cabernet Franc,
1900 ≤ H < 2000 Chenin Blanc, Cabernet Sauvignon, Merlot, Semillion, Welschriesling
2000 ≤ H < 2100 Ugni Blanc
2100 ≤ H < 2200 Grenache, Syrah, Cinsaut
2200 ≤ H < 2300 Carignan
2300 ≤ H < 2400 Aramon
  • Pierre Huglin: Biologie et écologie de la vigne. Lavoisier (Edition Tec & Doc), Paris 1986, ISBN 2-60103-019-4. S. 292 (371 S.).
  • Pierre Huglin: Nouveau mode d’évaluation des possibilités héliothermique d’un milieu viti-cole. C. R. Académie d’Agriculture (Acad. Agric.), 1117–1126, 1978.
  • Dieter Hoppmann: Terroir, Wetter – Klima – Boden, Verlag Ulmer KG, Stuttgart 2010, ISBN 978-3-8001-5317-6, S. 28.
  • Daniela Dejnega: Weinbau in ganz Österreich?, Der Winzer 6/2013, S. 23–25, Österreichischer Agrarverlag, Wien.