Jesse Belvin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jesse Belvin
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Geboren San Antonio, 15 december 1932
Overleden Fairhope, 6 februari 1960
Land Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Werk
Jaren actief 1950-1960
Genre(s) R&B
Beroep Zanger, pianist, songwriter
Instrument(en) Vocals, piano
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
(en) Last.fm-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Jesse Lorenzo Belvin (San Antonio, 15 december 1932 - Fairhope, 6 februari 1960) was een Amerikaanse R&B-zanger, pianist en songwriter.

Carrière[bewerken | brontekst bewerken]

Jesse Belvin groeide op in Los Angeles en kwam snel in contact met de plaatselijke opbloeiende R&B-scene. Hij vervoegde zich bij het zangkwartet Three Dots And A Dash, dat in 1951 werd ingezet door de saxofonist Big Jay McNeely voor de opname van All The Wine Is Gone op Imperial Records. Hij werd de leider van een groep jonge zwarte musici, waaronder Richard Berry, Marvin Phillips, Sam Cooke, Eugene Church en Tony Allen.

Met Marvin Phillips als begeleiding speelde Belvin in 1952 zijn eerste soloplaten in voor Specialty Records. In 1953 werd een gezamenlijke productie onder de naam Jesse & Marvin tot een eerste hit: Dream Girl bereikte de 2e plaats van de R&B-charts. Kort daarna werd Belvin opgeroepen voor de militaire dienstplicht.

Nadat Belvin in 1954 het leger mocht verlaten, tekende hij een contract bij Modern Records in Los Angeles. Hij bezat het talent om in een korte periode liederen met perspectief te componeren, echter scheen hij niet geïnteresseerd te zijn in een verspreiding. Zo verkocht hij het auteurschap van zijn melodieën vaak voor enkele honderden dollars. Zijn bekendste werk was Earth Angel van The Penguins, dat een veelvuldig gecoverde doowop-standard werd en als eerste R&B-song de sprong lukte naar de blanke popmarkt. So Fine van The Fiestas kwam ook uit zijn pen.

De songwriter en producer van Modern Records, George Motola, speelde hem in zijn kantoor de onvoltooide ballade Goodnight My Love (Pleasant Dreams) voor, waarvoor Belvin de missende bridge spontaan en passend afstemde. De aanwezige songwriter John Marascalco kocht direct voor de helft de songwriter-credits. De song werd een R&B-hit, die de deejay Alan Freed toepaste als herkenningsmelodie voor zijn radioshow. De opnameleiding bij de sessies voor Modern Records lag meestal in handen van de arrangeur, producer en orkestleider Maxwell Davis. Belvin verleende ook zijn hulp bij Marvin & Johnny, het nieuwe project van zijn oude partner Phillips. Bovendien was hij betrokken bij de opnamen van The Sheiks en The Californians voor Federal Records en is samen met Eugene Church en Obediah Young Jessie als The Cliques te horen op meerdere Modern-singles.

In 1958 nam Belvin met Frankie Ervin en Johnny "Guitar" Watson als The Shields voor George Motolas Tender Records de song You Cheated op, die in de popcharts belandde. In hetzelfde jaar aanvaardde Belvins echtgenote Jo Ann zijn management en kon een contract afsluiten met het Major-label RCA Records. Daar verstrekte de jazzer Shorty Rogers hem de waarde van de eigen composities, zodat beiden samen met de echtgenotes de muziekuitgeverij Michel Music oprichtten om van nu af aan Belvins auteursrechten te exploiteren.

De A&R-manager Dick Pierce en de arrangeur Marty Paich planden voor RCA Records een nieuwe uiterlijke image en stijl van de R&B-zanger. Met zijn diepe, warme en ontspannende stem moest Belvin als een mengeling van Nat King Cole en Billy Eckstine de popmarkt veroveren. Uiteindelijk kreeg hij met Funny (1958, 81e plaats) en Guess Who (1959, 31e plaats) twee nationale hits. Zijn verkregen bijnaam Mr. Easy was ook gepland als titel van een album voor het daaropvolgende jaar. Het album moest samenwerkingen bevatten met de jazzers Art Pepper, Jack Sheldon, Frank Rosolino en Mel Lewis.

Overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

In februari 1960 kwamen Jesse Belvin en zijn echtgenote Jo Ann na een concert in Little Rock bij een ongeluk om het leven. Belvins meest geprezen album Mr. Easy kwam pas na zijn dood uit. Omdat hij op het tijdstip van zijn overlijden 27 jaar oud was, werd hij soms in samenhang gebracht met de 27 club, die bekende muzikanten van deze overlijdensleeftijd verenigt.

Discografie[bewerken | brontekst bewerken]

Singles[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1952: Baby Don't Cry / Confessin' Blues, (Specialty)
  • 1952: Hang Your Tears Out to Dry / Dream Girl, (King)
  • 1955: I'm Only a Fool / Trouble And Misery, (Money)
  • 1955: One Little Blessing / Gone, (Specialty)
  • 1955: Love Love of My Life / Where's My Girl, (Specialty)
  • 1956: Betty My Darling / Dear Heart, (Hollywood)
  • 1956: Goodnight My Love (Pleasant Dreams) / I Want You with Me Christmas, (Modern)
  • 1957: I Need You So / Senorita, (Modern)
  • 1957: Don't Close the Door / By My Side, (Modern)
  • 1957: I'm Not Free / Sad & Lonesome (Blues), (Modern)
  • 1957: You Send Me / Summertime, (Modern)
  • 1957: Beware / Dry Your Tears, (Cash)
  • 1957: Just to Say Hello / My Satellite, (Modern)
  • 1958: Nel blu dipinto di blu / Ever Since We Met, (RCA)
  • 1958: Funny / Pledging My Love, (RCA)
  • 1959: Guess Who / My Girl Is Just Enough Woman for Me, (RCA)
  • 1959: Deacon Dean Tucker / Little Darling, (Knight)
  • 1959: So Fine / Sentimental Heart, (Federal)
  • 1959: Here's a Heart / It Could've Been Worse, (RCA)
  • 1959: Give Me Love / I'll Never Be Lonely Again, (RCA)
  • 1960: The Door Is Always Open / Something Happens to Me, (RCA)
  • 1960: I'm Confessin’ / Deep in My Heart, (Class)
  • 1961: Looking for Love / Tonight My Love, (Impact)

Albums[bewerken | brontekst bewerken]

Modern Records publiceerde na Belvins dood veel van de titels opnieuw als compilaties op de sublabels Crown Records, Kent Records en United Superior. Ook RCA gaf postuum veel Best-Of-albums uit. De Specialty-opnamem verschenen pas in de jaren 80 op ACE Records en Specialty-compilaties. Tijdens het leven van de artiest verscheen alleen Just Jesse Belvin.

  • 1959: Just Jesse Belvin, RCA
  • 1960: Mr. Easy, RCA