IG Farben

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Pölziggebouw in Frankfurt, voormalig hoofdkantoor van Hoechst-chemie (IG Farben), nu gebruikt door de Universiteit. Ontwerper: Peter Behrens

IG Farben (een afkorting voor Interessen-Gemeinschaft Farbenindustrie AG) was een Duits bedrijf dat een groot aantal chemische bedrijven onder zich had. IG Farben was ontstaan tijdens de Eerste Wereldoorlog en had tijdens de naziperiode bijna een volledig monopolie op de chemische industrie in Duitsland.

Het Duitse woord Farbe staat voor kleur of verfstof. Voordat de Eerste Wereldoorlog begon, had de Duitse verfindustrie bijna de hele wereldmarkt in handen. Met het samenvoegen van de vele bedrijven trachtte de Duitse industrie weer greep op de markt te krijgen.

Nationaalsocialistische tijd[bewerken]

In het begin produceerden de samengevoegde bedrijven inderdaad verfstoffen. Maar al snel deden meer en meer bedrijven aan de geavanceerde chemie. Tijdens het nationaalsocialistische regime in Duitsland werkte IG Farben nauw samen met de NSDAP, Hitlers politieke partij. Zo werd bijvoorbeeld het gif Zyklon B geproduceerd, dat de nazi's gebruikten om op grote schaal Joden en politieke tegenstanders uit de weg te ruimen. IG Farben hield het patent op Zyklon B, maar het werd geproduceerd door Degesch (Deutsche Gesellschaft für Schädlingsbekämpfung, in vertaling 'Duitse maatschappij voor de bestrijding van schadelijke planten en dieren'), waar IG Farben een belang van 42,2% in had. Ook zaten er managers van IG Farben in het bestuur van Degesch.

IG Farben maakte op grote schaal gebruik van dwangarbeid, op het hoogtepunt werkten er zo'n 83.000 mensen onder dwang bij een fabriek nabij Auschwitz, waar onder meer synthetische olie en rubber werden geproduceerd.

IG Farben was het ware geesteskind van de Rothschilds (door de Warburg-connectie), en vormde een zeer machtig kartel. De oorspronkelijke bezielers van het IG Farbenproject waren echter Carl Bosch (neef van de elektronicafabrikant Robert Bosch die ook financiële sponsor was van de NSDAP) en Carl Duisberg.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Nadat Duitsland de Tweede Wereldoorlog verloren had werden 23 leidinggevenden door de Amerikanen vervolgd in het IG Farbenproces tijdens de Processen van Neurenberg; twaalf personen werden uiteindelijk veroordeeld. Aanvankelijk overwogen de geallieerden de bezittingen van IG Farben te confisqueren en het bedrijf op te doeken. Na enige discussie werd in 1951 besloten om het bedrijf opnieuw op te splitsen in de oorspronkelijke kleine en grotere bedrijven die IG Farben hadden gevormd. Het overkoepelende IG Farben bleef verder bestaan als een holding die de lopende financiële zaken van het voormalige concern moest afhandelen waarna het uiteindelijk opgeheven zou moeten worden. Al snel werden de oorspronkelijke kleine bedrijven opgekocht door de vier grootste die uit de opsplitsing voortgekomen waren. En omdat de holding uit de oorlog nog bestond werd de verantwoordelijkheid voor de tijdens het nazi-regime gepleegde misdaden van het bedrijf door de afgesplitste kleinere bedrijven handig afgewenteld op deze holding. Hierdoor was het zeer moeilijk voor de voormalige dwangarbeiders, en/of hun nakomelingen, om schadevergoeding te verkrijgen voor het aangedane leed.

Vandaag de dag bestaan alleen nog als zelfstandige bedrijven Agfa, BASF en Bayer. Hoechst is gefuseerd met het Franse Rhône-Poulenc Rorer, tegenwoordig Aventis genaamd. Het moederbedrijf IG Farben bleef bestaan als gevolmachtigd bedrijf, met wat onroerend goed als bezit, en is sinds 10 november 2003 officieel failliet verklaard. Ondanks dit faillissement waren de aandelen I.G. Farben nog tot 9 maart 2012 op de Duitse beurs verhandelbaar. Op 13 oktober 2012 werd eindelijk de handel gestaakt en werd het bedrijf uit het handelsregister geschrapt en was het bedrijf I.G. Farben, ruim zestig jaar na de opsplitsing van het bedrijf, echt verdwenen.

Oorspronkelijke bedrijven[bewerken]

en verscheidene kleinere bedrijven.