Internetaanbieder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een internetprovider of internetaanbieder (Engels: internet service provider of ISP) is een organisatie of persoon die diensten levert op of via het internet. Dit kan zowel de verbinding van een gebruiker aan het internet zijn, alsook diensten die de gebruiker via het internet kan gebruiken. De verschillende diensten die een internetprovider aanbiedt zijn hieronder uitgewerkt.

Aanbod[bewerken]

Internet access provider[bewerken]

Een (Internet) Access Provider of IAP is een organisatie of persoon die aan particulieren en/of bedrijven faciliteiten biedt om een vaste computer of een mobiel apparaat verbinding te laten maken met het Internet. Dit kan op verschillende manieren: bijvoorbeeld via inbellen, ADSL, kabelinternet of via UMTS of wifi.

Internet service provider[bewerken]

Een Internet Service Provider of ISP is een bedrijf dat via het internet aan klanten een eigen e-mailadres aanbiedt, de mogelijkheid geeft een eigen site op het World Wide Web te maken, en vaak om daar gegevens via FTP toegankelijk te maken. Vaak biedt een ISP ook een nieuwsserver voor Usenet.

In de volksmond wordt vaak ISP gezegd als de Access provider wordt bedoeld. Meestal bieden Access providers ook allerlei diensten aan die hen tot ISP maken. Steeds vaker worden de genoemde diensten op het internet door grote bedrijven als Microsoft, Google en Yahoo! gratis aangeboden.

Internet hosting provider[bewerken]

Een internethostingprovider of een IHP is een ISP die diensten levert voor het toegankelijk maken van een internet domeinnaam en webhosting (het maken van een eigen website).

Ontwikkeling in Nederland[bewerken]

In 1991 waren de eerste particulieren met een aansluiting op internet de leden van een groepje binnen de HCC in het kader van het EUnet-project HobbyNet. In 1993 was XS4ALL samen met EuroNet Internet een van de eerste commerciële providers. Deze twee providers kregen al snel meer klanten. Aanvankelijk konden klanten verbinding maken met internet door met een modem via de telefoonlijn te bellen naar een inbelnummer van de internetprovider; eerst meestal via een interlokaal telefoonnummer, maar omdat de tarieven voor interlokale netnummers hoger waren dan tarieven voor lokale netnummers gingen de providers hun inbelpunten uitbreiden tot landelijke dekking. Voor verbinding met internet moest immers per minuut (de kosten van het telefoongesprek) betaald worden.

Vanaf 1995 maakten kabelmodems het mogelijk om de televisiekabel niet alleen voor radio en tv-signalen te gebruiken, maar voor internetverkeer. Daardoor konden ook de kabelmaatschappijen zich als internetproviders gaan opstellen. Daarmee was voor het eerst een internetverbinding mogelijk die niet per minuut, maar per maand betaald werd en bovendien was voor het eerst breedband internet mogelijk: internet via de kabel was veel sneller dan via een inbelmodem. Twee jaar later kreeg kabelinternet een concurrent: ADSL. Door de goede kwaliteit van ADSL stapten veel ontevreden klanten van de kabel over naar de providers die ADSL-abonnementen aanboden. De grote investeringen die nodig waren voor een breedbandnetwerk met landelijke dekking konden niet door alle providers worden opgebracht, waardoor het aantal providers door overnames en faillissementen flink af nam.

In Nederland heeft KPN het complete telefoonnet naar alle huizen in beheer. Om te zorgen dat er toch een concurrerende markt mogelijk is moet KPN van de onafhankelijke telecom-autoriteit OPTA ook aan andere internetproviders de mogelijkheid aanbieden van deze kabels gebruik te maken om internet over de telefoonlijn aan te bieden. De providers mogen daarvoor in de centrales van KPN apparatuur neerzetten voor het maken van internetverbindingen over de telefoonlijnen die van daaruit naar de huizen gaan. Daarnaast biedt KPN ook zelf internettoegang aan via dochterbedrijven (met de merken XS4ALL, KPNInternet en Telfort). Omgekeerd bieden nu internet en kabelproviders ook telefonie aan. Tiscali Wholesale (voorheen BaByXL), BBned (InterNLnet, BIT internetprovider, Alice, Pilmo en Bbeyond), Unet, Versatel, EasyNet (voorheen NovaXess) en T-Mobile Online zijn een uitzondering omdat zij een eigen infrastructuur hebben om ADSL aan te bieden, en hierbij als enige ADSL-providers dus niet afhankelijk zijn van het ADSL-product van KPN.

Op de markt voor de kabeltelevisie zijn meerdere bedrijven actief, die allemaal ook actief zijn als internetprovider. Hoewel het hier om meer spelers gaat, kan dit nog steeds als een monopolie worden gezien: elk huis heeft immers slechts een verbinding met een enkele kabelprovider, en heeft daarin geen keuze. Het kabelinternet is niet zo gereguleerd als ADSL.

Provideraansprakelijkheid[bewerken]

Omdat internetproviders vaak servers beheren waarop niet zijzelf, maar hun klanten informatie kunnen plaatsen, was in het verleden onduidelijk wie nu verantwoordelijk was voor onrechtmatige informatie op een bepaalde website: de beheerder van de webserver of degene die de informatie op de website beheert. Dit is kort uitgelegd het vraagstuk van de provideraansprakelijkheid.

Artikel 54a van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht luidt:

Een tussenpersoon die een telecommunicatiedienst verleent bestaande in de doorgifte of opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn, wordt als zodanig niet vervolgd indien hij voldoet aan een bevel van de officier van justitie, na schriftelijke machtiging op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris, om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de gegevens ontoegankelijk te maken.

Dit betekent dat een internetprovider in beginsel niet verantwoordelijk is voor de informatie die haar klanten online plaatsen, mits de provider informatie ontoegankelijk maakt wanneer de officier van justitie of de rechter-commissaris dit bevelen.

Dat klinkt redelijk, maar is in de praktijk niet zo eenvoudig: Wanneer het informatie betreft op een webserver van een provider, dan kan die provider de informatie simpelweg verwijderen. Maar wanneer het informatie betreft op een server die eigendom is van de klant, en waar de internetprovider dus alleen zorg draagt voor de internetverbinding, dan ligt dat minder eenvoudig. In zo'n geval kan de provider de informatie niet van de server verwijderen: de enige maatregel die de provider zou kunnen nemen, is de internetverbinding verbreken. Maar daarmee zou ook alle andere informatie op de betreffende server, ontoegankelijk worden.

In de Europese richtlijn inzake elektronische handel wordt daarom onderscheid gemaakt tussen het opslaan van informatie (caching en hosting) en het doorgeven van informatie, dat mere conduit genoemd wordt. Wanneer er sprake is van onrechtmatige informatie die verwijderd moet worden van een server van een hostingprovider, dan zal die provider aan een verzoek van de officier of rechter-commissaris gehoor moeten geven. Wanneer de informatie zich echter op een andere server bevindt, en er dus sprake is van mere conduit, dan zal de provider die informatie niet ontoegankelijk maken. In dat laatste geval kunnen bij de internetprovider wel de NAW-gegevens van de betreffende klant opgevraagd worden, zodat de eisende partij zich rechtstreeks tot de klant kan richten.

Om die procedure eenvoudiger en duidelijker te maken, heeft internetprovider XS4ALL als eerste in februari 2007 een procedure voor klachten over uitingen op internet[1] gepubliceerd. In navolging daarvan heeft een groot aantal Nederlandse providers, samenwerkend in het programma Samen tegen Cybercrime, op 2 oktober 2008 een Gedragscode Notice-and-Take-Down[2] gepubliceerd, waarin beschreven staat hoe geklaagd kan worden over uitingen op internet en hoe met klachten wordt omgegaan.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties