Islamofobie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Anti-islam betoging in Polen in 2015

Islamofobie is een omstreden term die duidt op angst voor en afkeer van alles wat met de islam te maken heeft. Vaak wordt deze term gelinkt aan haat of vooroordelen jegens of discriminatie van moslims. Er bestaan verschillende definities van islamofobie.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Een demonstratie van English Defence League.

Volgens een onder postmodernistische theoretici gangbare theorie maakten in het begin van de jaren 90 vooroordelen op basis van ras langzaam plaats voor vooroordelen op basis van cultuur en religie. Toen het uit sociaal-cultureel oogpunt eenmaal niet langer geaccepteerd was om antisemitische of anderszins racistische denkbeelden te uiten, zouden de vijandige gevoelens zijn gericht op een religie waarvan werd gesteld dat deze de onderdrukking van de vrouw zou voorschrijven en zou oproepen tot homohaat en haat jegens niet-moslims. Daarmee zou islamofobie een soort acceptabele vorm van discriminatie zijn geworden. Islamofobie zou vooral sinds de aanslagen op 11 september 2001, de dag van de aanslag op onder andere het World Trade Center te New York, een grote rol spelen.[1][2]

Karakteristieken[bewerken | brontekst bewerken]

Het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (EUMC, een agentschap van de Europese Unie) publiceerde in 2006 een lijst met karakteristieken van islamofobie, zoals die in 1997 was opgesteld door de Runnymede Trust (een Britse niet-gouvernementele organisatie die stelt discriminatie te willen bestrijden en multi-etniciteit te willen bevorderen):[3][4]

  1. De islam wordt gezien als een monolithisch, gesloten blok, statisch en niet in staat tot aanpassing aan nieuwe situaties.
  2. De islam wordt gezien als afgescheiden, 'anders': (a) geen gemeenschappelijke doelen en waarden met andere culturen, (b) niet beïnvloed door andere culturen, (c) geen effect op andere culturen.
  3. De islam wordt gezien als inferieur aan het Westen: barbaars, irrationeel, primitief en seksistisch.
  4. De islam wordt gezien als gewelddadig, bedreigend, steun verlenend aan terrorisme, betrokken in een "botsing der beschavingen".
  5. De islam wordt gezien als een politieke ideologie die wordt gebruikt voor politiek en militair gewin.
  6. De kritiek die vanuit de islam geuit wordt op het Westen wordt zonder meer afgewezen.
  7. Vijandigheid jegens de islam wordt gebruikt om discriminatie van moslims goed te praten, alsmede hun buitensluiting uit de samenleving.
  8. Vijandigheid jegens moslims wordt aanvaard als een natuurlijk en gewoon verschijnsel.

Het EUMC zelf definieert islamofobie eerder als discriminatie van moslims: "Uitingen van islamofobie variëren van verbale dreigingen tot fysieke agressie tegen mensen en hun eigendommen."

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

Tegenstanders van het gebruik van het begrip zien het als een manier om kritiek op de islam af te doen als overtrokken angst en de islam te vrijwaren van kritiek. Ook wijzen deze tegenstanders erop dat religieuze minderheden in islamitische landen doorgaans zwaarder te lijden hebben onder religieuze discriminatie dan moslims in westerse landen.

De Britse columniste Josie Appleton bracht haar kritiek op de definitie van de Runnymede Trust als volgt onder woorden:

"Dit rapport spreekt over toenemende 'anti-moslim-vooroordelen' waartegen beleid zou moeten worden gemaakt. Maar in het hoofdstuk 'The nature of Islamophobia' worden vooroordelen wel erg breed opgevat – een voorbeeld van islamofobie zou onder meer zijn dat mensen de islam inferieur achten aan het Westen (in plaats van alleen maar 'anders'); dat zij de islam als één statisch blok zien (in plaats van gevarieerd en progressief); dat zij de islam als een vijand zien (in plaats van een partner om mee samen te werken). Dit leek mede gebaseerd op een soort overgevoeligheid, een neiging om elke kritiek op de islam de kop in te drukken. In plaats van met moslims in gesprek te gaan worden niet-moslims geacht moslims met fluwelen handschoenen aan te pakken, uit vrees hen te kwetsen."[5]

Op gebruik van het begrip islamofobie wordt kritiek geleverd door diegenen die menen geen irrationele, maar juist rationele argumenten tegen de islamitische religie en haar uitwerking op de westerse wereld te hebben. Volgens enkele critici, zoals ex-politica Ayaan Hirsi Ali, Afshin Ellian en schrijver Leon de Winter, is islamofobie een mythe die kritiek op de islam in de weg staat. Rationele argumenten tegen de islam zouden gelijkgesteld worden met racisme, en zelfs de vrijheid van meningsuiting zou in het gedrang kunnen komen. Frank Bovenkerk noemt als belangrijkste bezwaar tegen het concept islamofobie het gevaar dat men degenen die openlijk kritiek op de islam uitoefenen de mond snoert door hen als islamofoob te brandmerken.[6] Historicus Koen Vossen introduceerde in zijn boek "Rondom Wilders. Portret van de PVV" (2013) de term "islam-alarmisme" als mogelijk alternatief.[7]

Andere tegenstanders van de term stellen dat islamofobie geen zelfstandig fenomeen is, maar slechts een ietwat aangepaste vorm van racisme, die daarom geen eigen categorisering zou behoeven. Critici van de term islamofobie stellen voorts dat men met name tegenstander is van islamisme van extremistische moslims en dhimmitude en dus niet zozeer van de moslims zelf. Ayaan Hirsi Ali en de Amerikaanse schrijver Robert Spencer stellen dat er wel gematigde moslims bestaan maar geen gematigde islam en dat fundamentalistische moslims een beroep kunnen doen op de Koran en Hadith om gematigde moslims aan te zetten tot extremisme, en dus dat vrees voor de islam legitiem is.[8]

Verwijzingen naar islamofobie[bewerken | brontekst bewerken]

  • De president van Kazachstan, Noersoeltan Nazarbajev, prees paus Johannes Paulus II tijdens diens bezoek aan Kazachstan voor het "beschermen van de wereld tegen islamofobie".[9]
  • In maart 2005 zei koningin Noor van Jordanië in het BBC-televisieprogramma Breakfast with Frost: "Wat me tegenwoordig echt pijn doet, is het feit dat we de laatste jaren niet alleen in de Verenigde Staten maar ook in Europa een toename hebben gezien van islamofobie". Hieraan voegde ze toe: "Moslimbevolkingen en de moslimwereld worden hoe langer hoe meer, niet minder, gezien als een plaag, als vreemd, als misschien wel onverenigbaar met de westerse wereld en haar waarden en normen. En ik geloof écht dat dat onwaar is en dat we wat dat betreft nog een hoop werk te doen hebben."[10]

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens een onderzoek van marktonderzoeksbureau Motivaction medio (2006) kan de helft van alle Nederlanders "islamofoob" worden genoemd,[11] omdat "ze bang zijn voor de invloed van moslims op de samenleving en de islam afkeuren". De islam staat niet voor vrede, vindt 43%, en volgens 63% is de islam onverenigbaar met het moderne leven in Europa. Tegelijkertijd zegt 73% van de Nederlanders niet racistisch te zijn, en verklaren veruit de meeste mensen dat ze voorstander zijn van een multiculturele samenleving. Bijna 80% van de ondervraagden noemt de situatie tussen de verschillende culturen "gespannen".

Een onderzoek uit maart 2008 van het Historisch Nieuwsblad wijst uit dat meer dan de helft van de Nederlanders de islam een bedreiging vindt van de Nederlandse identiteit.[12]

In december 2008 berichtte de Monitor Racisme & Extremisme, een doorlopend wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit van Leiden en de Anne Frank Stichting, dat in Nederland het "probleem van islamofobie" aanzienlijk groter zou zijn geworden. Dat betrof dan niet alleen het "negatieve opinieklimaat" over moslims, maar ook het toegenomen geweld tegen deze gemeenschap en het meer gedogen van "tegen moslims gerichte uitingsdelicten".[13]

Politieke discussie[bewerken | brontekst bewerken]

Er is discussie over welke politieke partijen en politici islamofoob genoemd kunnen worden. Kritiek op de islam door een partij of politicus hoeft niet noodzakelijkerwijs irrationeel te zijn en evenmin altijd op xenofobe gronden te berusten.

In Nederland wordt de politieke discussie over de islam hevig gevoerd, onder andere door de PVV van Geert Wilders.

België[bewerken | brontekst bewerken]

Politiek[bewerken | brontekst bewerken]

In Vlaanderen roeren vooral het Vlaams Belang (voorheen het Vlaams Blok) en in iets mindere mate de N-VA zich in het debat over de islam.

In 2012 dienden senatoren Bert Anciaux (sp.a), Fauzaya Talhaoui (sp.a), Freya Piryns (Groen), Ahmed Laaouej (PS), Richard Miller (MR) en Zakia Khattabi (Ecolo) een voorstel van resolutie in betreffende de strijd tegen islamofobie.[14] Het voorstel gaat uit van een stijging van de islamofobie in België en Europa. Het doel is om islamofobie te bestrijden. Het voorstel gebruikt de definitie van de Runnymede Trust.

Islamofobe politieke partijen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Islamophobia van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.