John Berger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
John Berger
2009
2009
Persoonsgegevens
Geboren Londen, 5 november 1926
Overleden Parijs, 2 januari 2017
Geboorteland Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Nationaliteit Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

John Peter Berger (Londen, 5 november 1926Parijs, 2 januari 2017) was een Engelse schilder, kunstcriticus en schrijver. Door zijn televisieserie Ways of seeing was hij medebepalend voor de manier waarop een hele generatie naar kunst keek. Ook zijn boeken inspireerden tot een andere blik op de wereld.[1] Terugkerend thema in zijn werk is het gevoel van ontheemd zijn. De ouderdom stemde hem niet milder; zijn denkbeelden, als rechtgeaard marxist, werden steeds radicaler.

Leven en werk[bewerken]

John Berger groeide op in Londen. Zijn vader, Joseph, was de zoon van immigranten uit Triëst, en hij vocht vier jaar lang, als infanterie-officier, aan het westelijk front in de Eerste Wereldoorlog. Hij kreeg daarvoor de Order van het Britse Rijk. Hoewel hij zich vriendelijk en joviaal tegenover zijn zoon betoonde, voelde John de psychische pijn die hij aan de oorlog had overgehouden.

Zijn moeder kwam uit Birmingham en streed, als suffragette, voor de emancipatie van de vrouw. Berger omschrijft haar als een gesloten, geheimzinnig persoon. In zijn tienerjaren vertelde zijn moeder hem, dat ze, al voor zijn geboorte, de wens koesterde dat ze een zoon zou krijgen die schrijver zou worden. Maar jaren later, toen Berger al een gevierd schrijver was geworden, gaf ze er blijk van geen enkele behoefte te hebben om zijn boeken te lezen. Het was geen gelukkige jeugd, maar Berger kijkt om zonder wrok.[2]

Zijn ouders stuurden hem naar een privé lagere school in Guildford. Hij belandde in een klein totalitair systeem, waar sadisme, marteling en pesten de normale praktijk waren, ook tussen de docenten onderling. Maar Berger kon er met niemand uit de buitenwereld over praten; ze zouden hem toch niet geloven. Hij moest zichzelf zien te redden.

In 1944 ging John Berger bij het Britse leger en hij diende tot 1946. Het zou het begin zijn van zijn politieke vorming. Zijn dienstmaten waren over het algemeen afkomstig uit de arbeidersklasse en voor een groot deel analfabeet. Hij hielp hen met het schrijven van brieven aan het thuisfront. In ruil daarvoor beschermden ze hem tegen pesterijen. Door de verhalen van zijn dienstmaten maakte hij voor de eerste keer kennis met armoede en ongelijkheid. De strijd hiertegen bepaalde de rest van zijn leven.[2]

Na zijn diensttijd studeerde hij kunstgeschiedenis aan het Central Saint Martins College of Art and Design en werkte korte tijd als tekenleraar. Daarnaast maakte hij schilderijen en tekeningen, waarin invloeden van Picasso en Léger te ontdekken zijn. In 1956 stopte Berger met schilderen.

Vanaf de jaren vijftig maakte hij snel naam als criticus en essayist, niet alleen op het gebied van de kunst, maar vele maatschappelijke onderwerpen voorzag hij van een kritisch commentaar. Als kunstcriticus van het literaire tijdschrift The New Statesman voerde hij een polemiek tegen de reguliere kunstscène van die tijd. Hij vond het systeem dat eraan ten grondslag lag onrechtvaardig, omdat het vooral gedreven was door geldzucht. Hij stelde voor om alle ‘’bourgeois’’ kunst te vernietigen, zo schreef hij in 1979 :"Ik ben ervan overtuigd dat kunst nooit in privé eigendom mag zijn. Ook de staat mag geen kunst bezitten- tenzij het een echte volksdemocratie is. Kunst moet vernietigd worden, opdat de verbeelding zich verder kan ontplooien."[3]

Literair schrijver[bewerken]

Als een van de belangrijkste drijfveren in zijn leven noemde hij het verlangen elders te zijn en het gevoel op de verkeerde plaats te zijn. Onder zijn vrienden in Londen telde hij veel ontheemden, immigranten uit Hongarije, Duitsland en Italië.

In 1958 debuteerde Berger als literair schrijver met de roman A Painter of Our Time, over een verdwenen Hongaarse schilder, waarvan het dagboek werd teruggevonden. Het boek is een weerslag van Bergers vriendschappen met geïmmigreerde kunstenaars uit het Oostblok in Londen, met op de achtergrond de Hongaarse opstand.

Het bekendste werk van Berger is G. (1972), een experimentele roman, die zich afspeelde in het Europa van vóór de Eerste Wereldoorlog over een soort Casanova die door zijn reizen door verschillende landen geleidelijk politiek bewust wordt. Voor G. ontving Berger de Booker Prize. Hij verklaarde de helft van het geld van de Bookerprize te zullen schenken aan de Engelse afdeling van de Black Panther Party, omdat de naamgever van de prijs, de familie Booker, haar rijkdom had vergaard in de tijden van de slavernij.[4]

In 1962 emigreerde Berger uit Engeland. Eerst woonde hij in Genève en 12 jaar later verhuisde hij naar het kleine dorpje Quincy in het Franse departement Cher en legde contacten met de inwoners. Hij had nooit het gevoel één van hen te zijn, maar hij leerde wel van de boeren in het dorp hoe je met elkaar samenleeft en tradities in stand houdt. Hij vond dat ze, net als hij, geschiedschrijver waren van hun tijd.[5]

Zijn vertrek uit Engeland naar Europa bezorgde hem veel opdrachten van kranten en organisaties voor commentaar over diverse thema’s en het leverde hem de nodige roem op bij een groter publiek. De thema’s van Bergers non-fictie waren uitermate divers. Zijn essays en boeken behandelen onder meer kunst, politiek, geheugen, fotografie, aids, en de verhouding tussen mens en dier. In 2006 riep Berger op tot een boycot van Israël vanwege de bezetting van Palestijnse gebieden.

In de jaren zeventig maakte Berger, samen met de Zwitserse producer Alain Tanner, diverse films, waarvan Jonah Who Will Be 25 in the Year 2000 (1976) het meeste succes had. Veel van het werk van Berger getuigt van zijn maatschappelijke betrokkendheid, zoals A Fortunate Man: The Story of a Country Doctor (1967) en A Seventh Man: Migrant Workers in Europe (1975). Zijn onderzoek voor dat laatste boek leidde hem naar de wereld van de arbeidsmigranten. Samen met fotograaf Jean Mohr documenteerde hij het leven van de miljoenen buitenlandse werknemers in Europa. Hij noteerde nauwgezet het verhaal van deze gastarbeiders, veelal over dromen die nooit waren uitgekomen.

Berger schreef ook veelgeprezen boeken over onder anderen Albrecht Dürer, Pablo Picasso en de dissidente Russische beeldhouwer Ernst Neizvestny. Bergers roman From A to X (2008) werd eveneens genomineerd voor de Booker Prize. Eén van zijn laatste boeken was Rondo: Elégie pour Beverly. Samen met zijn zoon Yves schreef hij dit eerbetoon aan zijn vrouw Beverly Bancroft, die in 2013 was overleden. De laatste woonplaats van John Berger was een voorstad van Parijs, waar hij op 90-jarige leeftijd stierf.

Het schrijfproces[bewerken]

In al zijn romans probeerde Berger zo dicht mogelijk bij de mensen te komen, door wie hij geboeid was. Hij beschrijft het als "het naderen van een bepaald moment van ervaring, waarbij de nabijheid het vermogen brengt te verbinden. Daarna neem je weer afstand. De beweging van het schrijven lijkt op die van een schietspoel: steeds weer nadert hij en trekt zich daarna terug."[2] Hoe minder de schrijver zijn eigen aanwezigheid benadrukt, des te meer ruimte hij voor de lezer laat.

Hij zocht naar de mogelijkheid om innerlijkheid en de buitenkant met elkaar te verbinden. Hij vergeleek het met zijn passie voor tekenen en schilderen van mensen, waarbij de sporen van de biografie op het gezicht te zien zijn.

Hij vond de vraag of de verhalen die hij vertelde wel of niet waar waren irrelevant. Hij stelde dat je van alle grote schrijvers kunt zeggen dat ze alles bedacht hebben en dat ze totaal niets bedacht hebben, want niets is origineel. Alles is een variatie van iets dat al eerder gemaakt is.

Een ander onderliggend motief in zijn boeken is mededogen. Niet zozeer als een gevoel van bevoogdende menslievendheid, maar hij wilde zich zoveel mogelijk te vereenzelvigen met mensen in een moeilijke positie. Wat we volgens hem vooral nodig hebben is solidariteit; het vermogen om te delen en te begrijpen, wanneer iemand door het lot getroffen is en het uitschreeuwt: "Waarom overkomt dit mij?" Zo kreeg zijn schoondochter te horen dat zij HIV had en zij stierf daar aan. Pas jaren later vond Berger de mogelijkheid om een vorm voor zijn verdriet te vinden in de roman To the wedding (in het Nederlands verschenen als Ten huwelijk.)[6]

Kijken naar kunst[bewerken]

In 1972 maakte hij onder de titel Ways of Seeing een spraakmakende vierdelige televisieserie voor de BBC over esthetische waarden in de Westerse cultuur, deels gebaseerd op Walter Benjamins hoofdwerk Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit. Berger benadrukte dat je kunst en de kunstenaar niet los kan zien van de tijd, waarin zij leefden en de plaats die zij innamen in de tijd van toen.

In Ways of seeing[7] nodigt Berger de kijker uit om zelf op ontdekkingstocht uit te gaan en zijn ogen goed te gebruiken. Het oog, zo legt hij uit, is in staat om maar één beeld tegelijk zien. Kunst als beeld op zichzelf vindt Berger daarom overschat. Hij benadrukt het belang van de context.

Hij had er geen moeite mee om wereldberoemde kunstwerken te laten zien naast rauwe beelden uit de alledaagse werkelijkheid of advertenties voor damesmode. Of een vrouwenfiguur van Rubens te vergelijken met een foto van een pin-upgirl. In beide gevallen gaat het om een vrouw die je met een verleidelijke blik in de ogen aankijkt.[8]

Ter illustratie monteert Berger het geluid van de stilte, terwijl we naar een beroemd zelfportret van Rembrandt kijken. Daarna komt de camera in beweging en zoomt in op een detail van het schilderij. Vervolgens voegt hij muziek toe en plaatst het schilderij naast andere voorwerpen. Ieder moment verandert het beeld. Vandaar dat hij opmerkt dat meeste wat we van kunstwerken te zien krijgen niet anders is dan manipulatie en gezichtsbedrog.[9]

Berger hekelt de veelvuldige mystificatie die rond kunst hangt, met ingewikkelde theorieën en verklaringen die het onnodig elitair maken. Het programma nodigt uit tot kritischer naar kunst te kijken, hoewel Berger erop wijst dat er ook nu sprake is van eenrichtingsverkeer, want de kijker is gedwongen naar hem te kijken en te luisteren, als presentator.

Kunstenaars, zo zegt hij, zijn in hun aard conservatief. Hoe vernieuwend en verrassend hun werk ook moge zijn, ze zijn zich altijd bewust van wat er voor hun tijd gedaan of gemaakt is. Picasso schilderde in het begin ook naar Velazquez. Kunst, benadrukt Berger, dient een vorm te vinden, die niet zal verdwijnen. Het zoekt naar het verbeelden van ervaringen, zoals van Gogh deed met zijn schilderijen van boeren; het lichamelijke, de ontberingen en de aardsheid waren nog nooit op zo’n manier verbeeld.

Met het klimmen der jaren voelde Berger zich radicaler dan ooit tevoren. In de Nederlandse documentaire A touch of grace[5] noemde hij de huidige wereldorde verderfelijk, onrechtvaardig en tot ondergang gedoemd. De zegetocht van het vrijemarkt denken en het economisch liberalisme, waarbij beslissingen voor de hele planeet, maar op één criterium gebaseerd zijn: winstbejag. Een triviaal verlangen noemde hij het, wanneer hij het vergeleek met andere menselijke behoeftes. De snelheid van de ineenstorting verbaasde hem.

Bibliografie[bewerken]

  • A Painter of Our Time (1958)
  • Permanent Red (1960)
  • The Foot of Clive (1962)
  • Corker's Freedom (1964)
  • The Success and Failure of Picasso (1965)
  • A Fortunate Man (1967)
  • Art and Revolution: Ernst Neizvestny And the Role of the Artist in the U.S.S.R (1969)
  • The Moment of Cubism and Other Essays (1969); Nederlands: Het moment van kubisme
  • The Look of Things: Selected Essays and Articles (1972)
  • Ways of Seeing (1972); Nederlands: Anders zien
  • G. (1972); Nederlands: G.
  • A Seventh Man (1975); Nederlands: Een zevende man
  • Ernst Neizvestny: etsen en tekeningen (1976)
  • About Looking (1980)
  • Into Their Labours (Pig Earth, Once in Europa, Lilac and Flag. Trilogie);
    Nederlands: De vrucht van hun arbeid (hele trilogie, delen ook afzonderlijk vertaald als Varken aarde, Ver weg in Europa en Sering en vlag)
  • Another Way of Telling (1982); Nederlands: De verhalenverteller
  • And Our Faces, My Heart, Brief as Photos (1984); Nederlands: En onze gezichten, mijn hart, vluchtig als foto's
  • The White Bird (1985)
  • Keeping a Rendezvous (1992)
  • Calling out: living the last three years: a view (1992); Nederlands: Stemverheffing: een visie op de afgelopen drie jaar
  • Pages of the Wound (1994)
  • To the Wedding (1995); Nederlands: Ten huwelijk
  • Photocopies (1996); Nederlands: Een man en een vrouw bij een pruimenboom
  • King: A Street Story (1999)
  • Selected Essays (2001)
  • The Shape of a Pocket
  • I Send You This Cadmium Red (met John Christie)
  • Titian: Nymph and Shepherd (met Katya Berger)
  • Here is Where We Meet (2005)
  • Hold Everything Dear (2007)
  • From A to X (2008)
  • Why look at animals? (2009); Nederlands: Waarom wij naar dieren kijken

Prijzen[bewerken]