EMI Music

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo van de EMI Group

EMI Music, of kortweg EMI (en voorheen ook bekend als EMI Group), was een grote, van oorsprong Britse, platenmaatschappij, die tot en met 2012 zelfstandig opereerde maar sindsdien is overgenomen en opgesplitst. Het hoofdkantoor bevond zich in Londen, maar EMI was actief in meer dan 25 andere landen. Samen met Sony, Universal Music Group en Warner Music Group werd EMI beschouwd als een van de "Big Four", de vier grootste platenmaatschappijen van de wereld met een gezamenlijk marktaandeel van rond de 70%.

Eind 2011 werd bekend dat EMI zou worden verkocht aan diverse partijen, waaronder de Universal Music Group en de muziekuitgeverij-divisie van Sony Music.

Oorsprong[bewerken]

EMI werd in 1931 in Groot-Brittannië opgericht als Electric and Musical Industries Ltd. na een fusie tussen twee Britse platenmaatschappijen, The UK Gramophone Company (oorspronkelijk opgericht in 1897) en The Columbia Graphophone Company. Beide bedrijven waren begonnen als dochters van Amerikaanse platenmaatschappijen, maar opereerden ten tijde van de fusie zelfstandig.

EMI produceerde niet alleen platen, maar ook afspeelapparatuur en radio’s (later ook tv’s). Bovendien werd in het jaar van de fusie de beroemde Abbey Road Studios door EMI geopend. In 1921 had The UK Gramophone Company al een winkel geopend onder de naam HMV, waar apparatuur en muziek werd verkocht. In de tweede helft van de 20e eeuw groeide HMV uit tot een wereldwijde winkelketen.

EMI groeide in de jaren 30 en 40 gestaag, onder meer dankzij gunstige deals met de Amerikaanse platenmaatschappijen RCA Victor en Columbia Records (een zelfstandige tak van de oude Columbia Graphophone Company) om hun producten buiten de VS te verkopen.

EMI zette in 1956 z’n eerste stappen op de Amerikaanse markt met de overname van het label Capitol Records, toen een van de grootste platenmaatschappijen van de VS. Met deze overname werd EMI in één klap een wereldwijde speler, met labels als Capitol, HMV en Columbia.

Groei in het poptijdperk[bewerken]

Hoewel EMI al behoorlijk succesvol was met klassieke opnamen, groeide de platenmaatschappij explosief met de opkomst van de popmuziek. Grote namen als The Beatles, The Beach Boys en Cliff Richard zorgden in de jaren ’60 in de VS en Europa voor enorme successen. Alleen al in 1963 waren 15 van de 19 Britse nummer 1-hits van EMI-makelij. De meeste van deze artiesten verschenen op labels als Parlophone, His Master´s Voice, Columbia en Capitol Records. Ook werden licentiedeals gesloten met verschillende Amerikaanse labels, zoals Motown en United Artists.

EMI’s belangrijkste act in die jaren, The Beatles, verscheen op Parlophone en – vanaf 1968 – Apple Records. De hoesfoto van de Beatles-lp Please Please Me werd gemaakt in het trappenhuis van het toenmalige hoofdkantoor van EMI in het Britse Hayes. (Dezelfde foto werd in 1973 ook gebruikt voor de hoes van de verzamelaars 1962-1966 en 1967-1970).

Begin jaren ’70 volgde een herstructurering, waarbij verschillende labels zoals Columbia en HMV sneuvelden. Voor het eerst opereerde EMI ook als platenlabel. Succesvolle artiesten op het nieuw gevormde label waren in die tijd Pink Floyd, Queen, Kate Bush en Cliff Richard.

In de jaren 80 en 90 werden diverse platenlabels overgenomen, waaronder Chrysalis Records en Virgin Records.

Huidige staat en overname in 2011[bewerken]

EMI behoorde al sinds de jaren 60 tot de 'grote vier', de vier grote platenlabels die destijds wereldwijd actief waren: EMI, Warner Brothers, Sony en Universal Music.

Echter, met de opkomst van het (onbetaald) downloaden en uitwisselen van muziekbestanden via internet, eind jaren '90, kreeg EMI het net als veel andere platenmaatschappijen erg moeilijk. Pogingen van EMI om de cd's met kopieerbeveiligingen uit te rusten, liepen uit op een fiasco. Sommige cd-spelers weigerden de cd's te accepteren met boze klanten (en artiesten) tot gevolg. De speciale kopieerbeveiliging werd rond 2005 weer afgeschaft.

In de eerste jaren van de 21e eeuw was EMI verantwoordelijk voor een paar van de best verkopende artiesten wereldwijd, onder wie Robbie Williams, Radiohead en Coldplay, maar desondanks bleek de financiële situatie van het bedrijf niet al te rooskleurig. Critici vonden dat EMI te veel had geïnvesteerd in dure platencontracten die nooit terugverdiend konden worden in een sterk krimpende markt.

Op 1 maart 2006 klopte EMI voor het eerst bij de Warner Music Group aan met een voorstel al hun uitstaande aandelen te kopen voor $ 28,50 per aandeel. Echter, op 2 maart 2006 liet Warner Music aan EMI weten dat ze niet akkoord ging met het voorstel waardoor de overname niet doorging.

In 2007 werd EMI overgenomen door investeringsbedrijf Terra Firma. Dat bedrijf had zich enorm in de schulden moeten steken om EMI te kunnen kopen en al snel bleek dat het de aflossing van die leningen niet meer kon opbrengen. De Amerikaanse bank Citigroup, die de overname voor Terra Firma had gefinancierd, nam de controle over EMI over.

Na 2007 probeerde Citigroup de platenmaatschappij en zijn muziekuitgeverij te slijten aan andere platenmaatschappijen. Geruchten over fusies met, of overnames door, Universal en/of Warner bleven rondzingen in de internationale muziekbusiness, maar pas in het najaar van 2011 werd een en ander bekrachtigd.

Aanvankelijk leek het er op dat EMI zou worden overgenomen door de Russisch-Amerikaanse miljardair Len Blavatnik, die in mei 2011 al eigenaar was geworden van Warner Music. In oktober 2011 werd zelfs gemeld dat EMI geheel op zou gaan in Warner.[1]

Maar deze overname ging toch niet door, want op 11 november 2011 werd bekendgemaakt dat EMI zou worden verkocht aan Universal en aan Sony Music.

Het bedrijf is vervolgens gesplitst: de muziektak (EMI Recorded Music, die onder meer verantwoordelijk is voor het uitbrengen van cd's) werd voor 1,9 miljard dollar verkocht aan Universal. De uitgeverijtak (EMI Music Publishing, verantwoordelijk voor de exploitatie van auteursrechten) werd voor 2 miljard dollar verkocht aan de muziekuitgeverij van Sony, Sony/ATV Music Publishing.[2]

In de loop van 2012 oordeelde de Europese Commissie dat de dominantie op de muziekmarkt van het nieuw te vormen bedrijf te groot zou worden. Daardoor werd Universal verplicht enkele onderdelen weer te verkopen. Hiermee werd in de tweede helft van 2012 begonnen en in juli 2013 afgerond. Het belangrijkste onderdeel dat in de verkoop ging was EMI Recording Limited, dat een groot deel van de Britse activiteiten van EMI behelst. Het gaat dan bijvoorbeeld om het platenlabel Parlophone (met onder meer Coldplay, Blur en Tina Turner), maar ook de rechten van artiesten als Pink Floyd, Duran Duran en Kate Bush moesten van de hand worden gedaan. Voor enkele grote namen als The Beatles, The Beach Boys en Robbie Williams werd echter een uitzondering gemaakt; zij gingen mee naar Universal.

Verder moest Universal enkele EMI-labels verkopen waaronder Mute (Depeche Mode), Chrysalis Records(Jethro Tull), EMI Classics (klassieke muziek) en Sanctuary.[3] Ook moest EMI enkele Europese vestigingen van de hand doen, waaronder die in België, Frankrijk, Spanje, Denemarken en Zweden.

De meeste van deze activiteiten - te weten de labels Parlophone, Chrysalis, EMI Classics en Virgin Classics, plus de hierboven genoemde afgestoten vestigingen op het Europese vasteland - werden vervolgens door EMI als één geheel verkocht aan Warner Music onder de naam Parlophone Label Group.[4] De Europese vestigingen, onder meer die in België, gingen verder als Parlophone Music[5].

Nederland[bewerken]

De oorsprong van EMI in Nederland gaat terug naar 1946, toen de Haarlemse ondernemer Gerry Oord het bedrijf Bot Oord Verkoopmaatschappij (afgekort tot Bovema) oprichtte. De 'Bot' in de naam was een zakenpartner die verder op de achtergrond bleef. Oords eerste daad was de aankoop van de Nederlandse distributierechten van internationale EMI-platenlabels als Columbia Records en Capitol Records. Bovema groeide snel omdat het al meteen grote orders kreeg voor de in Nederland gestationeerde geallieerde troepen uit onder meer Groot-Brittannië, de VS en Canada. Ook verkocht hij duizenden platen aan Nederlandse militairen die in overzeese gebieden, zoals Nederlands Indië, waren gestationeerd.

Net als veel andere Nederlandse bedrijven, had Bovema in de eerste jaren na de oorlog veel last van zware importbeperkingen die in de jaren van de wederopbouw golden. Daarom was het goedkoper om een fabriek te openen om de importplaten zelf te kunnen persen. Deze fabriek werd eind jaren '40 in Heemstede geopend, waar ook het hoofdkantoor van Bovema werd gevestigd. Het kantoor bevond zich in een typisch gebouw dat er uit zag als een Zwitsers chalet. Het pand was zo karakteristiek, dat het jarenlang werd gebruikt in het logo van Bovema. Het stond bekend als "The Gramophone House". Het staat aan de Bronsteeweg 49 in Heemstede en staat op de gemeentelijke monumentenlijst. Het is tegenwoordig in gebruik als kantoorpand en is niet toegankelijk voor publiek.[6]

In de jaren 50 groeide Bovema razendsnel, onder meer door distributiedeals voor grote buitenlandse platenlabels als Capitol, Columbia, Warner Bros. en His Master´s Voice. In 1959 opende Bovema haar eerste Nederlandse opnamestudio - ook in Heemstede - waarvoor Maria Callas de officiële openingshandeling verrichtte. Vanaf nu konden Nederlandse artiesten hier terecht voor hun plaatopnames. Een van de eersten die er werkte, was de nog piepjonge Peter Koelewijn. Hoewel Gerry Oord zijn liedje Kom van dat dak af maar niets vond, groeide dit nummer uit tot de eerste Nederlandstalige rock-'n-roll-hit.

Behalve distributie voor buitenlandse platenlabels bracht Bovema ook eigen, Nederlands materiaal uit. Dit gebeurde op verschillende labels als Imperial Records en Odeon Records. Ook werden vanaf eind jaren '50 verschillende nieuwe labels opgericht, of werden bestaande labels overgenomen, zoals Negram en Delta.

Bovema NV werd in de jaren '60 in één klap de grootste platenmaatschappij van Nederland dankzij het succes van The Beatles. Omdat EMI in Groot-Brittannië de Beatles-labels Parlophone en Apple Records in zijn portefeuille had, kreeg Bovema automatisch de Nederlandse distributierechten.

Eind jaren 60 werden ook distributiedeals gesloten met invloedrijke Amerikaanse platenlabels als Motown en Asylum.

In dezelfde periode wilde het Britse EMI z'n positie op het Europese vasteland versterken en nam daarvoor verschillende Europese platenmaatschappijen over die al de distributie voor hun materiaal verzorgden. In Nederland was dat Bovema, zodat in 1967 EMI definitief eigenaar werd van het Heemsteedse bedrijf. In de praktijk veranderde er weinig. Wel werd Gerry Oord beloond voor z'n pionierswerk in Nederland door snel carrière te maken binnen EMI Records, het internationale moederbedrijf.

Zo kreeg hij eerst de leiding over EMI in (West-)Duitsland en in 1973 stond hij aan de wieg van een nieuw internationaal poplabel van EMI Records, dat simpelweg EMI ging heten. Het verving onder meer Columbia Records. In 1976 nam Oord afscheid van EMI.

In Nederland groeide EMI Bovema BV (zoals het bedrijf voortaan heette) in de jaren 70 snel verder. In 1976 fuseerden EMI Bovema en Negram (weliswaar ooit opgericht door Bovema, maar al jarenlang werkzaam als afzonderlijk bedrijf) waardoor de combinatie Bovema-Negram ontstond. In 1983 werd de naam weer veranderd in EMI Bovema, een naam die tien jaar later weer werd gewijzigd in EMI Music Netherlands. Daarmee verdween de naam Bovema na bijna 50 jaar definitief uit de Nederlandse platenindustrie.

Door de overname door Universal Music in 2012 is EMI Music Netherlands in z'n geheel opgegaan in het nieuwe bedrijf, dat een combinatie is geworden van Universal België, Universal Nederland en EMI Nederland (EMI in België werd apart verkocht en ging verder als Parlophone Belgium). De naam en het logo van EMI is niet meer terug te vinden in het nieuwe bedrijf. Alle Nederlandse artiesten van EMI worden nu uitgegeven door Universal.

Oprichter Gerry Oord overleed in april 2010 op 96-jarige leeftijd.[7]

Bekende namen[bewerken]

Bekende bands en artiesten van wie EMI muziek heeft uitgegeven zijn onder andere:

Nederland en Vlaanderen[bewerken]

Overig[bewerken]

Bronnen