NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies
002 (NIOD sign) 2016 (Herengracht 380-382, Amsterdam).png
Opgericht 8 mei 1945
Eigenaar Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
Plaats Amsterdam
Werkgebied Nederland
Doel Bestuderen van-, publiceren en informeren over de uitwerking van oorlogen, de Holocaust en andere genociden op individu en samenleving in de 20ste en 21ste eeuw.[1]
Aantal werknemers 58 (49.61 fte) per 31 december 2014[2]
Website
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog
NIOD publicatie: Ben Sijes - De Razzia van Rotterdam 10-11 november 1944. Klik voor pdf.
NIOD publicatie: L. de Jong - Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939-1945 Deel 1 Voorspel. Klik voor pdf.

Het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies is sinds 2010 de naam van een Nederlands instituut voor de bestudering van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en hedendaagse genociden dat ontstond na een fusie tussen het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies (CHGS).

Geschiedenis van het NIOD[bewerken]

Oprichting[bewerken]

Het NIOD werd op 8 mei 1945 opgericht onder de naam Rijksbureau voor Documentatie van de geschiedenis van Nederland in Oorlogstijd. Op 1 oktober dat jaar werd de naam gewijzigd in die van Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD of RVO). Op 1 januari 1999 veranderde de naam in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en werd het onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Reeds op 6 juni 1945 werd evenwel door de Chef Staf van het Militair Gezag afgekondigd dat "de veiligheid van de Staat vordert" dat het oprichtingsbesluit van 8 mei moest worden ingetrokken,[3] een besluit dat geen doorgang vond.

Het instituut werd bij het grote publiek vooral bekend door het mediagenieke optreden van directeur dr. Loe de Jong. Diens levenswerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog is het omvangrijkste resultaat van de activiteiten van wat toen nog het RIOD heette.

Directeuren[bewerken]

De Jong was directeur vanaf de oprichting in 1945 totdat hij in 1979 met pensioen ging en opgevolgd werd door NIOD-medewerker Harry Paape, die op zijn beurt in 1990 door Cees Schulten werd opgevolgd. In 1996 werd Hans Blom directeur. In 2007 volgde Marjan Schwegman Blom op. Zij nam op 18 februari 2016 afscheid. Wichert ten Have is sindsdien interim-directeur. Per 1 september 2016 werd Frank van Vree benoemd tot Schwegmans opvolger.

Fusie[bewerken]

Op 9 december 2010 fuseerde het NIOD met het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies, waarmee het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies ontstond.

Taken[bewerken]

Het NIOD deed sinds zijn oprichting onderzoek naar en publiceerde over Nederland (inclusief Nederlands-Indië) en de Tweede Wereldoorlog. De taken van het NIOD waren aanvankelijk:

  • archieven en collecties van en over de Tweede Wereldoorlog te archiveren, verzamelen en beschikbaar te stellen;
  • wetenschappelijk onderzoek uit te voeren en hierover te publiceren;
  • particulieren en overheidsinstellingen informatie te verschaffen.

Na de fusie werd het werkterrein van het NIOD verruimd en bestrijkt het de 20ste en 21ste eeuw. Centraal staat de vraag naar de uitwerking van oorlogen, de Holocaust en andere genociden op individu en samenleving. Het NIOD stelt zichzelf nu aanvullend ten taak:

  • debatten en activiteiten over oorlogsgeweld en processen die daaraan ten grondslag liggen te stimuleren en organiseren.

Kritiek[bewerken]

Het NIOD heeft in de loop van jaren heel wat kritiek te verduren gekregen en ook zijn regelmatig vraagtekens gezet bij de legitimiteit van een Nederlands of nationaal instituut ter bestudering van de geschiedenis. Een van de belangrijkste critici in de jaren zeventig van de twintigste eeuw was Jan Rogier. Ook tijdens de affaire-Aantjes kwam het instituut onder vuur te liggen toen Loe de Jong in een rechtstreeks op televisie uitgezonden persconferentie verklaarde dat CDA-fractievoorzitter Willem Aantjes bewaker was geweest in strafkamp Port Natal bij Assen en bij de Waffen-SS in vreemde krijgsdienst had gezeten, wat achteraf onjuist bleek. Historicus Jan Bank betwijfelde in zijn inaugurele rede van 1983 het nut van het voortbestaan van het instituut.

Geschiedenis van het CHGS[bewerken]

Het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies werd in 2002 opgericht door de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met het NIOD. Het centrum, sinds 2010 gefuseerd met het NIOD, houdt zich bezig met wetenschappelijk onderwijs en onderzoek naar de Holocaust en andere vormen van genocide, zoals de Jodenvervolging in Nederland en de genocide in Rwanda en Bosnië. Het vormde vanaf het begin onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Huisvesting[bewerken]

Het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies is gevestigd in een rijksmonument aan de Herengracht 380 te Amsterdam, oorspronkelijk tussen 1888 en 1890 gebouwd door architect Abraham Salm in opdracht van de Nederlandse tabaksplanter Jacob Nienhuys. Een studiezaal met 32 plaatsen vormt het hart van het instituut. Deze is tijdens kantooruren geopend voor onderzoekers en belangstellenden. Eerder huisde het instituut aan de Herengracht 474. In de beginjaren had het instituut een dependance in Batavia en jarenlang ook een aan de Prins Hendriklaan in Amsterdam.

Publicaties[bewerken]

  • Annemieke van Bockxmeer: De oorlog verzameld. Het ontstaan van de collectie van het NIOD. Amsterdam, De Bezige Bij, 2014. ISBN 9789023489399
  • Jaap Cohen: Het bewaren van de oorlog. De roerige beginperiode van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie 1945-1960. Amsterdam, Boom, 2007. ISBN 9789085065081
Galerij[bewerken]

Externe link[bewerken]