Johan Harmen Rudolf Köhler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan Harmen Rudolf Köhler
Generaal Kohler
Generaal Kohler
Geboren 1818
Groningen
Overleden 1873
Atjeh
Land/partij Vlag van Nederland Nederland
Onderdeel Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger
Dienstjaren 1832-1873
Rang Nl-landmacht-generaal.svg Generaal
Eenheid Infanterie
Slagen/oorlogen Tiendaagse Veldtocht
Lampongse Expeditie
Eerste Atjehexpeditie
Onderscheidingen Ridder in de Militaire Willems-Orde.jpg Militaire Willems-Orde
Portaal  Portaalicoon   KNIL

Johan Harmen Rudolf Köhler (Groningen, 3 juli 1818 - Atjeh, 14 april 1873) was een Nederlands generaal, ridder in de Militaire Willems-Orde.

Loopbaan[bewerken]

Köhler trad op 3 mei 1832, hij was toen 14 jaar, in dienst van de negende afdeling infanterie en maakte als zodanig (in 1832 en 1833), naar aanleiding van de Belgische opstand, de veldtocht mee in België en Staats-Vlaanderen. Op 21 mei 1834 werd hij benoemd tot korporaal, op 16 december 1836 tot fourier en op 21 juli 1838 tot sergeant. In deze rang werd hij overgeplaatst bij het Oost Indisch leger en vertrok hij op 14 november 1839 naar Indië. Binnen vier maanden werd hij tot tweede luitenant benoemd en in 1847 geplaatst op Sumatra's Westkust. Op 4 oktober dat jaar werd hij benoemd tot eerste luitenant en in 1852 tot Kapitein, in welke rang hij optrad als civiel en militair gezaghebber der Lampongse Districten. In 1856 werd hij benoemd tot gouvernements-commissaris hiervan. Köhler werd in 1857 benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde vierde klasse voor zijn gedrag tijdens de Lampongse Expeditie (1856). In augustus 1857 verliet hij Nederlands-Indië voor een twee-jaarlijks verlof. Gedurende zijn verblijf in Nederland werd hij in 1858 bevorderd tot majoor en keerde eind juni 1859 terug op Java. Hij aanvaardde daar het bevel over het tweede bataljon infanterie en in 1860 over het garnizoensbataljon van Banka. Zijn benoeming tot luitenant-kolonel volgde al spoedig en bij zijn bevordering tot kolonel (1865) werd hem het militair commando van Sumatra's westkust en onderhorigheden opgedragen.

Eerste Atjehexpeditie[bewerken]

Bij Koninklijk Besluit van de zevende januari nr. 19 1873 tot generaal-majoor benoemd, vertrok Köhler als opperbevelhebber der expeditionaire troepen van de eerste expeditie naar Atjeh.

Generaal Köhler sneuvelt in de Mesigit

Het onafhankelijke sultanaat Atjeh op Noord-Sumatra zocht contact met Italië, de Verenigde Staten en het Osmaanse Rijk. Nederland wilde zijn invloedssfeer in de Indische archipel behouden, en begon daarom een veroveringsoorlog. De Nederlandse regering zond op 8 april 1873 een expeditie uit onder leiding van generaal Köhler om een basis op te bouwen aan de monding van de Atjeh-rivier. Vandaaruit moest het regeringscentrum veroverd worden. De expeditie eindigde echter met een voortijdige terugkeer naar Java. Köhler sneuvelde op 14 april 1873 bij een inspectie: hij kreeg een kogel in zijn linkerarm die in zijn hart terechtkwam. Zijn opvolger was kolonel E.C. van Daalen. Köhler werd in Singapore aan boord van het stoomschip Koning der Nederlanden gebracht en naar Batavia getransporteerd om er met militaire eer begraven te worden. Koning Willem III reed naar Groningen om persoonlijk de nabestaanden te condoleren. Köhler werd in de twintigste eeuw herbegraven te Peutjoet.