Joos de Rijcke

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Joos De Rijcke)
Ga naar: navigatie, zoeken

Joos de Rijcke, ook wel Jodoco Rique of Jodoco Ricci, (Mechelen, 29 oktober 1498 - Popayán, augustus 1578) is een missionaris en geschiedschrijver uit de 16e eeuw. Hij schreef het eerste en oudste bewaarde Nederlandse reisverslag over het Incarijk.

Levensloop[bewerken]

Joos de Rijcke was de zoon van ridder Josse de Rijcke (heer van Boortmeerbeek, opperwachtmeester van Brabant en schepen van Mechelen) en Joanna van Marselaer.

Omstreeks 1515 trad Joos de Rijcke binnen bij de Franciscanen en legt een jaar later zijn kloostergeloften af in het klooster te Gent, dat stond op de plaats van het Oud Gerechtsgebouw en waar nu een gedenkplaat voor hem hangt. Zeer waarschijnlijk heeft hij daar Peter van Gent gekend.

In 1532 woonde hij in de Franse stad Toulouse het algemeen kapittel van de franciscanen bij dat op vraag van Isabella van Portugal in het teken stond van de missionering van het pas veroverde Amerikaans continent. Hij wordt er uitverkoren om naar Nicaragua te gaan.

Op 19 december 1533 komt hij aan op het eiland Hispaniola en 1 maart 1534 komt hij ziek aan in Nombre de Dios, een stad aan de Atlantische kust van Panama. Daar steekt hij de de landengte over naar de Grote Oceaan waar hij tevergeefs wacht op een schip naar Nicaragua en dan maar inscheept op een boot naar Peru waar hij op 28 april 1535 aan land gaat en over land verder reist om in Quito aan te komen op 6 december 1535 (dag op dag een jaar na de verovering van de stad door de Spaanse conquistadores). Van hieruit schreef hij in 1536 het reisverslag over Tawantinsuyu, het Incarijk, naar zijn familie. Hij werd er gardiaan van het klooster van Quito en custos van de custodie van Quito. In december 1569 wordt hij gardiaan van het klooster van Popayán.

Aan Joos de Rijcke wordt de invoering van het graan bij de Inca-Indianen toegeschreven. In de geschiedenis van de conquista van precolumbiaans Amerika is hij terecht een Grote Naam, naast zijn land- en ordegenoot Pedro de Gante (Pieter van Gent) en die andere 'apostelen van de Indio's', de Franciscaan Bernardino de Sahagún en de Dominicaan Bartolomé de las Casas.


Literatuurlijst[bewerken]

Externe links[bewerken]