Jozef Viérin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Jozef Vierin)
Ga naar: navigatie, zoeken
Zeebrugge: Palace Hotel

Joseph (Jos) Viérin (Kortrijk, 10 mei 1872 - Brugge, 23 februari 1949) was architect in Kortrijk en Brugge, alsook gemeenteraadslid en schepen van de stad Brugge. Viérin was ook lid van de Kortrijkse Kunstgilde.

Levensloop[bewerken]

Na zijn studies aan de architectuurschool Sint-Lucas in Gent vestigde hij zich eerst in Kortrijk en vanaf 1904 in Brugge. Van 1904 tot 1912 was hij provinciaal architect-inspecteur. nadien vestigde hij zich zelfstandig en interesseerde zich aan de Brugse gemeentepolitiek. Hij werd gemeenteraadslid in 1903 en van 1921 tot 1938 was hij schepen van openbare werken.

Jos Viérin bouwde veel villa's, vooral aan de kust (De Panne, Westende, Duinbergen en Knokke) maar ook in Brugge en Kortrijk. Hij spande zich in om kenmerken van de traditionele lokale architectuur in zijn ontwerpen te verwerken. 'Het Lijsternest', voor Stijn Streuvels gebouwd in 1905, 'Hove ter Wilgen', in Brugge gebouwd in 1930 voor dokter Rafaël Rubbrecht, de koninklijke villa voor Leopold III en de villa voor baron Snoy, beide in Het Zoute, zijn er voorbeelden van. Voor 1914 ontwierp hij het Palace Hotel in Zeebrugge en na de oorlog het Memling Hotel in Knokke. Hij ontwierp na 1920 het neogotische gebouw van de Bank van Brugge, later Bank Brussel Lambert (ING) op de Markt in Brugge en een schoolgebouw in Sint-Pieters. Ook heel wat restauraties werden uitgevoerd zoals in Brugge: het Brugse Vrije en de eigendom de Pelichy Wollestraat.

Na de Eerste Wereldoorlog ontwierp Jos Viérin veel gebouwen in neo-Brugse stijl in de 'verwoeste gewesten', onder meer in Diksmuide en Nieuwpoort. Zo ontwierp hij het stadhuis van Nieuwpoort en dat van Diksmuide. Hij was ook betrokken bij de restauratie of wederopbouw van talrijke kerken in deze gebieden. Wat betreft religieuze architectuur bouwde of herstelde hij: de kerk van de paters dominicanen in Het Zoute, de Sint-Baafskerk in Sint-Andries, de Sint-Niklaaskerk in Diksmuide, de Sint-Martinuskerk van Ardooie, de hoofdkerk van Nieuwpoort, de kerken van Houthulst, Lampernisse en Klerken.

In Brugge was Viérin promotor van talrijke restauraties en van nieuwbouw in Brugse stijl. Zo maakte hij in 1912 het ontwerp voor de Bonifaciusbrug, waarnaast hij later het bekende huis Van der Elst in exacte middeleeuwse stijl en proporties bouwde. Een uitschieter in zijn werk is het gebouw van het Groeningemuseum, met zijn merkwaardige zin voor zakelijke functionaliteit (1930).

Viérin was bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, van 1907 tot 1920 en was tijdens die periode ook penningmeester. Hij werd opnieuw bestuurslid in 1925, tot aan zijn dood.

Jos Viérin werkte vanaf de jaren 1930 samen met zijn zoon architect Luc Viérin (1903-1979) die werd opgevolgd door architect Piet Viérin, die op zijn beurt werd opgevolgd door architect Philippe Viérin.

Publicaties[bewerken]

  • Over de landelijke woning aan de Vlaamsche kust. Kenteekens der bouwwijze van de streek / L’architecture régionale de la Flandre maritime, particulièrement dans ses rapports avec l’habitation rurale, Brussel: Vromant, 1921, 75 p.
  • (samen met Luc VIÉRIN), Bouwkundige uitvoeringen / Travaux d'architecture, Antwerpen: Publica, 1933.
  • Het probleem der moderne bouwkunst in onze steden met monumentale gebouwen en bouwcomplexen uit het verleden, in: Bulletin Koninklijke Commissies voor Kunst en Oudheidkunde, 71, 1937, 8 p.

Literatuur[bewerken]

  • Herman STYNEN, Profiel: Jozef Viérin, in: M&L, 1/3, 1982, p. 49-54.
  • Luc CONSTANDT (red.), Stenen herleven. 111 jaar ‘Kunstige Herstellingen’ in Brugge 1877-1988, Brugge: Van de Wiele & Stad Brugge, 1988.
  • Lexicon van Westvlaamse beeldende kunstenaars, Kortrijk, 1992.
  • Over leven en werk van architect Jos Viérin, Brugge, 2009.
  • Jeroen CORNILLY, Thomas COOMANS & Laurence DAUWENS, Themanummer Jos Viérin, in: In de Steigers. Erfgoednieuws uit West-Vlaanderen, 16/4, 2009, p. 87-127.
  • Thomas COOMANS, Viérin, Joseph (Jos), architect en politicus, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, Deel 20, Brussel, 2011, kol. 1132-1147.