World Trade Center (New York)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
World Trade Center
World Trade Center, New York City - aerial view (March 2001).jpg
Plaats New York City, Verenigde Staten
Status vernietigd
Start bouw 1968
Opening 1973
Afbraak 11 september 2001
Kenmerken
Hoogte 417 m
Verdiepingen 110
Vloeroppervlak 400.000 m²
Architect Minoru Yamasaki en Emery Roth & Sons
Eigenaar Port Authority of New York and New Jersey
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
World Trade Center
Zicht op de Twin Towers vanaf het Empire State Building

Het World Trade Center of WTC was een complex van zeven gebouwen met een totaal vloeroppervlak van 1,24 miljoen m² gelegen in het financiële hart van New York.

Het WTC was ontworpen door de Amerikaanse architect Minoru Yamasaki en civiel ingenieur Leslie E. Robertson en ontwikkeld door de Port Authority of New York and New Jersey. In 1960 kwam de Downtown-Lower Manhattan Development Association (DLMA), opgericht en bestuurd door David Rockefeller, met het idee van een World Trade Center om Lower Manhattan te revitaliseren. David Rockefeller kreeg steun van zijn broer, de toen nieuwe gouverneur van de staat New York. Het WTC was, net zoals vrijwel alle World Trade Centers op de wereld, lid van de World Trade Centers Association. Op 24 juli 2001 werd het complex geleased aan Larry A. Silverstein.

Het WTC stond bekend om zijn twee 110 verdiepingen tellende torens, de North Tower en de South Tower. Samen droegen zij de bijnaam Twin Towers (Tweelingtorens). De twee torens hadden een hoogte van 417 meter respectievelijk 415 meter en waren ooit de hoogste gebouwen ter wereld. Het World Trade Center was een onmiskenbaar onderdeel van New York en werd over de gehele wereld gezien als symbool voor de Verenigde Staten.

Het complex werd op 13 februari 1975 getroffen door een brand en op 26 februari 1993 door een bomaanslag. Uiteindelijk werden alle gebouwen verwoest toen terroristen met gekaapte passagiersvliegtuigen op 11 september 2001 doelbewust de Twin Towers binnenvlogen.

De herbouw van het complex in een nieuwe vorm is in volle gang. De oplevering van het hoofdgebouw, One World Trade Center, wordt verwacht in 2013.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Direct na de Tweede Wereldoorlog, toen de economie een enorme groei doormaakte, verwachtte men een grote toename in de wereldhandel. De havenstad New York wilde hiervan profiteren. Daarom kwamen wetgevers in New York met het idee om een internationaal of wereldhandelscentrum te bouwen. Men dacht dat New York beter zou kunnen concurreren met andere havens als alle handelsbedrijven onder één dak zaten. In 1946 werd door de New York Legislature besloten om dit te gaan realiseren. De World Trade Corporation werd opgericht en toenmalig gouverneur van New York Thomas E. Dewey stelde een commissie samen. De World Trade Corporation moest plannen gaan ontwerpen voor een wereldhandelscentrum. Architect John Eberson en zijn zoon Drew stelden voor om 21 gebouwen te bouwen met een totaal vloeroppervlak van 465.000 m². Dit betrof echter geen kantoorruimte maar ruimte voor handelsbedrijven om hun goederen ten toon te kunnen stellen. Dit project zou 150 miljoen dollar gaan kosten. Echter een marktonderzoek wees uit dat het project niet rendabel zou kunnen zijn en concludeerde dat het moderniseren en het uitbreiden van de haven zelf beter zou zijn. Het plan van een wereldhandelscentrum werd in 1949 door de New York Legislature geschrapt.

Het idee van een wereldhandelscentrum kwam ruim tien jaar later weer boven water. Lower Manhattan verkeerde in grote problemen. Door de verpaupering verhuisden veel bedrijven naar Midtown Manhattan. David Rockefeller, directeur van de Chase Manhattan Bank, geloofde echter in Lower Manhattan. In 1956 richtte hij de Downtown-Lower Manhattan Development Association (DLMA) op. Deze organisatie moest proberen de leegloop te laten stoppen. Hij probeerde Lower Manhattan nieuw leven in te blazen door een nieuw hoofdkantoor (One Chase Manhattan Plaza) voor zijn bank in Lower Manhattan te bouwen. Dit maakte echter weinig verschil. Het gebied had namelijk nog te veel tekortkomingen. Door het gebrek aan woningen, winkels en vermaak was Lower Manhattan nog steeds onaantrekkelijk.

David Rockefeller pakte het nog grootser aan. De DLMA vroeg Skidmore, Owings & Merrill een breder plan op te stellen voor Lower Manhattan. Dit architectenbureau blies het idee voor een World Trade Centers Association nieuw leven in en stelde voor om het aan de East River te bouwen. David Rockefeller vond het een mooi idee, hij hoopte dat het World Trade Center hetzelfde zou doen voor Lower Manhattan als het Rockefeller Center deed voor Midtown Manhattan. Rockefeller Center was gebouwd door John D. Rockefeller Jr., de vader van David. In 1958 presenteerde David zijn plan aan het publiek als 'the billion dollar plan' (Nederlands: 'het één-miljard-dollar-plan').

David en zijn DLMA hadden echter niet de benodigde politieke macht en financiële middelen om het World Trade Center te kunnen realiseren. David kreeg steun van zijn broer Nelson Rockefeller, de gouverneur van New York. Nelson had veel politieke macht, en kon zo de benodigde politieke steun geven. Later zei men dat ze de Twin Towers David en Nelson zouden moeten noemen omdat zij het World Trade Center mogelijk maakten.

David Rockefeller had echter nog meer steun nodig en zocht een partner die voldoende financiële middelen en technische vaardigheden had om een dergelijk groot project te kunnen realiseren. Ook zou meer politieke macht welkom zijn.

Hij klopte aan bij de Port Authority of New York (nu: Port Authority of New York and New Jersey). Deze semi-overheidsinstelling, opgericht op 30 april 1921 kwam voort uit een samenwerkingsverband tussen de staten van New York en New Jersey. Deze instelling beheerde alle terminals en transportvoorzieningen in een straal van 40 km rond het Vrijheidsbeeld, om zo de haven van deze regio veilig te stellen. Preciezer gezegd, de Port Authority had als doel om problemen en knelpunten in het vervoer van mensen en goederen tussen New York en New Jersey op te lossen door het bouwen en exploiteren van spoorwegen, veerboten, bruggen, tunnels en andere faciliteiten die de handel stimuleerden. Doordat de Port Authority deels een overheidsinstelling was had deze instelling bepaalde voorrechten, zo kon deze het World Trade Center financieren door staatsobligaties uit te geven. De Port Authority had ook de mogelijkheid om grond te onteigenen en het had de kennis en het personeel om een dergelijk project succesvol te kunnen voltooien. De Port Authority leek zowel de perfecte als de enige kandidaat te zijn, een normale overheidsinstelling of bedrijf had namelijk niet de politieke macht en de financiële middelen om een dergelijk groot project te kunnen voltooien.

Toenmalig directeur van de Port Authority, Austin J. Tobin wilde de Port Authority meer aanzien geven door grote en prestigieuze projecten te starten. Hij vond het bouwen van een World Trade Center dan ook een goed idee. Austin J. Tobin was een klein maar machtig man. Met zijn steun en die van Nelson en David Rockefeller was het World Trade Center dan ook voor leven vatbaar. De Port Authority mocht alleen projecten starten die een voordeel zouden opleveren voor de haven. Het World Trade Center voldeed aan dit criterium. In 1960 werd het project dan ook officieel aan de portfolio van de Port Authority toegevoegd.

De burgemeester van New York, Robert F. Wagner Jr. was echter tegen het plan. Eigendommen van de Port Authority waren namelijk vrijgesteld van belastingen. Door het grote oppervlak van het World Trade Center betekende dit dat New York veel belastingen mis zou gaan lopen. De burgemeester kon de Port Authority zelf, of het onteigenen door de Port Authority niet stoppen. De burgemeester had toch een machtsmiddel, de stad beheerde de wegen op Manhattan. Aangezien er een aantal wegen gesloopt moest worden voor het World Trade Center kon de stad beslissen om hiervoor geen toestemming te geven. De burgemeester kon zo dus indirect voorkomen dat het World Trade Center gebouwd zou worden. De Port Authority beloofde aan de burgemeester dat het verlies in belastingen gecompenseerd zou gaan worden, in ruil beloofde de burgemeester dat de stad dan niet meer dwars zou gaan liggen.

Richard J. Hughes, de gouverneur van New Jersey vond het profijt voor New Jersey te gering en wilde het plan tegenhouden door een veto uit te spreken. Om de steun van de gouverneur te krijgen bood de Port Authority aan om de failliete Hudson and Manhattan Commuter Railroad (nu: Port Authority Trans-Hudson) verbinding onder de Hudson over te nemen en te renoveren. De Port Authority kreeg nu het idee om beide projecten te combineren door het World Trade Center te verplaatsen van de East River naar de Lower West Side, waar destijds het station van de Port Authority Trans-Hudson gevestigd was. Dit zou goedkoper zijn en de bereikbaarheid van het World Trade Center werd beter. De gouverneur ging akkoord en zei: "At least we can see the damn thing" (Nederlands: "Dan kunnen we het verdomde ding tenminste zien").

In het gebied waar het World Trade Center nu zou gaan komen kwamen grondeigenaren in protest. In het gebied waren veel elektronicazaken gevestigd, het gebied werd daarom ook wel Radio Row genoemd. De winkeleigenaren wilden niet dat dit unieke gebied verloren zou gaan. De rechters beslisten uiteindelijk in het voordeel van de Port Authority uit naam van het algemeen belang.

Plattegrond van het World Trade Center (met 7 World Trade Center)

Het oude plan van Skidmore, Owings and Merrill was nu niet meer bruikbaar. De Port Authority koos voor een andere architect, de Japans-Amerikaanse Minoru Yamasaki. Minoru Yamasaki stelde voor om drie of vier niet-identieke vierkante torens te bouwen. Later kwam Minoru Yamasaki met het idee om twee identieke vierkante torens te bouwen, ieder met tachtig verdiepingen. De Port Authority vond het een mooi ontwerp, maar de torens boden te weinig kantoorruimte. De Port Authority wilde minimaal 930.000 m² aan kantoorruimte hebben. De hoofdopzichter van het project, Guy F. Tozzoli stelde voor om de torens hoger te maken. Zo kwam er niet alleen meer kantoorruimte beschikbaar maar zouden de twee wolkenkrabbers ook de twee hoogste gebouwen ter wereld worden. Dit zou het World Trade Center bekend maken en het tot een groter financieel succes maken. Na het overwinnen van een paar technische problemen werd een nieuw plan gepresenteerd. De twee torens zouden uiteindelijk ieder 110 verdiepingen gaan tellen. Dit was echter nog niet genoeg. Er werden aan het complex nog twee gebouwen toegevoegd, de North en South Plaza Building (4 en 5 World Trade Center). Deze twee gebouwen zouden elk negen verdiepingen gaan tellen. Het World Trade Center was bedoeld voor bedrijven die wereldhandel dreven, daarom werd er aan het complex ook een gebouw voor de Amerikaanse douane toegevoegd. Het U.S. Customs House (6 World Trade Center) zou zeven verdiepingen krijgen. Voor de vele gasten werd er nog een 22 verdiepingen tellend hotel gepland, het Vista Hotel (3 World Trade Center). Ondergronds zou een parkeergarage en een groot winkelcentrum komen. Om het complex af te werken werd er nog een plein met beplanting aan toegevoegd. Dit plan werd al snel goedgekeurd. Het bedrijf Emery Roth & Sons werd aangenomen om Minoru Yamasaki te ondersteunen om het plan te kunnen realiseren.

Harry Helmsley, toenmalig eigenaar van het Empire State Building was tegen het World Trade Center. Volgens Harry was er veel leegstand in Midtown Manhattan en zou het World Trade Center de huurprijzen verder doen zakken. Niemand zou belang hebben bij deze ontwikkeling. De Port Authority trok zich niet veel aan van deze kritiek, volgens de Port Authority was zijn kritiek een verkapte manier om te voorkomen dat het World Trade Center de titel van het hoogste gebouw ter wereld zou afpakken van zijn Empire State Building.

Later werd aan Minoru Yamasaki gevraagd waarom hij niet één toren van 220 verdiepingen voorstelde. Hij antwoordde: "I didn't want to lose the human scale" (Nederlands: "Het moet wel binnen de menselijke maat der dingen blijven").

Bouw[bewerken]

Op 21 maart 1966 werd begonnen met het vrijmaken van het 6,5 hectare grote oppervlak. 164 gebouwen en vijf wegen werden gesloopt, in totaal vormden zij dertien huizenblokken. Het terrein werd begrensd door Vesey Street, Church Street, Liberty Street en West Street. Het slopen verliep echter niet vlekkeloos. Het bouwterrein lag namelijk vol met onbekende kabels, leidingen, oude funderingen, tunneltjes, ondergrondse riviertjes en oude graven. Het kostte veel tijd om deze in kaart te brengen. De slopers moesten zorgvuldig te werk gaan om geen storingen op Lower Manhattan te veroorzaken. Sommige mensen vergeleken het slopen met de Amerikaanse Burgeroorlog.

Toen het terrein vrij was van bebouwing kon de volgende fase beginnen. Om de gebouwen van het World Trade Center te kunnen dragen moesten de funderingen op de harde rotslaag van New York gebouwd worden. Deze rotslaag bevond zich op een diepte van 20 meter. Om de funderingen aan te kunnen leggen moest het terrein afgegraven worden. Er was echter één probleem: het grondwater. Doordat het bouwterrein aan de rivier lag stond het grondwaterpeil hoog. Men moest voorkomen dat de enorme bouwput onder zou lopen. Normaal zou men continu het water wegpompen, maar de angst bestond voor verzakking van nabij gelegen bebouwing. De hoofdingenieur van de Port Authority, John M. Kyle vond de oplossing in Europa. Hij kwam op het idee een soort 'badkuip' te maken, die het water buiten moest houden. Nu kon men eenvoudigweg de 'badkuip' leeg scheppen. Om de 'badkuip' te maken groef men eerst 20 meter diepe sleuven. Tijdens het graven liet men de sleuven vollopen met een mengsel van water en bentoniet, een mengsel dat vloeibaar blijft. Dit mengsel heeft een grotere dichtheid dan aarde, zo werd voorkomen dat de sleuf zou dichtslibben tijdens het graven. Toen de sleuven gereed waren liet men er een geprefabriceerde stalen kooi in zakken, deze diende als wapening. Nu werden de sleuven gevuld met beton. Het beton was zwaarder dan het bentoniet, waardoor het bentoniet bovenin kon worden afgezogen. Met deze techniek werd een 'badkuip' gevormd.

Nu kon het uitgraven van de bouwput beginnen. In totaal moest ongeveer 920.000 m³ aarde worden weggegraven. Om dit af te voeren zouden er ongeveer 100.000 vrachtwagenladingen nodig zijn. Het zou enorm veel tijd en geld kosten om al deze aarde naar een reguliere dumpplaats af te laten voeren. De directeur van de Port Authority of New York and New Jersey, Austin J. Tobin had dit al voorzien. Hij had met de gemeente van New York afgesproken dat de grond gedumpt werd in de rivier. Hierdoor werd een nieuw stuk land gecreëerd van zeven hectare groot, oftewel zes huizenblokken. Dit nieuwe stuk grond heet nu Battery Park City, en heeft New York ongeveer voor 90 miljoen dollar aan belastingen opgeleverd. Deze extra belastingen compenseerden zo het verlies aan belastingen dat het World Trade Center veroorzaakte.

Het uitgraven van de bouwput moest uiterst voorzichtig gebeuren. De Hudson and Manhattan Commuter Railroad (nu: PATH, Port Authority Trans-Hudson) verbinding liep door de bouwput. Veel forensen maakten dagelijks gebruik van deze verbinding. Tijdens de bouw mocht deze verbinding niet stil komen te liggen. Voortdurend werd tijdens het afgraven de tunnel gestut.

Het project zou veel staal nodig hebben. De Port Authority had dit al voorzien en was al ruim voor het begin van de bouw bezig met het regelen van het benodigde staal. Tijdens dit proces bevonden de gebouwen zich nog in de ontwerpfase, maar men dacht ongeveer 90.720 ton staal nodig te hebben. De Port Authority was onderhandelingen gestart met U.S. Steel en Bethlehem Steel, de twee grootste staalleveranciers van de Verenigde Staten. Echter, aan het einde van de onderhandelingen verhoogden ze de prijzen met de helft. De Port Authority besloot daarom niet met de twee bedrijven in zee te gaan. Vijftien kleinere bedrijven kregen nu de opdracht het staal te leveren. De vijftien bedrijven brachten samen 85,4 miljoen dollar in rekening, de twee grote leveranciers zouden meer dan 240 miljoen dollar gerekend hebben. Nadeel van deze was dat de Port Authority nu blijvend moest communiceren met vijftien bedrijven in plaats van twee bedrijven. Men loste dit probleem op door Karl Koch Erecting Company, een onderaannemer in te huren die deze communicatie op zich nam. Later mocht dit bedrijf ook het staal ontvangen, controleren en installeren.

Nu duidelijk was dat het benodigde staal geleverd zou gaan worden deden zich nieuwe problemen voor. Door gebrek aan ruimte op het bouwterrein konden de bouwmaterialen daar niet opgeslagen worden. De Port Authority loste dit op door gebruik te maken van een verlaten spoorwegwerf. Dit terrein lag aan de overkant van de Hudson in Greenville, New Jersey. Dit terrein was ongeveer 30,5 hectare groot. Op dit terrein werden de materialen verzameld en werden kleine onderdelen geassembleerd tot grotere onderdelen. De meeste onderdelen werden buiten de spits per vrachtwagen vervoerd via de Holland Tunnel, grotere onderdelen werden via duwboten vervoerd. Soms werden ook helikopters gebruikt om onderdelen te vervoeren. Tijdige levering vanwege het kostenaspect was van belang. Door het plaatsgebrek op het bouwterrein zelf mochten deze onderdelen ook weer niet te vroeg geleverd worden. De meeste onderdelen werden slechts enkele uren voor gebruik geleverd, deze methode noemde men de 'just-in-time method' (Nederlands: 'Net op tijd-methode').

De gebouwen bestonden uit duizenden stalen balken. De meeste stalen balken leken op elkaar, maar hadden toch marginale verschillen. Om deze balken uit elkaar te houden was elke balk gemerkt. Deze markeringen maakten de 'just-in-time method' mogelijk.

In 1968, bijna 2,5 jaar na de start van de bouw begon men met het werk aan de fundering zelf. Men stortte eerst een laag beton, waarop enorme stalen piramidevormige voeten geplaatst werden. Deze voeten waren 4,5 meter lang, 3,5 meter breed en 2 meter hoog en wogen ieder 15,4 ton. Ieder van deze voeten zou later een pilaar dragen. De voeten moesten het gewicht over een zo groot mogelijk oppervlak verdelen.

Op woensdag 6 augustus 1968 plaatste men de eerste pilaar van de North Tower. In de bouwwereld geldt de overgang van het werk aan de fundering naar de constructie als de datum waarop de bouw van het gebouw begint.

De bouw verliep echter niet zonder problemen. De bouwvakkers waren vakbondsleden. Hun vakbonden waren constant bezig met het behartigen van de belangen van de bouwvakkers. Gedurende de bouw waren er constant spanningen tussen de Port Authority en de vakbonden, wat vaak resulteerde in stakingen.

De eerste grote staking was die van de duwbootschippers. Door deze staking konden veel onderdelen niet vervoerd worden. Om de bouw niet te laten vertragen vervoerde men deze onderdelen met helikopters. De Port Authority probeerde ook de vloerdelen met helikopters te vervoeren. Het eerste vloerpaneel wat zo vervoerd werd ving zo veel wind dat de piloot het moest laten vallen in de Hudson. Dit paneel ligt tot vandaag de dag nog steeds in de rivier en is na 11 september waarschijnlijk het enige paneel dat nog bestaat. Veel getuigen waren boos over deze gevaarlijke gang van zaken. De Port Authority trok zich hier echter niets van aan en deed nog een paar onsuccesvolle pogingen. Later vervoerde de Port Authority de vloerpanelen per vrachtwagen.

Er zouden nog veel stakingen volgen zoals de staking van de teamsters en die van de plaatstaalwerkers.

Een andere grote staking was dat van de liftmedewerkers. Deze staking duurde vier maanden. De medewerkers zorgden voor de liftsystemen die arbeiders, gereedschap en voedsel moesten vervoeren. De torens hadden al 27 verdiepingen. De Port Authority moest met oplossingen komen om met dit probleem om te gaan.

Op 23 december 1970 werd het hoogste punt bereikt van de North Tower. Rond deze tijd trokken al huurders in de lagere verdiepingen van het gebouw. Aan de hogere verdiepingen van de North Tower werd nog steeds gewerkt. Op 19 juli 1971 werd het hoogste punt bereikt van de South Tower, de eerste huurders trokken in januari 1972 in het gebouw. Dat jaar was ook het werk aan de North Tower voltooid. Het World Trade Center werd officieel geopend op 4 april 1973, nadat ook de South Tower gereed was.

Geen huurders[bewerken]

De beginjaren van het World Trade Center zelf verliepen alles behalve vlekkeloos. Hoewel het World Trade Center bedoeld was om bedrijven aan te trekken die wereldhandel dreven, bleek het toch moeilijk te zijn om deze daadwerkelijk te contracteren. Tot het begin van de jaren tachtig was de meeste kantoorruimte verhuurd aan overheidsinstanties. Later, toen de economische situatie in de stad verbeterde werden er particuliere bedrijven gecontracteerd, dit waren meestal bedrijven die verbonden waren met Wall Street.

13 februari 1975[bewerken]

Op 13 februari 1975 ontstond er brand in de North Tower. Deze grote brand woedde op de elfde verdieping waar de B.F. Goodrich Company gevestigd was. De brand woedde ruim drie uur en bereikte een temperatuur ruim boven de 700° C. Deze brand richtte veel schade aan het interieur maar niet aan de constructie zelf. De negende en veertiende verdieping ondervonden ook lichte schade. In totaal vielen er zestien gewonden.

Brandweerinspecteur John T. O'Hagan liet later weten dat hij zich zou gaan inspannen om sprinklers te laten installeren. John had succes, er werden sprinklers geïnstalleerd om een dergelijk grote brand in de toekomst te voorkomen.

Het World Trade Center zou nog vaker getroffen worden door brand. Deze brandjes richtten echter niet veel schade aan.

Bomaanslag 1993[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bomaanslag op het World Trade Center in 1993 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Schade aangericht door de bomaanslag

Op 26 februari 1993 om 12:17 werd een bestelwagen tot ontploffing gebracht door Ramzi Yousef in de ondergrondse parkeergarage tegen de fundering van de North Tower. De bestelwagen bevatte 682 kg (1.500 Engelse ponden (lbs)) aan explosieven. De bedoeling van de terroristen was om het hele World Trade Center te vernietigen door de North Tower te destabiliseren en deze te laten vallen op de South Tower om zo tienduizenden mensen te doden. De ontploffing richtte minder schade aan dan gepland. Hierbij kwamen zes mensen om het leven en raakten meer dan duizend mensen gewond. Deze terreuraanslag was op dat moment de grootste terreuraanslag op Amerikaanse bodem.

In 1997 en 1998 werden zes islamitische extremisten veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen voor deze aanslag. De rechter achtte bewezen dat de zes terroristen beide torens wilden laten instorten.

Om de slachtoffers van de aanslag te herdenken werd een gedenkteken met daarop de namen van de zes omgekomen slachtoffers geplaatst. Na de aanslagen van 11 september is slechts een deel van het gedenkteken teruggevonden.

Lease[bewerken]

In 1998 werd het plan goedgekeurd om het World Trade Center te gaan privatiseren. Zo konden andere projecten van de Port Authority gefinancierd worden. Bijkomend voordeel was dat de stad nu belastingen kon gaan innen op het World Trade Center.

In 2001 werd er gezocht naar gegadigden. Een bod kwam van Vornado Realty Trust, een samenwerkingsverband tussen Brookfield Properties en Boston Properties en er kwam een gezamenlijk bod van Silverstein Properties en The Westfield Group. Op 15 februari 2001 kondigde de Port Authority aan dat Vornado Realty Trust het winnende bod had gedaan en kreeg de lease van 99 jaar voor 3,25 miljard dollar. Maar Vornado Realty Trust trok zich terug. Op 24 juli kreeg Silverstein Properties de lease.

Terroristische aanslag 11 september 2001[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Aanslagen op 11 september 2001 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De Twin Towers staan in brand

Op 11 september 2001 om 8.46 uur (lokale tijd) vloog American Airlines-vlucht 11 in de North Tower van het World Trade Center. Er brak een grote brand uit, verspreid over tientallen verdiepingen. Aanvankelijk werd gedacht dat dit een ongeluk was, even later werd echter bekend dat het toestel gekaapt was. Het vliegtuig was gekaapt door Al Qaida-terroristen, onder wie Mohammed Atta. Tijdens deze ramp werd alarmfase DEFCON 3 uitgeroepen, de derde keer sinds de invoering van het waarschuwingssysteem in 1959.[1]

Om 9.03 uur vloog United Airlines-vlucht 175 in de South Tower van het World Trade Center. Ook hier brak een grote brand uit. Nu was er geen enkele twijfel meer mogelijk, dit was een gecoördineerde terreuraanslag.

Om 9.59 uur zakten in de South Tower de door het vliegtuig beschadigde verdiepingen in. De onderliggende verdiepingen bleken niet bestand tegen dit geweld en het gehele gebouw stortte van boven naar beneden rechtstandig in.

Om 10.28 uur stortte de North Tower op dezelfde wijze volledig in.

Om 17.20 uur stortte als laatste het 42 verdiepingen tellende 7 World Trade Center eveneens volledig in, wat opmerkelijk is omdat het gebouw niet was getroffen door een vliegtuig. Het gebouw lag aan de overkant van de straat en werd afgeschermd door WTC 5 en WTC 6. Uiterlijk leek het gebouw ook weinig beschadigd. Wel woedden op een aantal verdiepingen gedurende een groot deel van dag een aantal interne en uitslaande branden. Uiteindelijk stortte het gebouw in. Deze instorting maakte geen slachtoffers omdat het gebouw geëvacueerd was.

In de eerste dagen na 11 september werden tienduizenden doden verwacht, maar achteraf bleken er circa 2750 doden te zijn.

Van de doden was 77% man en 23% vrouw. 58% van de slachtoffers zijn geïdentificeerd door gevonden stoffelijke resten. De gemiddelde leeftijd van de slachtoffers was 40 jaar. Het jongste slachtoffer, een kind aan boord van vlucht 175, was 2½ jaar, het oudste, een passagier van vlucht 11, was 85 jaar. Ingeborg Astrid Desiree Lariby was het enige Nederlandse slachtoffer, Patrice Braut was het enige Belgische slachtoffer.

De twee torens (1 WTC en 2 WTC) stortten in nadat twee vliegtuigen in het gebouw gevlogen waren. Het Marriott World Trade Center (3 WTC) werd door de twee vallende torens getroffen en hierdoor totaal verbrijzeld. 4 World Trade Center (4 WTC), 5 World Trade Center (5 WTC) en 6 World Trade Center (6 WTC) raakten zwaar beschadigd. Deze gebouwen waren niet meer te herstellen en werden later gesloopt.

7 World Trade Center (7 WTC) werd niet geraakt door een vliegtuig en is het enige andere gebouw in de omgeving dat volledig is ingestort. Dat gebeurde zeven uur na de ineenstorting van de Twin Towers als gevolg van brand. Het gebouw is inmiddels vervangen door een ander gebouw dat dezelfde naam draagt.

Herbouw[bewerken]

Momenteel wordt gewerkt aan One World Trade Center (oorspronkelijk zou dit gebouw Freedom Tower gaan heten), World Trade Center Tower 2 (200 Greenwich Street), World Trade Center Tower 3 (175 Greenwich Street), World Trade Center Tower 4 (150 Greenwich Street) en het monument National September 11 Memorial & Museum. De bouw van World Trade Center Tower 5 (130 Liberty Street) is goedgekeurd. Het metrostation World Trade Center van het Port Authority Trans-Hudson-spoorwegnetwerk, dat onder het gebouw lag, is in 2003 heropend als tijdelijk station. Het nieuwe station, dat 3,2 miljard dollar gaat kosten, moet het belangrijkste vervoersknooppunt voor Lower Manhattan worden.

Twin Towers[bewerken]

Twin Towers

Beide World Trade Center-torens telden 110 verdiepingen. De North Tower had een hoogte van 417 meter, de South Tower had een hoogte van 415 meter. Toen de North Tower gereed was in 1972, was dit gebouw officieel het hoogste gebouw ter wereld. De North Tower nam de titel over van het Empire State Building, dat 40 jaar lang het hoogste gebouw ter wereld was. In 1973 werd de South Tower het op een na hoogste gebouw ter wereld. De World Trade Center-torens konden de titel echter maar voor even vasthouden. In 1973 ging de 442 meter hoge Sears Tower (tegenwoordig Willis Tower) in Chicago er met de titel vandoor. De Twin Towers bleven echter wel de twee hoogste gebouwen van New York. Door de vernietiging van het World Trade Center op 11 september 2001 werd na bijna 30 jaar het Empire State Building opnieuw het hoogste gebouw van New York.

Het verschil in hoogte tussen de North en South Tower kwam doordat de 43e en 67e verdieping van de North Tower hoger waren dan de overige verdiepingen. Op de 43e verdieping van de North Tower bevond zich een kantine voor de Port Authority of New York and New Jersey-medewerkers. De South Tower had deze faciliteiten niet nodig, daarom was deze wolkenkrabber iets minder hoog.

Van de 110 verdiepingen waren er acht gereserveerd voor elektrische en mechanische systemen. Deze acht verdiepingen waren gelijkmatig over het gebouw verdeeld in groepjes van twee verdiepingen. Deze verdiepingen waren niet toegankelijk voor het publiek. De overige verdiepingen waren wel toegankelijk voor het publiek.

Beide torens hadden een oppervlak van 63,4 bij 63,4 meter en boden ieder ongeveer 350 000 m² aan kantoorruimte en winkels.

Constructie[bewerken]

Vloerplan en het liftsysteem van de Twin Towers

Voor het ongetrainde oog zagen de North en de South Tower er hetzelfde uit als elk ander hoog gebouw. Maar mensen met een interesse voor de bouw zagen dat de Twin Towers anders waren. Vóór het World Trade Center werden gebouwen gebouwd als het maken van een toren met een blokkendoos. Elke vloer werd gedragen door een groot aantal pilaren. Deze pilaren waren meestal gelijk over het vloeroppervlak verdeeld. De buitenmuren droegen geen enkel gewicht, zij waren slechts bedoeld om het interieur af te sluiten. Deze buitenmuren werden ook wel 'gordijnen' ('curtain walls') genoemd. Civiel ingenieur Leslie E. Robertson maakte de Twin Towers radicaal anders. Het gewicht werd gedragen door de buitenmuur en 47 stalen kolommen gegroepeerd in het midden van het gebouw, de kern. Zo ontstond rond de kern een grote open ruimte, zonder pilaren. De vloeren konden zo door de huurder flexibel worden ingedeeld. Door het gebrek aan hoogwaardig en sterk staal was deze constructie voorheen niet mogelijk.

De buitenmuur droeg niet alleen een deel van het gewicht; de muur weerstond ook de windkrachten. Door de sterke buitenmuren konden de torens zelfs een windsnelheid verdragen van 240 km/h. De constructie werd zelfs sterk genoeg geacht om te worden geraakt door een groot vliegtuig. De ontwerpers hielden rekening met een inslag van het grootste vliegtuig in die tijd, de Boeing 707. De omstandigheden op 11 september bleken echter veel extremer dan voorzien. De torens werden geraakt door twee Boeing 767’s. Hoewel de Boeing 707 en de Boeing 767 in massa, vorm en maximumsnelheid niet veel van elkaar verschillen waren er toch andere belangrijke en doorslaggevende verschillen te constateren. De ontwerpers van de Twin Towers hielden namelijk rekening met een vliegtuigongeluk; dat wil zeggen: de torens zouden geraakt kunnen worden door landende en opstijgende vliegtuigen die verdwaald waren in de mist en op lage snelheid tegen de torens op zouden botsen. Op 11 september daarentegen maakten de terroristen enorme duikvluchten waardoor de vliegtuigen zelfs boven hun maximumsnelheid vlogen. Een verdubbeling van de snelheid betekent een verviervoudiging van de kinetische energie. De torens werden dus zwaarder beschadigd dan waar rekening mee gehouden was. Mede door de daarop volgende brand werd de constructie van de torens ook van binnenuit aangetast. Desondanks bleven de Twin Towers toch nog ongeveer een uur staan, waardoor veel mensen konden ontsnappen, vooral als ze zich bevonden in een lagere verdieping.

Liftsysteem[bewerken]

Door de enorme grootte van de Twin Towers zouden er veel liften nodig zijn om de tienduizenden mensen te vervoeren. Dit zou veel te veel ruimte kosten. Men moest iets verzinnen om het aantal liften te verminderen en er toch voor zorgen dat de mensen snel en efficiënt vervoerd konden worden. Architect Herb Tessler vond de oplossing door gebruik te maken van een methode als bij de metro. Mensen die van de metro gebruik maakten moesten bijna altijd overstappen om op de gewenste bestemming te komen. Herb dacht dat dit principe ook kon werken voor de Twin Towers. Hij stelde voor om iedere toren op te delen in drie even grote aaneengesloten zones. Een zone was te vergelijken met een apart gebouw, zo had elke zone een eigen lobby waar de mensen in de lift konden stappen. Deze liften beperkten zich alleen tot de eigen zone en werden daarom ook wel lokale liften genoemd. Zo had elk gebouw twee lobbies die zich op de 44e en 78e verdieping bevonden. Een dergelijke lobby werd ook wel een sky lobby genoemd. Om de mensen van de benedenverdieping naar de gewenste zone te brengen nam men een snellift. Deze lift stopte alleen op de lobby's. Wanneer men bijvoorbeeld naar de 50e verdieping wilde, moest men eerst in een snellift die naar de sky lobby van de 2e zone ging. Van daar nam men dan een lokale lift naar de 50e verdieping. Elk gebouw had ook negen goederenliften. Deze goederenliften liepen wel door het hele gebouw. De bezoekers van Top of the World en Windows on the World hadden ook een paar liften ter beschikking die ook door het gehele gebouw liepen.

Zonder dit revolutionaire systeem zouden de Twin Towers nooit gebouwd zijn. Een regulier liftsysteem zou te veel ruimte hebben gekost. De gebouwen zouden dan economisch niet haalbaar zijn. Het systeem werd later ook gebruikt in andere gebouwen.

Radio en televisie[bewerken]

Op de 110e verdieping van de North Tower bevond zich radio- en televisiezendapparatuur. Op het dak van de North Tower bevonden zich veel soorten antennes, inclusief een 110 meter hoge hoofdantenne. Deze antenne is in 1999 nog aangepast om digitale televisie signalen te kunnen verwerken. De antenne zorgde voor de transmissie van bijna alle televisiestations van New York (WCBS-TV, WNBC-TV, WNYW-TV, WABC-TV, WWOR-TV, WPIX-TV, WNET-TV, WPXN-TV, en WNJU-TV) en vier FM radiostations (WPAT-FM, WNYC-FM, WKCR, en WKTU). De South Tower was ontworpen om ook een antenne te kunnen dragen, maar heeft deze nooit hoeven dragen. Op de South Tower bevond zich echter wel een observatiedek genaamd Top of the World.

Op 11 september was duidelijk te zien dat veel televisiebeelden stoorden door het beschadigen van de zendapparatuur door het branden van de North Tower. Na het instorten van het gebouw waren de meeste zenders dan ook uit de lucht. De meeste radio- en televisiestations maken nu gebruik van de antenne op het Empire State Building.

Top of the World[bewerken]

Top of the World
Uitzicht vanuit het World Trade Center, Top of the World

Op de 107e verdieping van de South Tower bevond zich een openbare observatieruimte genaamd Top of the World (Nederlands: Dak van de Wereld). Top of the World bood een adembenemend uitzicht op New York en New Jersey. Bij goed weer mochten de bezoekers zelfs genieten van het uitzicht op het dak van de South Tower. Men bevond zich dan op een hoogte van 420 meter. Op een onbewolkte dag kon men tot 72 km in de verte kijken in elke richting.

Om zelfmoorden te voorkomen waren er grote hekken op het dak geplaatst. Overigens stond men niet direct op het dak, maar op een teruggeplaatst, verhoogd platform zodat men toch over het hek kon kijken.

Top of the World bood niet alleen een mooi uitzicht, er was ook een gedetailleerde maquette te bewonderen van Manhattan. In deze maquette waren maar liefst 750 gebouwen te vinden. Ook kon men genieten van een virtuele helikoptervlucht over New York. De bezoekers hadden ook de mogelijkheid om wat te eten en souvenirs te kopen.

Voordat de bezoekers werden toegelaten tot Top of the World moesten ze eerst een strenge veiligheidscontrole ondergaan. Deze controle werd na de terreuraanslag van 26 februari 1993 ingevoerd.

Sinds de opening van Top of the World in december 1975 was het door ruim 30 miljoen mensen bezocht.

Windows on the World[bewerken]

In de North Tower bevond zich op de 106e en 107e verdieping een wereldberoemd restaurant genaamd Windows on the World. Windows on the World werd in 1976 geopend en was sindsdien een groot succes. In 2000 werd er maar liefst 37,5 miljoen dollar verdiend, hiermee was Windows on the World toen het succesvolste restaurant in de Verenigde Staten.

Op 11 september 2001 werd er naast het gebruikelijke ontbijt een congres georganiseerd voor Risk Waters Group, het Waters Financial Technology Congress. 73 restaurantmedewerkers, 16 Risk Waters Group-medewerkers en 71 congresbezoekers zijn die dag omgekomen.

Op 4 januari 2006 openden de resterende medewerkers een nieuw restaurant, genaamd Colors. Zij willen zo hun overleden collega's eren. De naam en het menu zijn geïnspireerd door de etnische en culturele diversiteit van de vroegere personeelsleden.

Ingenieurs en aannemers[bewerken]

Architecten Minoru Yamasaki met Antonio Brittiochi, Emery Roth & Sons
Bouwkundig ingenieurs Worthington, Skilling, Helle & Jackson (hernoemd naar Skilling, Helle, Christiansen & Robertson), New York
Elektrotechnisch ingenieurs Joseph R. Loring & Associates, New York
Funderingingenieurs Port Authority of New York and New Jersey, Engineering Dept.
Hoofdaannemer Tishman Realty & Construction Company, New York
Hoofdingenieur Rino M. Monti
Opzichter Guy F. Tozzoli
Werktuigbouwkundig ingenieurs Jaros, Baum & Bolles, New York

Projectcultuur[bewerken]

Het World Trade Center had een uiterst turbulent leven. Na wat moeilijke beginjaren en veel kritiek ging het dan eindelijk wat beter en kreeg het WTC het succes dat het verdiende. Het succes had ook een keerzijde, het World Trade Center zou 30 jaar later op een verschrikkelijke manier aan zijn einde komen.

Kritiek[bewerken]

Het World Trade Center kreeg gedurende zijn leven veel kritiek te verwerken. Velen hadden kritiek op het enorme oppervlak van het complex. Zo werden de oorspronkelijke dertien huizenblokken samengevoegd tot één groot superblok. Volgens critici leverde dit een onleefbare situatie op doordat het rechtlijnige verkeer in Manhattan zo werd geblokkeerd. In zijn boek The Pentagon of Power beschreef de technische historicus Lewis Mumford dat het World Trade Center een goed voorbeeld was van doelloze grootheidswaanzin en technologische opschepperij die de leefbaarheid van de stad bedreigde. Ook was het immense Austin J. Tobin Plaza (vernoemd naar een voormalige directeur van de Port Authority of New York and New Jersey) in het begin niet populair onder de New Yorkers door zijn strakke uiterlijk.

Velen, veelal architecten en kunstenaars, hadden ook kritiek op de Twin Towers zelf. Ze vonden de twee wolkenkrabbers te groot en te saai. Er werd vaak gezegd dat de twee wolkenkrabbers de dozen waren waaruit het Empire State Building en het Chrysler Building waren gekomen.

Waaghalzen en media-aandacht[bewerken]

Veel mensen hielden juist van de enorme grootte en hoogte van het complex, sommige mensen maakten er zelfs gebruik van. Zo liep de Fransman Philippe Petit op 7 augustus 1974 tussen de twee torens op een dun koord, sprong de bouwvakker Owen J. Quinn op 22 juli 1975 van de North Tower met een basejump, en beklom een speelgoedmaker uit Brooklyn genaamd George Willig op 26 mei 1977 de South Tower. Owen had een paar jaar eerder zelf aan het World Trade Center meegebouwd. Waaghalzen zoals deze gaven het World Trade Center een menselijk gezicht.

Het World Trade Center, en met name de Twin Towers waren vaak op televisie en in films te zien. Hierdoor kreeg het World Trade Center veel bewonderaars, vaak waren dit mensen van buiten de stad. Het World Trade Center werd zo een icoon voor de stad New York, en werd door vele toeristen bezocht.

WTC's in andere landen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie World Trade Centers Association voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In vele landen zijn kantorencomplexen te vinden die aangeduid worden als World Trade Center. In Nederland zijn deze onder meer te vinden in Amsterdam (op de Zuidas), Schiphol, Den Haag, Rotterdam, (Beurs World Trade Center Rotterdam aan de Coolsingel), Eindhoven, Arnhem, Almere en in Leeuwarden. In België is er een WTC-complex te vinden langs de Koning Albert II-laan te Brussel.

De WTC's zijn aangesloten bij de World Trade Centers Association (WTCA).

One World Trade Center[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie One World Trade Center voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nu de Twin Towers zijn ingestort, komt er een nieuwe toren te staan, genaamd One World Trade Center. Niet iedereen is hier even blij mee; over de hele wereld zijn er voorstanders van het herbouwen van de Twin Towers. Onder het motto "Herstel de Skyline van New York" probeert men nog steeds medestanders te vinden.

Externe links[bewerken]

Webcams[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Voorganger:
Empire State Building
hoogste gebouw ter wereld
(417 meter; incl. antenne 526,3 meter)
1972 - 1973
Opvolger:
Willis Tower
Voorganger:
Empire State Building
hoogste gebouw van New York
(417 meter; incl. antenne 526,3 meter)
1972 - 2001
Opvolger:
Empire State Building