Koninklijke Kunstzaal Kleykamp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Huize Kleykamp)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Huize Kleykamp
Kleykamp in 1942.
Kleykamp in 1942.
Locatie Scheveningseweg, Den Haag
Coördinaten 52° 5′ NB, 4° 18′ OL
Oorspr. functie villa
Huidig gebruik kunsthandel
bevolkingsregister
Sluiting 11 april 1944
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Kunstzaal Kleykamp was in de 20e eeuw een kunsthandel in Den Haag. De kunsthandel was gevestigd in een opvallende witte villa aan het begin van de Scheveningseweg bij het Carnegieplein tegenover het Vredespaleis.[1] In de Tweede Wereldoorlog werd in het gebouw het landelijk bevolkingsregister gevestigd.

Kunsthandel[bewerken]

Pieter († 2 januari 1942) en Ermina Kleykamp hadden omstreeks 1900 een bedrijf in rieten manden en meubelen en een kleine kunsthandel in Aziatische kunst in Rotterdam. Om hun kunstvoorwerpen aan het publiek te kunnen tonen, organiseerden zij verkoopexposities door het hele land. In 1909 verhuisden zij naar Den Haag. Hun eerste huis was in de Oranjestraat, maar in 1916 verhuisden zij naar een groot wit huis aan het Haagse begin van de Scheveningseweg. Dat huis werd al gauw Huize Kleykamp genoemd. In 1920 kreeg de kunsthandel van koningin Wilhelmina het predicaat Koninklijk: 'Koninklijke Kleykamp'.

Bevolkingsregister[bewerken]

In 1941, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd het persoonsbewijs (PB) verplicht, met daarop een pasfoto en een vingerafdruk. Huize Kleykamp werd medio 1941[2] door de Duitse bezetter gevorderd om het Centrale Bevolkingsregister met duplicaten van alle uitgegeven persoonsbewijzen onder te brengen. De Duitsers konden daarmee steeds onderzoeken of iemands persoonsbewijs vals was. Dit heeft vele verzetsstrijders en onderduikers het leven gekost.

Bombardement door de RAF op gebouw Kleykamp
Vlieger vertelt over bombarderen van Kleykamp
Vista-kmixdocked.png
(download·info)

In 1943 stelde de verzetsstrijder Pierre Louis d’Aulnis de Bourouill aan de Nederlandse regering en de RAF voor dat archief te bombarderen. Aanvankelijk werd zijn verzoek afgewezen uit angst voor te veel slachtoffers, maar het werd steeds duidelijker dat het moest gebeuren, vooral omdat men zich realiseerde dat de oorlog nog jaren kon duren. Generaal-majoor Johan Willem van Oorschot gaf uiteindelijk op 11 april 1944 opdracht de missie uit te voeren. Kleykamp was een duidelijk doelwit, het was het enige witte huis tegenover het Vredespaleis. Er werden zes De Havilland Mosquito jachtbommenwerpers van Squadron 613 naar Nederland gestuurd. Piloot van het eerste vliegtuig was Robbie Cohen, die later boven Frankrijk werd neergehaald. De aanvliegroute was langs de Zuid-Hollandse Eilanden, op 15 meter hoogte om onder de Duitse radar te blijven. Met een bocht om Gouda werd het afweergeschut van Rotterdam ontweken. Daarna verminderden de Mosquito's hun snelheid en kwamen ze aanvliegen over het Vredespaleis. 'Kleykamp' werd gebombardeerd, waarbij 61 medewerkers omkwamen. Een aantal bommen miste het doel en verwoestten een deel van de Alexanderkazerne aan de Laan Copes van Cattenburch (nu Patijnlaan), waar de Grüne Polizei was gehuisvest.

Alle piloten kwamen ongedeerd in Engeland terug. Ruim de helft van de persoonsbewijzen was niet goed verbrand. Deze werden overgebracht naar Scheveningseweg 106 (het latere NEBO-ziekenhuis) om alsnog zorgvuldig te worden vernietigd. Na deze actie konden honderden onderduikers en verzetsstrijders aan veilige valse papieren geholpen worden.

Na de oorlog heeft de kunsthandel nog enige tijd voortbestaan aan de Anna Paulownastraat 60, maar de oprichter Pieter Kleykamp was in 1942 overleden en het kenmerkende oude elan was verdwenen. Op de locatie van de villa werd midden jaren zestig het nieuwe kantoor van de Nationale Investeringsbank gebouwd.[3]

Uitzending Andere Tijden[bewerken]

Er rezen twee vragen: waarom het bombardement niet eerder kon plaatsvinden, en waarom werd het niet gedaan tijdens de paasdagen, maar op de dag erna? Beide opties zouden veel levens gespaard hebben. De VPRO probeerde in Andere Tijden in oktober 2008 daarop een antwoord te vinden. Aan het woord kwamen Paul Valkenburgh, die indertijd in het oude tolhuis vlak bij Kleykamp woonde, Coby Versluis-de Greef, die in het pand gewerkt had en levend onder het puin vandaan was gekomen, en Pierre Louis d’Aulnis de Bourouill. Op de eerste vraag kan geen antwoord gegeven worden, maar dit soort precisiebombardementen werd pas sinds september 1943 uitgevoerd. Hoewel het heel gevaarlijk was, moesten de vluchten overdag plaatsvinden omdat dan de groene stalen archiefkasten open zouden staan. Het moest ook op een werkdag gebeuren, om dezelfde redenen.

De stichting[bewerken]

In 2004 is de Stichting Historie Koninklijke Kunstzaal Kleykamp opgericht. De stichting heeft in 2008 een wetenschappelijk boek over de geschiedenis van de Koninklijke Kunstzaal Kleykamp uitgegeven.[4]. Dit boek werd op 31 oktober 2008 gepresenteerd in het Haagse Museum Beelden aan Zee.

Trivia[bewerken]

  • Op 23 maart 1913 gaf Louis Couperus een voordracht voor Kleykamp, dat toen nog gevestigd was op de hoek Parkstraat/Oranjestraat. Hij las 'De zonen der zon' voor uit het boek God en Goden. Hij las er ook nog voor in 1915, 1916, 1921 en 1923.
  • Op 9 juni 1923 werd Couperus er gehuldigd vanwege zijn 60e verjaardag de volgende dag. Hij was toen net teruggekeerd van Japan en hield in Kleykamp zijn laatste voordracht.[bron?]
  • Op 4 mei 1929 werd Willem Kloos er gehuldigd voor zijn zeventigste verjaardag.