Islamisering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Islamisering of islamificatie is het proces van de omvorming van een samenleving naar de islamitische religie, cultuur en wetgeving. Zo nam bijvoorbeeld de islamisering van Anatolië een aanvang met de Slag bij Manzikert in 1071.

Het woord wordt ook gebruikt om een proces aan te duiden, waarbij een westerse samenleving een groeiend aantal moslims telt en daardoor een meer islamitisch karakter zou krijgen. In deze betekenis is het woord een neologisme, het raakte in Nederland vooral bekend door het boek Tegen de islamisering van onze cultuur van Pim Fortuyn uit 1997. Later werd de term islamisering ook gebruikt door Geert Wilders, die waarschuwde voor een 'islamisering van de Nederlandse samenleving' en Europa. Hun opponenten vinden het gebruik van deze term duiden op xenofobie of meer specifiek islamofobie, aangezien tot op heden slechts 6% van de Nederlandse bevolking zichzelf bij enquêtes moslim noemt (gegevens CBS 2007).[1] Gebruikers van de term vrezen echter, op basis van omstreden bronnen, dat dit aantal in 2050 gestegen is tot ongeveer 14%.[2]

Inspelend op de indertijd heersende discussie, waarin sommigen voorspelden dat moslims tegen 2050 de meerderheid in Nederland zouden uitmaken, analyseerde demograaf Joop de Beer van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut dit vraagstuk in 2007 in een artikel in het blad Demos. Daarin nam hij de toenmalige schattingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de groei van het aantal niet-westerse allochtonen tot uitgangspunt. Het CBS extrapoleerde dat die in 2050 16% van de bevolking zouden vormen. Aannemend dat het percentage moslims onder deze groep gelijk zou blijven op 47%, bracht dit De Beer tot een schatting van 8% voor het aantal moslims in 2050. Het CBS had echter ook de mogelijkheid berekend van een aanzienlijke verhoging van de immigratie, gekoppeld aan een verhoging van de vruchtbaarheidscijfers onder immigranten. Er was een kans van 5% dat het aantal niet-westerse allochtonen in 2050 uit zou komen op 24% of hoger. In het geval van een stijging tot 24% zou een percentage van 47% moslims onder deze groep leiden tot ruim 11% moslims onder de bevolking als geheel. Zelfs als dan alle niet-westerse allochtonen moslims zouden zijn, zouden de moslims, zo concludeerde De Beer, in 2050 een minderheid blijven.[3][4]

In 2018 vroeg NRC Next De Beer zijn schatting nog eens te bekijken in het licht van recentere cijfers, daarbij ook rekening houdend met het gegeven dat derde generatie immigranten door het CBS als autochtoon wordt geclassificeerd. De Beer kwam daarop tot een schatting van 10% moslims in 2060.[5]

In weekblad Elsevier werden in 2017 hogere cijfers genoemd. Zo stelde Jan van de Beek, in een artikel dat een mogelijke islamisering als uiterst problematisch zag, een rekenmodel te hebben waarin het aantal moslims in 2060 zou oplopen tot 12% bij een scenario met lage instroom van immigranten, en tot 30% bij een scenario met hoge instroom. Dat laatste scenario ging uit van een immigratie die gelijke tred zou houden met een snelle bevolkingsgroei in Afrika en Azië en zou leiden tot een inwonersaantal van dertig miljoen in 2060.[6]

Zie ook[bewerken]