Kerma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van Nubië met Kerma.

Kerma is een plaats in het huidige Soedan (in Opper-Nubië boven het Derde Cataract van de Nijl), die een belangrijke rol gespeeld heeft in de geschiedenis van het Oude Egypte.

Koninkrijk Kerma[bewerken]

Kerma lag in wat de Egyptenaren het land Medja noemden. Vanaf 2500 tot 15e eeuw v.Chr. bestond daar het koninkrijk Kerma met een reeks van omringende dorpen. Het rijk gedijde op handel met Egypte en de Afrikaanse handelsroutes, met name de goudhandel.

Ten tijde van het Egyptische Oude Rijk werd er handel gedreven met Pepi II, farao van de 6e Dynastie van Egypte, onder ander door levering van boogschutters.

In de periode van de Eerste tussenperiode was er geen Egyptische macht in Nubië. Pas met de vereniging ten tijde van koning Mentoehotep II uit de 11e Dynastie van Egypte versterkte de controle op Nubië via militaire expedities.[1]

Houten poppetjes uit de tombe van Mesehti, 11e Dynastie.

In de tijd van het Middenrijk werd Kerma de zuiderbuur van Egypte. Eerst viel Mentoehotep III Neder-Nubië binnen. Amenemhat I zette deze agressieve politiek voort en zijn zoon Senoeseret I vestigde een fort in Boehen in de streek van het Tweede Cataract. Daarmee kwam het gebied tussen het Tweede en Derde Cataract ook onder zijn invloed en werd het Derde Cataract in feite de zuidelijke grens van Egypte.

In de tweede tussentijd verwaterde de handelsbetrekkingen tussen Egypte en Kerma.

De Hyksos-koning probeerde contact te leggen met de heersers van Kerma om aan beide fronten oorlog te voeren, maar zijn koerier werd onderschept. Hiermee werden de inheemse vorsten van Thebe in de tang genomen.[2]

Nadat Ahmose de bevrijding van Opper- en Neder-Egypte voltooid had, keerde hij zich tegen zijn zuidelijke vijanden en doodde Aata, die waarschijnlijk de koning van Kerma was.

Amenhotep I, de zoon van Ahmose maakte van Boehen de hoofdstad van een provincie Koesj, en allengs werd Kerma door Napata (bij het Vierde Cataract) overvleugeld.

Opgravingen[bewerken]

In 1913 deed George Reisner opgravingen in Kerma. Hij onderzocht er een zevental tumuli. Hoewel de graven al in de oudheid geplunderd waren vond hij restanten van grafuitrustingen van hoge kwaliteit. De graven stamden uit de tijd van de Egyptische overheersing van Kerma. Een ervan behoorde aan prins Hepzefa, die waarschijnlijk de eerste gouverneur van Koesj was. Uitzonderlijk was dat alle graven massagraven waren met tientallen tot honderden mensenoffers die waarschijnlijk levend meebegraven waren.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Egypte, het land van de farao's, Regine Schulz en Matthias Seidel, pagina 106
  2. Egypte, het land van de farao's, Regine Schulz en Matthias Seidel, pagina 143