Jack Jersey

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jack Jersey
Jack Jersey registreert live album/elpee in één van de Nashville Recording Studio's met The Jordanaires, 1974.
Jack Jersey registreert live album/elpee in één van de Nashville Recording Studio's met The Jordanaires, 1974.
Algemene informatie
Volledige naam Jack Willem de Nijs
Geboren 18 juli 1941
Overleden 26 mei 1997
Land Vlag van Nederland Nederland
Vlag van Indonesië Indonesië
Werk
Jaren actief 1959-1997
Genre(s) Nederlandstalige muziek, lichte muziek, softrock, countrymuziek
Beroep producer, componist, tekstdichter, arrangeur en zanger
Instrument(en) banjo, gitaar, piano, zang, synthesizer
Label(s) Polydor, EMI, Universal Music
Officiële website
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
(en) Last.fm-profiel
Actief geweest in The Losers
Functie(s) Leadzanger
Jaren actief in formatie 1965 - 1967
Bezetting The Losers (bezetting)
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Jack de Nijs (Tjimahi, 18 juli 1941Roosendaal, 26 mei 1997) was een Nederlandse zanger, componist, arrangeur, tekstdichter en producer van lichte muziek die voor nationale en internationale artiesten werkte. Als zanger is hij bekend geworden onder het pseudoniem Jack Jersey.

Leven[bewerken]

Jonge jaren[bewerken]

Jack de Nijs werd geboren te Tjimahi bij Bandung (Nederlands-Indië) als zoon van een militair bij het KNIL, die sinds 1953 kapitein was bij het Korps Commando Troepen. Hij had twee oudere broers en een zusje. Als kind speelde hij al mee met een plaatselijk orkestje met zijn gekregen ukelelebanjo.[1]

In 1951 repatrieerde het gezin naar Nederland waar het een jaar woonde in het latere Molukse woonoord Kamp Wouw (Ambonezenkamp in de plaats Wouw). In 1952 vestigden ze zich in de nieuwbouw Fatimawijk te Roosendaal.[1] Als kind kreeg hij drie jaar lang pianoles en verder leerde hij zich het musiceren zelf aan.[2] Als tiener zong hij in het dixielandorkest The Dixy Stampers.[3] Bij Jan de Winter en Addy Kleijngeld nam hij in deze tijd met een bandje zijn eerste plaatjes op.[2]

Na de HBS wilde hij de muziek in, maar zijn vader was daar op tegen. Zo kwam De Nijs in 1959 op de Hogere Hotelschool in Maastricht terecht, waar hij twee jaar later voor het eerst zijn toekomstige vrouw Elly ontmoette.

Zanger in verschillende bands[bewerken]

Tijdens zijn studie begon hij een kwartet onder de naam The Four Sweeters. De groep werd ontdekt door de Maastrichtse grammofoonplatenhandelaar Henk Severs die de groep vier nummers liet opnemen die waren geschreven door De Nijs. Ze kwamen uit op de singles Heavenly woman en Pretty rockin' shoes.[3]

Nadat hij de hotelschool afsloot, werkte hij slechts één dag in een hotel.[2] In Roosendaal begon hij met Cor van Leest het op de Everly Brothers geïnspireerde duo Jack & Woody. Weer werden vier nummers opgenomen, waaronder Paulette. Vervolgens formeerde hij Jack Dens & The Swallows waarmee hij in 1961 de single Careless babe uitbracht. In 1963 ging de band in gewijzigde bezetting verder als The Firestrings en in 1964 als The Flames.

Hij had er verschillende baantjes naast en ook nog een tijdje een Chinees-Indisch eenmansbedrijfje in maaltijdenbezorging. Het bedrijfje was echter verliesgevend en zijn schulden werkte hij later weg met een baan in de haven van Rotterdam.[2] Ondertussen vervulde hij zijn militaire dienstplicht en werd hij bij optredens vaak vervangen.

Medio 1965 ging hij twee keer twee maanden voor optredens naar Duitsland, eerst met de indo-rockband The Rhythm Brothers en vervolgens met Tony & his Magic Rhythms. Bij terugkeer formeerde hij met onder meer Rudy Wenzel en Henk Voorheyen de beatband The Loosers.[2][4] Midden in het nederbeattijdperk kregen ze een contract bij het platenlabel CNR die hen met enkele andere bands naar voren schoof onder het motto Beat from Holland. Voor deze band was hij tot 1967 de leadzanger.

In 1965 verscheen hun eerste plaat Since you're gone/Mexico. Hiervan is echter alleen het eerste een beatnummer, en het tweede een cover van Elvis Presley uit de film Fun in Acapulco (1963).[5] Dit nummer kwam ook in Peru uit en bereikte daar zelfs een top 5-notering.[6] Een Nederlandse vertaling ervan werd in 1969 en 1986 een hit voor de Zangeres Zonder Naam.[7] In 2008 kwam de versie van The Loosers nog aan bod voor opname in de Mexicaanse tekenfilm Campeones de la lucha libre.[8]

Elly en Jack de Nijs

Na vijf jaar verkering trad De Nijs op 6 mei 1966 in het huwelijk. In 1967 werd zijn zoon geboren.[1] Zijn de aspiratie voor de muziek verdween naar de achtergrond en hij werkte vijf jaar voor Philips. Hier klom hij op tot chef van de afdeling facturatie. Ernaast speelde hij in The Rose Valley Quartet (1967) en het Jack de Nijs Combo (1968-1970). Het werk bij Philips lag hem niet en door zijn optredens hield hij het leven enigszins plezierig.[6][9]

Songwriter en producent[bewerken]

In 1968 maakte hij de professionele terugkeer naar de muziekwereld. Deze keer deed hij dat echter op de achtergrond, door met Ruud Wenzel de Productiemaatschappij JR (Jack en Ruud) op te zetten. Met een bandrecorder als eerste apparatuur maakten ze hier hun eerste demo's boven de toenmalige Bristol Bar aan de Brugstraat, en kort erna aan het Permekeplein. Aan het eind van het jaar vertrok Wenzel en voegde zich Henk Voorheijen, een ander voormalig bandlid, bij hem als compagnon. De naam JR hielden ze overeind, maar de betekenis werd gewijzigd naar Jeetzi Rah dat Scheppingswereld betekent in het Hebreeuws.[1] Doordat het label Artone een erg laag bod had gegeven, probeerde De Nijs het bij Polydor met meer zelfvertrouwen. Zijn introductie met "we komen het goud uit het Zuiden brengen" werd met veel gelach ontvangen, maar zorgde er wel voor dat ze hier hun eerste productiecontract voor JR verwierven.[2]

Geheel tegen hun eigen verwachting in, werd hun eerste plaat Antoinette een grote hit.[2] Op precies dezelfde dag in hetzelfde jaar dat dit gebeurde, werd in 1969 zijn dochter geboren. De uitvoerende zanger was Leo den Hop voor wie het een gouden plaat betekende. Het bleef niet bij een hit in Nederland alleen, want een cover leverde Ray Miller in Duitsland platina op.

In het eerste jaar kwamen er tien singles van ze uit waarvan er acht de hitlijsten bereikten.[2] Een van die hits was Gina Lollobrigida (1970) over de gelijknamige actrice die werd uitgevoerd door Tony Bass. Het werd met 132.000 verkochte exemplaren een platina plaat voor hem. Daarnaast werd het ook weer door Ray Miller gecoverd die er in Duitsland 900.000 exemplaren van verkocht, wat wederom goed was voor platina. Ray Miller had ook nog een hit met Sofia Loren (1970) die hijzelf eerder als Jack de Nijs had uitgebracht.

Bij het schrijven van een nummer had hij de arrangementen vaak al in zijn achterhoofd. In de studio nam hij vervolgens de gehele regie op zich en was er in principe geen ruimte voor artiesten om er nog iets aan te veranderen. Bij André Moss betekende dat wel eens dat die de muziek zonder te oefenen op de plaat zette. De bedoeling erachter was dat de spontaniteit van het eerste moment niet verloren zou gaan.[6] Door het vele schakelen tussen de verschillende genres nam hij later niettemin Sjaak Verburgt erbij in dienst als producer.[10]

Bij Polydor was het maandsalaris nog vijfhonderd gulden geweest, terwijl daar de onkosten nog van afgetrokken moesten worden. Rond 1973 maakte ze de overstap naar Bovema waar ze een riant inkomen wisten te verwerven. Hier kreeg hij ook de kans om meer aan Engelstalige muziek te werken.[6]

Artiesten[bewerken]

De succesvolle start in 1969 luidde een succesvolle periode in de jaren zeventig in. Er kwamen hits voor zijn producties voor bijvoorbeeld Crown's Clan (No place for our minds, 1970) en Clover Leaf (Oh what a day, 1971).[2][3] De bassist van Clover Leaf, Sjaak Verburgt, werkte later veel samen met De Nijs.

Ook schreef en produceerde hij Zuster, oh zuster (Sjakie Schram, 1969) en Mira (Cock van der Palm, 1971). De eerste werd een gouden en de tweede een platina single. Verder schreef en produceerde hij liedjes voor onder anderen de Zangeres Zonder Naam, Donna Lynton, Andy Tielman / Tielman Brothers, Arne Jansen, Tony Bass, Luk Bral en Tony Martin. In 1975 ontving hij ook nog goud voor meer dan 250.000 verkochte elpees van Op losse groeven.

Jan Boezeroen

Voor Jan Boezeroen produceerde hij twee singles die de status van platina bereikten, namelijk met De fles en Oei, oei. Voor een derde single uit Boezeroens debuutperiode, Ze zeggen, werd De Nijs door Conamus onderscheiden met een Zilveren Harp voor kwaliteit, artistieke waarde en populariteit.[11] De elpee Oei, oei, waar ook deze drie singles op uitgebracht werden, werd eveneens een gouden plaat.

Nick MacKenzie

Een van zijn grote ontdekkingen was Nick MacKenzie. Voor hem produceerde en schreef hij meerdere liedjes. Zijn single One is one bereikte in 1973 nummer 2 in de Top 40 en leverde platina op. Zijn singles Juanita en Peaches on a tree werden beide goud. Met de eerste had MacKenzie ook een hit in Duitsland.

André Moss met de naamgeefster van zijn hit Ella (de Nijs)
André Moss

Een andere succesvolle ontdekking was André Moss. Zijn single Ella (1973) bereikte de vierde plaats in de Top 40. De Nijs produceerde ook zijn gelijknamige elpee die goed was voor drie maal platina. Ook produceerde hij Moss' succesvolle elpee Rosita, die eveneens de status van platina verwierf en goed was voor een Gouden Hond, ook wel His Master's Voice genoemd. In 1975 werden ze allebei onderscheiden met een TROS-Produktieprijs. Daarna werkte hij nog aan Moss' album My Spanish rose. De elpee en de muziekcassette ervan werden elk afzonderlijk bekroond met goud.

Tunes

Ook componeerde hij allerlei tunes, waaronder meerdere voor de TROS in uitvoeringen van André Moss,[12] zoals Ella (1973), Rosita en Fly me to Bali. Maar ook de titelsong van de speelfilm Laat de dokter maar schuiven (1980) kwam uit zijn koker.[13][14]

Carrière als Jack Jersey[bewerken]

Solo had hij al verschillende kleine hits gehad in het Nederlands en verder nog met de Engelstalige single Blame it on the summersun (1971) onder de artiestennaam Ruby Nash.[3] Verder maakte hij in 1973 deel uit van de groep Brabants Bont, waaraan verder nog artiesten deelnamen als Yvonne de Nijs, Leo den Hop, Jan Boezeroen en Wil de Bras. De groep bracht de single Protest / Zeg nu ja voor Veronica uit als steunbetuiging voor de zeezender Veronica.[15]

Toen hij in 1973 het nummer I'm calling aan de man probeerde te brengen op de Midem-beurs in Cannes, raadde Veronica-dj Will Luikinga hem aan het zelf uit te brengen. Dit deed hij onder de artiestennaam Jack Jersey[6] en aanvankelijk had hij het bedoeld te zingen met rond vijftig Poolse en Russische strijkers. Het werd echter een versie met begeleiding door een countryband, waar zijn fragiele stemgeluid bovenuit klonk.[16]

Roel Kruize, Bhaskar Menon, Jack Jersey en Theo Roos, 1974
Kruize, Menon en Jersey, 1974

De gelijkenis met het stemgeluid van Elvis Presley had hij zelf nog niet meteen door. Toen hij echter merkte dat hij steeds weer werd gezien als een Elvis-immitatie, besloot hij het spel mee te spelen.[6] De single werd door de zeezender Radio Veronica uitgeroepen tot alarmschijf en het werd zijn grootste hit tot dan toe. Zijn artiestennaam ontleende hij aan het eiland Jersey.

Bij elkaar behaalde hij tot en met 1977 vijftien hits, waaronder In the still of the night, Papa was a poor man en Blue brown-eyed lady.[3] Van zijn elpee In the still of the night werden alleen al in Nederland 110.000 stuks verkocht.[6] Het album leverde hem platina op.

Het succes kwam plotseling en ongepland.[16] Hij had in die tijd de ambitie als zanger al naast zich neergelegd. Tien jaar eerder had hij die nog wel gehad, maar inmiddels verdiende hij zijn geld als producer en componist voor anderen.[6] Daarnaast was hij altijd erg zenuwachtig voor een optreden, wat echter voor anderen juist het bewijs was van zijn artiestendom.[16] Tijdens de topjaren in zijn rol als Jack Jersey liet hij het aantal optredens niettemin beperkt tot ongeveer 15 per jaar.[10]

Nashville[bewerken]

Zijn album In the still of the night was 1974 aanleiding voor Capitol Records om hem uit te nodigen voor muziekopnames in Nashville, Tennessee. De opnames werden gemaakt met The Jordanaires, de zanggroep die van 1956 tot 1972 Elvis Presley had begeleid. Bij elkaar was hij acht dagen in Nashville en nam hij hier in de opnamestudio van Columbia Records zijn elpee I wonder op. Er kwam ook een versie op de Amerikaanse markt met de titel Honky tonk man. De productie was in handen van Frank Jones die ervoor ook voor Buck Owens en Jim Reeves had gewerkt. Op het album staan 8 eigen nummers en 4 covers.[17]

De Amerikaanse studiosfeer was voor hem een bijzondere belevenis en herinnerde hij zich om de hoge mate van ontspanning en enorme vakkennis. Meermaals per dag werd daar relax en take your time herhaald, terwijl hij vanuit Nederland het gejakker in de opnamestudio's kende. Hij ging er als uitvoerend artiest naartoe en deed vooral als producer veel ervaring op. In Nederland werden in die tijd arrangementen op noten uitgeschreven en de muziek door orkesten uitgevoerd. Daar arrangeerden The Jordanaires en geroutineerde musici de muziek terwijl hij die voorzong. Na twee repetities werd een lied vervolgens opgenomen. Terwijl de opname van een single in Nederland al snel 10 uur in beslag nam, werd zijn gehele album daar in 12 uur tijd opgenomen.[17] De leiding van de arrangementen was in handen van Harold Bradley[14] die van 1962 tot 1967 betrokken was geweest bij de opnames van Elvis.[18]

Terug in Nederland kon het album nog niet uitgebracht worden, omdat In the still of the night nog steeds in de top 10 stond.[14] Omdat het Amerikaanse geluid bij enkele nummers te leeg en hard werd bevonden, werden ze in Nederland nog nabewerkt met extra gitaren en mandolines. Dit was bijvoorbeeld bij Rub-it in het geval.[10] Het album bereikte in 1975 nummer 3 van de LP Top 20 (nummer 7 bij Veronica) en werd bekroond met goud.

Goud, platina en tv-specials[bewerken]

Ook zijn verzamelwerk The best of Jack Jersey (1976) leverde hem platina op. Daarnaast werden meerdere albums bekroond met goud, zoals zijn kerstalbum A Christmas show (1975) en de albums Jack Jersey sings country (1976), Forever (1976) en Asian dreams (1977).

Na een radiostilte van ongeveer drie jaar, kwam hij in 1980 terug met een single die zijn grootste hit is geworden, Sri Lanka... my Shangri-La (1980). Deze bereikte de hitlijsten in vijf landen. Zijn laatste grote albumsucces was Close to you (1988) dat goud opleverde en hoge verkoopcijfers kende in Polen.

In de loop van de jaren trad hij geregeld op in muziekspecials die in andere landen werden opgenomen. De opnamelocatie kon soms op het laatste moment nog veranderen, zoals in 1976 toen het regende in Brugge en de ploeg hals over kop het vliegtuig naar Torremolinos nam.[19] Naast uitzendingen vanuit Nederland, België en Duitsland, was hij bijvoorbeeld te zien vanuit Oostenrijk, Spanje, Bulgarije, Tunesië, Indonesië, Sri Lanka en Mexico. De bezoeken voor de muziekspecials combineerde hij met concerten in deze landen.

Labels[bewerken]

Laatste jaren van JR

Aan het eind van de jaren zeventig was het bedrijf inmiddels ondergebracht in een groot pand met een eigen studio en een vergaderzaal. Met de uitbreiding van het bedrijf ging ook veel van de magie verloren. De jarenlange relatie met Voorheijen raakte in de knel en uiteindelijk werd de samenwerking in JR werd beëindigd.[16]

Pentagram Records

De Nijs vervolgde zijn werk als producer en songwriter, maar ook als artiest Jack Jersey eerst nog in een samenwerkingsverband met EMI/Bovema met een eigen label Pentagram Records/Pentagram Recordings genaamd. De elpee The King and I werd o.a. opgenomen en uitgebracht.

Goena Goena Records

Aan het begin van de jaren tachtig ging hij vervolgens verder met zijn broer Dick met wie hij het eigen label Goena Goena oprichtte.[20] De betekenis ervan is voor verschillende mensen anders[21] en had voor hem de betekenis van witte magie, met de hulp van God.

The Shorts[bewerken]

In 1983 bezocht hij Harry Knipschild, A&R-manager van Polydor, in de Wisseloordstudio's in Hilversum met het liedje Comment ça va. Het was Engelstalig en geschreven door Eddy de Heer. De Nijs vertelde hem over het plan het te laten uitvoeren door de jongensband The Shorts uit Leiden. Op Knipschilds verzoek schreef hij er daar ter plekke een Nederlandstalige tekst voor. De productie werd door De Nijs gedaan in de Relight Studio in Hilvarenbeek. De pluggers maakten in die tijd de dienst uit bij Polydor en hielden tegen dat het door Polydor werd uitgebracht. Hierop zocht Knipschild contact met de concurrent EMI die het wel wilde uitbrengen.[22]

In Hilversum bleek het vervolgens moeilijk om het gedraaid te krijgen. Het publiek pakte het nummer echter al na enkele keren op en de single bereikte in korte tijd de nummer 1-postie van de Nederlandse hitlijsten.[22] Ook kwam het op nummer 1 in de Vlaamse Ultratop te staan en werd het een hit in Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Noorwegen.[23] De single werd platina in Nederland en Frankrijk en werd in het laatste land meer dan één miljoen maal verkocht. In Nederland was het de bestverkochte single van 1983.[24] Conamus onderscheidde de single met de Exportprijs. Ook produceerde hij de opvolger Je suis, tu es die opnieuw een hit werd in meerdere landen en in Nederland platina verwierf.

Door de jaren heen waren Jack de Nijs en de artiesten die hij vertegenwoordigde goed voor de verkoop van bij elkaar twintig miljoen platen.[16]

Gezondheidsproblemen[bewerken]

In zowel 1985 als 1986 werden er poliepen op zijn stembanden geconstateerd. In 1988 werd een kwaadaardige tumor gediagnosticeerd in de orofarynx en het strottenhoofd. Hierna volgden bestralingen en een keeloperatie en kreeg hij zware medicatie en pijnstillers.

In februari 1997 was hij door de gevolgen inmiddels ernstig ziek. In deze maand kwam hij met Ton van Beusekom van EMI tot overeenstemming over het uitbrengen van een dubbel-cd, getiteld Thanks for all the years. Hierbij gaf hij de voorkeur aan liedjes over landen die hij had bezocht en verder nog hits, zoals Gone girl (1970), Papa was a poor man (1974) en Sri Lanka... my Shangri-La (1980).[25]

In de vroege ochtend van 26 mei 1997 overleed hij aan de gevolgen van zijn ziekte in de armen van zijn vrouw. Hij werd 55 jaar oud.

Postuum eerbetoon[bewerken]

Begin 2007 bracht EMI zijn collectie Asian dreams and greatest hits uit. Naast twee cd's omvat het een dvd met onder andere het verslag van de muzikale reis die hij in 1977 voor de AVRO-televisie maakte door zijn geboorteland Indonesië, geregisseerd door Theo Ordeman. Daarnaast zijn er tv-clips uit historische programma's op te zien, zoals uit Toppop en Musikladen.

Op 24 mei 2009 is voor het eerst een Jack Jersey-Festival gehouden in het centrum van zijn woonplaats Roosendaal, op de Oude Markt en in de Raatskelder. Diverse artiesten traden ter ere van hem op, onder wie zijn ontdekkingen Frank & Mirella en Nick MacKenzie. De Raatskelder heeft een historische binding met de singer-songwriter, omdat hij er in de jaren zestig op de zolder een studio had.[26]

In mei en augustus 2017 is aan het plafond van het Tongerlohuys in zijn woonplaats een expositie opgedragen aan tal van bekende iconen uit Roosendaal, zoals ook aan hem. Tijdens dit eerbetoon viel op 26 mei ook zijn twintigste overlijdensdag.[27]

Onderscheidingen[bewerken]

5 maal de Gouden Hond
Zilveren plaquette, 1977

Jack de Nijs ontving een groot aantal onderscheidingen. Platina ontving hij 16 keer, onder meer twee keer door covers van zijn liedjes door Ray Miller in Duitsland, drie keer voor zijn werk aan de elpee Ella van André Moss, en twee keer voor de productie van Comment ça va van The Shorts in Nederland en Frankrijk.

Verder ontving hij nog circa 30 gouden platen en 5 keer een Gouden Hond, ook wel His Masters Voice, van het platenlabel EMI/Bovema.

Daarnaast ontving hij nog de volgende onderscheidingen:

  • 1972: Gouden balpen en gouden vulpotlood, Conamus. (merk: Cross).
  • 1974: "Golden Lion" Award uitgereikt door de BRT, (Belgische televisie) voor de meest populaire recording artist in de Benelux.
  • 1974: TROS-Produktieprijs.
  • 1974: Porseleinen Bovema-grammofoon met logo His Master's Voice, die slechts bij hoge uitzondering wordt uitgereikt.
  • 1976: De populairste artiest van Nederland, een gedeelde eerste plaats met André van Duin.
  • 1977: Zilveren plaquette op een marmeren voet van Bovema voor zijn "artistieke en productionele gaven" n.a.v. meer dan 750.000 verkochte singles en 1.500.000 elpees. Deze speciale prijs was nog nooit eerder uitgereikt.
  • 1980: NVPI-certificaat - IFPI
  • 1982: Ereburger, in augustus uitgereikt door de burgemeester van Llançà, Spanje.[28]
  • 1983: Conamus Exportprijs voor zijn aandeel aan Comment ça va van The Shorts

Discografie[bewerken]

Producer en songwriter voor anderen[bewerken]

Albums
Jaar artiest titel drager bekroning betrokkenheid
1974 Jan Boezeroen Oei, oei elpee goud songwriter en producer
1974 André Moss Ella elpee 3x platina producer en songwriter
1974 André Moss Ella cassette goud producer en songwriter
1974 André Moss Rosita elpee platina producer en songwriter
1974 André Moss Rosita cassette goud producer en songwriter
1974 diverse artiesten Op losse groeven elpee goud producer en (mede-)songwriter
1975 André Moss My Spanish rose cassette goud producer en songwriter
Singles
Jaar artiest titel bekroning betrokkenheid
1969 Leo den Hop Antoinette goud songwriter en producer
1969 Ray Miller Antoinette platina (D) songwriter
1970 Ray Miller Sophia Loren goud (D) songwriter
1970 Tony Bass Gina Lollobrigida platina songwriter en producer
1970 Ray Miller Gina Lollobrigida platina+goud (D) componist
1970 Sjakie Schram Zuster, oh zuster goud songwriter
1970 Jan Boezeroen De fles platina producer en songbewerker
1971 Cock van der Palm Mira platina songwriter en producer
1971 Jan Boezeroen Oei, oei platina songwriter en producer
1973 Nick MacKenzie One is one platina producer en mede-songwriter
1973 Nick MacKenzie Juanita goud producer en mede-songwriter
1973 Nick MacKenzie Juanita goud (D) producer en mede-songwriter
1974 Nick MacKenzie Peaches on a tree goud producer en mede-songwriter
1983 The Shorts Comment ça va platina (NL) producer
1983 The Shorts Comment ça va platina (F) producer
1983 The Shorts Je suis, tu es goud producer

Solo-artiest[bewerken]

Albums

De hier gepresenteerde albumtop is de Top 40 (later 75) van Veronica.

Jaar album Top 40 opmerkingen en bekroning
1968 Jack de Nijs zingt Sofia Loren - als Jack de Nijs
1974 In the still of the night 3
(29 weken)
platina elpee (100.000+)
gouden muziekcassette (100.000+)
1975 I wonder 7
(13 weken)
2 gouden elpees
2 gouden muziekcassettes
met The Jordanaires, live-album
Amerikaanse versie: Honky tonk man
1975 A Christmas show 31
(3 weken)
2 gouden elpees
tv-special (gefilmd in Oostenrijk)
1976 Jack Jersey sings country 15
(12 weken)
2 gouden elpees
tv-special (gefilmd in België en Nederland)
1976 The best of Jack Jersey 2
(19 weken)
platina elpee
tv clips (van 6 liedjes van dit album gefilmd in Spanje)
1977 Forever 22
(10 weken)
gouden elpee
tv clips (van 3 liedjes van dit album gefilmd in Spanje)
1977 Asian dreams 5
(20 weken)
gouden elpee
tv-special (gefilmd in Indonesië)
1978 Mexico bienvenido 17
(10 weken)
tv-special (gefilmd in Mexico)
1979 The King and I 25
(12 weken)
uitgebracht na officiële toestemming[29]
tv-special (gefilmd in Tunesië en Amsterdam)
1979 Accept my love 37
(2 weken)
1980 Sri Lanka... my Shangri-La 38
(8 weken)
1981 Jack Jersey show 28
(8 weken)
tv-special (gefilmd in Sri Lanka)
album met Lisa MacKeag en Maurice de la Croix
1982 Dreamer 28
(9 weken)
1988 Close to you 35
(9 weken)
gouden elpee
meer dan 78.000 verkopen in Polen
1997 Thanks for all the years - 2 cd's
2007 Asian dreams and greatest hits 51
(5 weken)
dvd en 2 cd's
Singles

Hieronder staat een samenvatting van de hitnoteringen. Voor meer gegevens, zie de artikelen over de singles. Hij bracht de singles uit als Jack Jersey, tenzij anders vermeld (in de periode tot 1973).[30][31][32][33][34] Hitparade in de lijst verwijst naar de Nationale Hitparade. De naam van deze lijst varieerde echter in de geschiedenis, van Hilversum 3 Top 30 (1969-71), naar Daverende Dertig (1971-74), naar Nationale Hitparade (1974-89) en Nationale Top 100 (1989-93). In 1987 ging de top 50 over naar een top 100.

Jaar single Top 40 Hitparade BRT 30 opmerkingen en bekroning
1970 Sofia Loren 23
(3 weken)
21
(2 weken)
- als Jack de Nijs
1970 Al ben ik mister Mundy niet tip - - als Jack de Nijs
1971 Oh daar heb je ze weer 36
(4 weken)
- - als Jack de Nijs
1971 Blame it on the summersun 35
(2 weken)
- - als Ruby Nash
1972 Ay, ay, waar blijft Maria 25
(4 weken)
28
(1 week)
- als Jack de Nijs
1972 Helena 28
(3 weken)
- - als Jack de Nijs
1972 Marian tip - - als Jack de Nijs Sextet
1973 Hee dans met mij tip - - als Jack de Nijs Sextet
1973 I'm calling 13
(7 weken)
12
(5 weken)
10
(10 weken)
1973 Don't break this heart 17
(6 weken)
18
(4 weken)
4
(6 weken)
1974 In the still of the night 6
(11 weken)
5
(11 weken)
2
(15 weken)
gouden single in Nederland
gouden single in België
nummer 1854 (1999) in de Top 2000
Vlag van Duitsland 21 (6 weken)
1974 Papa was a poor man 5
(11 weken)
5
(13 weken)
3
(12 weken)
gouden single
nummer 1951 (1999) in de Top 2000
1974 Rub-it in 14
(6 weken)
13
(5 weken)
8
(6 weken)
met The Jordanaires
1975 I wonder 11
(7 weken)
11
(5 weken)
6
(11 weken)
met The Jordanaires
1975 Mary Lee 38
(3 weken)
28
(2 weken)
18
(4 weken)
met The Jordanaires
1975 Silvery moon 22
(3 weken)
22
(4 weken)
16
(5 weken)
1975 Gone girl 11
(7 weken)
12
(5 weken)
7
(8 weken)
1976 Me and Bobby McGee 22
(5 weken)
17
(4 weken)
16
(5 weken)
1976 After sweet memories 17
(7 weken)
16
(4 weken)
16
(3 weken)
1976 Blue brown-eyed lady 6
(11 weken)
6
(8 weken)
4
(11 weken)
gouden single
1976 Lonely Christmas - - 18
(3 weken)
1977 Lonely me 21
(6 weken)
24
(3 weken)
22
(4 weken)
1977 On this night a thousand stars tip tip 25
(3 weken)
1977 Forever tip tip -
1977 She was dynamite 18
(6 weken)
22
(4 weken)
11
(7 weken)
1977 Asian dreams - - 29
(1 week)
1980 Sri Lanka... my Shangri-La 4
(10 weken)
3
(12 weken)
2
(11 weken)
platina single
Vlag van Duitsland 34 (5 weken)[35]
Vlag van Oostenrijk 6 (12 weken)
Vlag van Zwitserland 8 (6 weken)
1980 Woman 28
(4 weken)
39
(4 weken)
21
(1 week)
1981 Shanah 26
(5 weken)
27
(7 weken)
-
1981 Lonely street tip - -
1982 Puerto de Llansa (Lady Rose) 26
(5 weken)
35
(5 weken)
-
1982 Papa was a poor man (live) tip - - live in Indonesië
1985 All I do is dream tip tip -
1988 Lady tip 59
(9 weken)
-
1988 Happy Xmas (War is over) /
Gelukkig Kerstfeest
- 15
(5 weken)
- Artiesten voor het
Ronald McDonaldhuis
1989 Hurry home - 76
(6 weken)
-
1990 Here comes summer - 63
(7 weken)
-
1991 Blame it on the summersun - 65
(5 weken)
-

Externe link[bewerken]