Jan Six (1978)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jan Six
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsgegevens
Volledige naam Jan Six
Geboren 25 juni 1978
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Beroep(en) kunsthistoricus
Oriënterende gegevens
Jaren actief 2004-heden
RKD-profiel
officiële website
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Jonkheer Jan Six (Amsterdam, 25 juni 1978), ook wel Jan Six XI genoemd, is een Nederlands kunsthandelaar en kunsthistoricus.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Six groeide op in Amsterdam, waar hij vanaf zijn elfde jaar woonde aan de Amstel, in het pand waar onder andere het portret van een van zijn voorvaderen, de Amsterdamse regent en schrijver Jan Six I, aan de muur hing.

Opleiding

Six studeerde een jaar aan de Reinwardt Academie in Amsterdam. Vervolgens studeerde hij van 1998 tot 2003 kunstgeschiedenis en archeologie aan de Universiteit van Amsterdam.[1] In 2000 werd hij curator van de Collectie Six.[2]

Na zijn studie werkte hij gedurende vijf jaar bij veilinghuis Sotheby's, eerst in Londen,[1] de laatste twee jaar als hoofd van de afdeling oude meesters in Amsterdam.[3] In 2009, toen het bedrijf ging inkrimpen[4] en onder andere de vestiging in Amsterdam wilde sluiten, nam hij ontslag bij Sotheby's.[1] Hij begon voor zichzelf en startte een kunsthandel in oude meesters, Jan Six Fine Art[3], gevestigd aan de Herengracht in Amsterdam. Hij ging in zijn nieuwe bedrijf samenwerken met de Londense firma Hazlitt, Gooden & Fox.[4] Sindsdien is hij kunsthandelaar.[5]

Naast zijn werk als kunsthandelaar in oude meesters verzamelt Six moderne kunst.[1]

Portret van een jonge man[bewerken | brontekst bewerken]

Eind 2016 kocht Six voor 137.000 pond (ca. 156.000 euro)[6] bij een kunstveiling bij Christie's in Londen een schilderij waarvan hij vermoedde dat het geschilderd was door Rembrandt van Rijn. Vooral de observerende blik van de jongeman viel hem op, waardoor hij dacht dat het schilderij alleen door Rembrandt geschilderd kon zijn.[3] Het schilderij meet 94,5 bij 73,5 centimeter en dateert uit circa 1634.[5] De datering is gebaseerd op de kanten kraag en hemd in Franse stijl, die slechts kort in de mode waren.[7]

De toeschrijving van Six werd bevestigd door Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering, indertijd bevriend met Six. Six schreef er een boek over met de titel Rembrandts Portret van een jonge man,[3] dat op 15 mei 2018 verscheen.

Van de Wetering gaf in september 2018 aan dat hij dacht dat het portret een restant was van een oorspronkelijk groter groepsportret. Het contrast in het gezicht van de jonge man is gering. Dit is een techniek die Rembrandt gebruikte bij personen die op de achtergrond stonden om diepte te suggereren.[8]

In september 2018 werd bekend dat Six in conflict was geraakt met de Nederlandse kunsthandelaar Sander Bijl. Deze claimde dat hij het schilderij ook had gesignaleerd en dat hij een afspraak had met Six om het schilderij samen te kopen.[9] Six verweet Bijl "mega-jalousie de métier". Volgens hem had Van de Wetering tegenover Bijl "zijn mond voorbijgepraat".[10] Van de Wetering ontkende dat,[10] koos de kant van Bijl en brak zijn vriendschap met Six af. Zakenman en kunstverzamelaar Thomas Kaplan, bekend van The Leiden Collection, zei in 2021 tegenover NRC Handelsblad dat hij destijds vanwege de kwestie met Bijl geweigerd had in te gaan op een uitnodiging van Six om het schilderij in Amsterdam te komen bekijken.[10]

Laat de kinderen tot mij komen[bewerken | brontekst bewerken]

In september 2018 maakte Six publiek dat hij in 2014 ook al een schilderij had ontdekt dat hij aan Rembrandt toeschreef, een Bijbelse voorstelling, waarop een zelfportret van de jonge Rembrandt te zien zou zijn, alsmede een portret van diens moeder.[11]

Kameel van Jan Asselijn[bewerken | brontekst bewerken]

In april 2021 kwam in de publiciteit dat Six opnieuw afspraken zou hebben geschonden. Het zou daarbij gaan over de aankoop van het schilderij Kameel van Jan Asselijn. Volgens een in NRC Handelsblad anoniem opgevoerde kunstkoper zou deze met Six de afspraak hebben gemaakt om het schilderij samen te kopen. Hij betichtte in de krant Six ervan het schilderij met een andere compagnon in 2014 zelf te hebben gekocht zonder hem ervan op de hoogte te hebben gesteld. Uiteindelijk zou Six hem alsnog provisie willen geven, maar pas nadat hij met de feiten werd geconfronteerd.[10]