Johan Furstner

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan Furstner
Johan Furstner tussen 1941 en 1945
Johan Furstner tussen 1941 en 1945
Geboren 16 januari 1887
Amsterdam
Overleden 15 september 1970
Den Haag
Land/partij Vlag van Nederland Nederland
Onderdeel Naval Jack of the Netherlands.svg Koninklijke Marine
Dienstjaren 1902-1945
Rang Nl-marine-vloot-luitenant admiraal.svgLuitenant-admiraal
Portaal  Portaalicoon   Marine

Johannes Theodorus Furstner (Amsterdam, 16 januari 1887Den Haag, 15 september 1970) was minister van Marine tijdens de Tweede Wereldoorlog in het kabinet-Gerbrandy II.

Furstner was een theoreticus op marinegebied. Hij werd opgeleid aan de Hogere Krijgsschool en de Franse École supérieure de guerre. Hij had weinig op met het vooroorlogse partijwezen en was medeoprichter van het Verbond Nationaal Herstel. In mei 1940 was hij hij zeer ontdaan en verontwaardigd over het vertrek van het kabinet naar Londen. Hij combineerde het ministerschap van Marine met de functie van bevelhebber van de marine.

Biografie[bewerken]

Johan Furstner werd in 1887 geboren in Amsterdam, waar hij ook de H.B.S. volgde. Hij volgde ook middelbaar onderwijs aan het Instituut "Wullings" te Voorschoten.

Van 1902 tot 1906 volgde hij een officiersopleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) te Willemsoord. Vanaf 16 september 1908 tot 1918 was hij zeeofficier in Nederlands-Indië.

Van 1918 tot 1920 volgde hij een opleiding aan de Hogere Marine Krijgsschool te Den Haag. In 1918 gaf hij ook enige tijd les aan de Hogere Krijgsschool te Den Haag.

Van 1925 tot 1927 voer hij als artillerie-officier op Harer Majesteits kruiser "Java" te Nederlands-Indië.

In de periode 1927-1928 volgde hij een voortgezette marine-theoretische studie aan de Ecole Supérieure de Guerre te Parijs (brevet d'officier d'etat major).

Vanaf 1929 was hij eerste officier op het pantserschip "Heemskerck".

In 1930 werd hij directeur van de Hogere Marine Krijgsschool en vanaf 1935 commandant van H.M.'s pantserschip "Hertog Hendrik".

Vanaf 1936 maakte hij deel uit van de marinetop, van 1 januari 1936 tot september 1939 als Chef Marinestaf en vanaf 1939 in de nieuw ingestelde functie van Bevelhebber der Zeestrijdkrachten.

Bij Duitse inval in Nederland in mei 1940 week hij vanuit Scheveningen met zijn staf uit naar Engeland, maar hij was zeer ontdaan en verontwaardigd over het besluit van het kabinet om naar Londen te vertrekken. Op 27 juli 1941 werd Furstner minister van Marine. Aan het einde van de oorlog, in 23 februari 1945, legde hij zijn ministersfunctie neer.

De journalist Henri van der Zee beschrijft Furstner in zijn boek 'In ballingschap', over de Nederlandse kolonie in Engeland'(de Bezige Bij, 2005 ISBN 9023417399), als een autoritaire en arrogante militair met een gebrek aan tact die niet anders dan op de genoemde wijze met zijn ondergeschikten kon omgaan, citaat: (p. 230) 'Wat veel kwaad bloed zette bij de marine was Furstners gebrek aan belangstelling voor zijn mensen'. Koningin Wilhelmina benoemde hem na het vertrek van de Minister van Defensie Dijxhoorn tot Minister van Marine maar had daar al snel spijt van. Van Wilhelmina's kritiek dat hij zijn manschappen nooit bezocht, in tegenstelling tot de bevelhebbers van de Britse Marine, trok hij zich niets aan. Ook ging hij gemakkelijk met staatsgeld om, zo huurde hij een landhuis bij Londen voor 3000 pond per jaar en liet hij zich bedienen door 5 militairen wat 2500 pond per jaar kostte. Furstner plaatste dit alles op de begroting van de Marine (p.230). Al in 1942 werd hij door de Buitengewone Rekenkamer op de vingers getikt die de financiële uitgaven voor hem en zijn officieren 'in strijd achtte met de noodzakelijke soberheid en met de verarming waarin het Nederlandse volk verkeerde'. Vergelijking: Minister Kleffens verdiende 45 pond/maand (+onkostenvergoeding). Op pag. 222 en 223 vertelt van der Zee hoe de Engelandvaarder Dogger en Tazelaar werden afgeblaft toen zij hun opwachting maakten bij Furstner. De opmerking van Tazelaaar dat zij ('Contact Hol: Krediet, Tazelaar en Hazelhoff Roelfzema)in opdracht van de Koningin (Wilhelmina) hadden gewerkt leverde op: (citaat, p. 223)'beet hij hem (Tazelaar) toe dat hij daar niets mee te maken had', 'de Koningin tekent de stukken, wij regeren'.

Van 4 september 1945 tot 1 januari 1963 was hij lid van de Raad van State.

Voorganger:
H. van Boeijen
Minister van Marine
1941-1945
Opvolger:
J.M. de Booij
Bevelhebber der Zeestrijdkrachten
1939-1945
Opvolger:
C.E.L. Helfrich